Tumor thoraxwand
Tumoren van de borstkaswand kunnen gepaard gaan met een zwelling of pijn ter hoogte van de borstkas. De tumor kan ontstaan ter hoogte van de ribben of de spieren van de wand zelf (bv. sarcoom), of kan het gevolg zijn van een longtumor die in de borstkaswand ingroeit.
De beslissing om een thoraxwandtumor te opereren nemen we op een multidisciplinair overleg, waar we de beschikbare informatie met alle betrokken artsen bespreken. Welke chirurgie aangewezen is, hangt af van het type, de grootte en de ligging van het gezwel. Soms voeren we eerst een biopsie uit van de tumor om zo de juiste behandeling te bepalen. Vaak zal bij een operatie ook een reconstructie van de borstkaswand nodig zijn.
Op de consultatie zal de thoraxchirurg de ingreep en de mogelijke voor- en nadelen ervan met jou bespreken.
Vormafwijking borstkas
De meest voorkomende vormafwijkingen van de borstkas zijn pectus excavatum (trechterborst) en pectus carinatum (kippenborst). Die vormafwijkingen kunnen aangeboren zijn, maar meestal ontstaan ze in de groeifase en puberteit (groeispurt) door een ongelijke groei van de ribkraakbeenderen.
Zowel pectus excavatum als pectus carinatum kunnen fysieke klachten geven, zoals druk, pijn en kortademigheid bij inspanning. Vaak zijn er ook belangrijke esthetische bezwaren bij de patiënt, die psychosociale klachten kunnen veroorzaken.
Behandeling pectus excavatum
Bij pectus excavatum ligt het borstbeen te diep in de borstkas, met een zichtbare deuk als gevolg. Voor we beslissen om chirurgisch te corrigeren, nemen we een CT-scan van de thorax om de pectus excavatum grondig te evalueren.
De ingreep – MIRPE, minimal invasive pectus excavatum repair – houdt in dat we het borstbeen naar voren brengen door er een metalen bar achter te plaatsen. Bij een ernstige vorm van pectus excavatum moeten we soms meer dan één pectusbar plaatsen. Een MIRPE-ingreep voer je beter pas uit als de patiënt volgroeid is. Daarom wachten we bij jongere patiënten af en volgen we hun groei van nabij op. Daarvoor gebruiken we een groeidagboek, waarin de patiënt om de twee weken zijn lengte bijhoudt. Zodra de individuele groeicurve afvlakt en de patiënt dus bijna volgroeid is, kunnen we de ingreep inplannen.
De MIRPE-operatie heeft belangrijke gevolgen voor de patiënt. Na de ingreep zijn contactsporten gedurende 3 tot 6 maanden uit den boze. De operatie veroorzaakt ook ernstige postoperatieve pijn waarvoor voor langere tijd pijnstillende medicatie nodig is. De pectusbar moet 3 jaar blijven zitten. De pectusbar verwijderen is een veel minder ingrijpende operatie die meestal in dagopname kan gebeuren.
Behandeling pectus carinatum
Pectus carinatum is een vormafwijking van de voorste thoraxwand waarbij het borstbeen of de ribkraakbeenderen te veel naar voren uitsteken. Patiënten in de groei dragen dan best zo vaak mogelijk overdag een corrigerend corset of brace tot ongeveer 6 maanden na de groeistop. Het is ook nuttig om een groeidagboek bij te houden.
Is de pectus carinatum na die periode nog uitgesproken aanwezig, dan kunnen we een corrigerende ingreep uitvoeren: de Ravitch-procedure. We nemen dan de uitpuilende ribkraakbeenderen weg via een incisie over het borstbeen.
Trauma: ribfractuur
Ribfracturen (gebroken ribben) opereren we meestal niet. De behandeling bestaat uit pijnstilling en rust. Bij een ernstig trauma ter hoogte van de ribben, met verschillende of verplaatste ribfracturen, kan het nodig zijn om te opereren zodat we de ribben kunnen fixeren met plaatjes en schroeven. Dat zien we meestal na bv. een zwaar ongeval. Soms moeten we ook een thoraxdrain plaatsen of een kijkoperatie uitvoeren om vocht en bloed uit de borstkas te draineren.
Diafragmaparalyse: verlamming middenrifspier
Het diafragma of middenrif is de belangrijkste ademhalingsspier. Een verstoorde werking van het diafragma, heeft belangrijke gevolgen voor de ademhaling. Door een gehele of gedeeltelijke verlamming treedt hoogstand van het middenrif op. De verlamming kan eenzijdig of tweezijdig zijn en verschillende oorzaken hebben, zoals een zenuwletsel na een ongeval, een (hart)operatie, ingroei van een gezwel in de middenrifzenuw (nervus phrenicus) of beschadiging van de nekwervels. Bij ongeveer de helft van de patiënten is de oorzaak niet gekend.
Diafragmaparalyse kan kortademigheid veroorzaken bij bukken of liggen en bij inspanning. Bij patiënten met ernstige klachten is opereren een optie. We brengen dan chirurgisch het middenrif terug naar beneden – reven of plicatuur van het middenrif – om de longen meer ruimte te geven en de longcapaciteit te vergroten. Dat doen we meestal met een robotgeassisteerde kijkoperatie in de borstkas (RATS).