- Longen
- Longvlies (pleura)
- Longingrepen
Longen
Longkanker
Er zijn verschillende soorten longkanker. Daarin maken we een onderscheid tussen kleincellige en niet-kleincellige longkanker. Niet-kleincellige longkanker is de meest voorkomende vorm, die ook in aanmerking kan komen voor heelkundige behandeling.
Een ingreep voor longkanker kan nodig zijn om een correcte diagnose te stellen, het stadium van de ziekte te bepalen (stadiëring) of om de longkanker te behandelen. De indicatie voor de operatie en andere factoren bepalen voor welke ingreep en operatietechniek de chirurg kiest: een kijkoperatie (thoracoscopie) of klassieke open operatie (thoracotomie). De chirurg zal dat vooraf met jou bespreken.
Longresectie
Bij een niet-kleincellige longtumor nemen we meestal het kwaadaardige gezwel, het omliggende weefsel en de bijbehorende lymfeklieren weg. Die ingreep noemen we een longresectie. Het doel van de operatie is om de longtumor volledig te verwijderen, zodat er geen kankercellen in het lichaam achterblijven. Dat is alleen mogelijk als de tumor niet te ver is doorgegroeid in het omliggende weefsel en niet is uitgezaaid naar andere organen buiten de long. Of een patiënt al dan niet geopereerd kan worden, hangt ook af van de algemene gezondheidstoestand en van de longfunctie. We bespreken de verschillende behandelopties op ons multidisciplinair overleg.
Afhankelijk van de ligging en grootte van de tumor zal de chirurg de long gedeeltelijk of volledig wegnemen. Soms moet ook een deel van de borstkaswand weggenomen worden. Als vooraf de lymfeklieren langs de luchtpijp moeten worden onderzocht, voert de chirurg een mediastinoscopie uit. Hij verwijdert dan de lymfeklieren via een kleine incisie in de hals.
Een longresectie is een behandeling die als doel heeft de patiënt te genezen. Het weggenomen weefsel wordt in het laboratorium microscopisch onderzocht. De onderzoeksresultaten bepalen of een nabehandeling met chemotherapie of bestraling nodig is.
In de informatiefolder Longresectie (459.97 KB) "pdf"lees je hoe de ingreep verloopt.
Longmetastase
Longmetastasen zijn tumoren in de longen die uitgezaaid zijn vanuit andere organen. Of die uitzaaiingen kunnen worden weggenomen, hangt af van het aantal metatasen en hun specifieke ligging in de long(en). De patiënt ondergaat vooraf meestal een longfunctieonderzoek om in te schatten hoeveel longweefsel kan worden weggenomen.
Meestal voeren we de ingreep uit via VATS of kijkoperatie en verwijderen we het longletsel met een wigresectie. Soms is een meer uitgebreide longresectie nodig: een segmentectomie of lobectomie. Bij diepergelegen letsels kan een klassieke open ingreep - een thoracotomie – nodig zijn.
Welke ingreep aangewezen is, bespreekt de thoraxchirurg vooraf met jou.
Klaplong of pneumothorax
Bij een klaplong of pneumothorax stapelt lucht zich op in de pleuraholte: de ruimte tussen de longvliezen. Daardoor wordt de long gedeeltelijk of volledig platgedrukt. Dat veroorzaakt kortademigheid en pijn aan de schouder of op de borst.
Een klaplong kan ontstaan door een medische interventie, een trauma of onderliggende longafwijkingen zoals chronisch obstructief longlijden (COPD) of longemfyseem, maar heeft soms ook geen duidelijk aantoonbare oorzaak.
Vermoeden we dat de patiënt een onderliggend longprobleem heeft, dan voeren we een CT-scan van de thorax uit om bullae of blaasjes op de long op te sporen. Bullae hebben een fijne wand waar spontaan scheurtjes in kunnen ontstaan. Daardoor lekt lucht in de pleuraholte die een klaplong veroorzaakt.
De behandeling is afhankelijk van de ernst en de oorzaak van de klaplong. Een beperkte klaplong die weinig last geeft, kan spontaan verdwijnen. Bij hevige pijn of ademhalingsproblemen plaatsen we een thoraxdrain (plastic buisje) of pigtailkatheter (fijne katheter) in de pleuraholte. Zo kan de lucht uit de pleuraholte ontsnappen waardoor de long zich terug ontplooit. Beide ingrepen gebeuren onder plaatselijke verdoving.
