Ons immuunsysteem beschermt ons tegen infecties met bacteriën, virussen, schimmels en parasieten. Het helpt ook om wonden te genezen. Auto-immuun betekent dat het immuunsysteem verkeerdelijk lichaamseigen cellen aanvalt. In de organen en weefsels waartegen het immuunsysteem zich heeft gekeerd, ontstaat dan een ontstekingsreactie. Door die ontsteking kan schade ontstaan in verschillende organen, waaronder de long. Dat kan leiden tot een interstitiële longziekte (ILD) of longfibrose bij auto-immuunziekten.
Voorbeelden van auto-immuunziekten zijn:
- reumatoïde artritis
- polymyositis
- dermatomyositis
- antisynthetasesyndroom
- de ziekte van Sjögren
- systemische sclerose
Niet iedereen met een auto-immuunziekte heeft ook ILD. Hoe vaak een auto-immuunziekte tot ILD leidt, verschilt per aandoening. Soms zijn longklachten zoals hoesten of kortademigheid de eerste symptomen van ILD bij auto-immuunziekten.
Diagnose
Het ILD-team stelt de diagnose van interstitiële longziekte en auto-immuunziekte. We bespreken de diagnose ook op het multidisciplinair overleg ILD. Niet alleen longartsen, maar onder meer ook reumatologen nemen aan dat overleg deel zodat we tot een optimaal behandelplan kunnen komen.
Behandeling
Onderliggende auto-immuunziekte behandelen
De onderliggende auto-immuunziekte behandelen we – in samenwerking met de dienst Reumatologie – met:
- ontstekingsremmers zoals corticosteroïden (bv. Medrol)
- eventueel medicatie die de afweer onderdrukt zoals immuunsuppressiva (bv. mycofenolaat) of biologicals (bv. rituximab)
Fibroseremmers
Als er sprake is van littekenweefsel in de longen dat zich blijft uitbreiden (progressieve pulmonale fibrose), kunnen we een behandeling met een fibroseremmer opstarten.