De trachea is de grote luchtpijp, die begint vanaf de stembanden en in de borstkas splitst in de linker- en rechterbronchus, waarlangs de lucht naar de linker- en rechterlong stroomt.
Aandoeningen van de trachea en de bronchus zijn divers maar zeldzaam. We hebben een bijzondere interesse in deze pathologie en werken daarvoor in een tracheateam samen met de longartsen, hartchirurgen en hoofd-halschirurgen van het UZ Gent. Daardoor hebben we een ruime expertise opgebouwd in de verschillende behandelingen, van bronchoscopische procedures zoals een stent plaatsen tot chirurgische ingrepen zoals trachearesectie en reconstructie.
Tumor trachea
Kwaadaardige tumoren van de luchtwegen zijn zeer zeldzaam. Deze tumoren bemoeilijken de doorgang van lucht en kunnen zo ademhalingsproblemen veroorzaken. Om een correcte diagnose te kunnen stellen moet o.a. een bronchoscopie gebeuren, waarbij we een stukje weefsel wegnemen voor microscopisch onderzoek.
De behandeling van een tumor ter hoogte van de luchtpijp kan bestaan uit het wegnemen van het zieke deel van de luchtpijp (resectie) met herstel of reconstructie van de trachea. Dat kan via een incisie in de hals maar vereist toch vaak een sternotomie of thoracotomie.
Uitgebreide tumoren kunnen niet altijd heelkundig verwijderd worden. Dan kunnen radiotherapie, ‘afschrapen’ via bronchoscopie of stenting een oplossing bieden.
V.l.n.r.: tracheatumor, resectie en reconstructie
Kwetsuur luchtwegen
Kwetsuren ter hoogte van de luchtwegen kunnen ontstaan na trauma. Het gaat dan vaak om een scheurtje in de achterwand van de trachea, waardoor lucht uit de luchtpijp lekt naar de hals en het omliggende vetweefsel. Kleine scheurtjes kunnen spontaan genezen en moeten we niet behandelen. Grotere scheuren moeten we wel chirurgisch herstellen. Afhankelijk van de plaats van de scheur kan dat via een open ingreep of met een kijkoperatie.
In het multidisciplinair tracheateam evalueren we of een endoscopische procedure of eerder chirurgisch herstel aangewezen is.
Tracheomalacie
De luchtpijp bestaat uit C-vormige kraakbeenringen die achteraan afgesloten worden door een stevig vlies. Soms is de luchtpijp onvoldoende stevig, waardoor ze inklapt en de luchtweg blokkeert. Dat noemen we tracheomalacie. De aandoening kan aangeboren of verworven zijn, zoals na een trauma door langdurige beademing.
Bij ernstige klachten kan een chirurgische ingreep nodig zijn. Afhankelijk van de oorzaak van de tracheomalacie verstevigen we de voorkant (splinting) en/of achterkant (posterieure pexie) van de luchtpijp.
V.l.n.r.: normale trachea en tracheomalacie
Ingrepen aan de luchtpijp
Tracheostomie
Een tracheostomie is een ingreep waarbij we via de hals een kunststofbuisje in de luchtpijp inbrengen om de ademhaling te verbeteren. Dat kan nodig zijn bij langdurige beademing of wanneer de doorgang van lucht bemoeilijkt wordt, door bv. een keeltumor of verlamming van de stembanden.