Blijkt die behandeling niet afdoend of is er sprake van een onderliggende longafwijking, dan voeren we een thoracoscopie of kijkoperatie in de borstkas uit. We nemen dan eventuele bullae weg met een wigresectie (bullectomie) en voeren aanvullend een talkage uit waarbij we steriel talkpoeder aanbrengen in de pleuraholte (pleurodese). Het talkpoeder lokt een ontstekingsreactie uit waardoor de longvliezen gaan kleven, wat de kans op een nieuwe klaplong zeer sterk verminderd.
Longemfyseem
Chronisch obstructief longlijden (COPD) kan gepaard gaan met belangrijk longemfyseem. Dat is een abnormale uitzetting van de longblaasjes die de gasuitwisseling in de longen verstoort. De aangetaste zones verdrukken de gezondere delen van de long. COPD en longemfyseem veroorzaken ernstige kortademigheid en inspanningsbeperking. Roken is nagenoeg altijd de oorzaak van de aandoening.
Als behandeling zal de longarts medicatie voorschrijven en een absolute rookstop aanbevelen. In specifieke gevallen kunnen we de kortademigheid en beperkte inspanningscapaciteit verbeteren door de meest aangetaste zones van de long operatief te verwijderen met zogenoemde longvolumereductiechirurgie (LVRS).
De longarts zal aan de hand van uitgebreide onderzoeken – longfunctie, fietsproef, hartonderzoek, wandeltest, longperfusiescan – beoordelen of je in aanmerking komt voor de ingreep. Een volledige rookstop van minimaal 6 maanden is een absolute vereiste. Daarnaast volg je gedurende 6 tot 10 weken een intensief longrevalidatieprogramma. De longarts en longchirurg bespreken de resultaten van alle onderzoeken en de evaluatie van de longrevalidatie op een multidisciplinair overleg en beoordelen of longvolumereductiechirurgie mogelijk is. De chirurg zal de ingreep met de mogelijke voordelen en risico’s uitgebreid met jou bespreken.
Longinfecties (longabces, bronchiëctasie)
Een longabces is een met etter gevulde holte in de long. Longabcessen breken vaak door naar de luchtwegen, waardoor etterig slijm of bloed wordt opgehoest. Soms breekt een abces door naar de pleuraholte (de ruimte tussen de longvliezen), waardoor die ruimte met etter wordt gevuld en een empyeem ontstaat.
Patiënten met een longabces zijn vaak ernstig ziek. Als antibiotica toedienen onvoldoende blijkt, kan het nodig zijn om het abces en het omliggende longweefsel heelkundig te verwijderen. Die ingreep wordt uitgevoerd via een thoracoscopie of thoracotomie, afhankelijk van de uitgebreidheid van het abces en de algemene toestand van de patiënt.
Bronchiectasieën zijn abnormaal verbrede luchtwegen waarin slijmen zich opstapelen. Daardoor moet de patiënt frequent hoesten en ontstaan telkens opnieuw luchtweginfecties. De behandeling bestaat voornamelijk uit hoest- en ademhalingstechnieken aanleren en medicatie. Als de bronchiectasieën zich beperken tot een specifiek deel van de long, kan dat deel chirurgisch verwijderd worden, met een thoracoscopie of thoracotomie.
Interstitieel longlijden
Als de longarts vermoedt dat je een longziekte hebt, kan hij de longchirurg vragen om kleine stukjes weefsel (biopt) uit de long weg te nemen voor onderzoek. Een longbiopsie of wigresectie voeren we bijna altijd met een kijkoperatie of thoracoscopie uit. De patholoog onderzoekt de biopten nadien microscopisch. Op basis daarvan kan de behandeling aangepast worden.
Longvlies (pleura)
Het long- of borstvlies bedekt de binnenkant van de borstholte, maar ook de buitenkant van de long. De pleuraholte is de ruimte die bestaat tussen de beide longbladen. In deze ruimte zit een beperkte hoeveelheid vocht. Dat vocht veroorzaakt een vacuümeffect en laat de vliezen verkleven. Daardoor bewegen de longen tijdens de ademhaling mee met de ribben en het middenrif.
Infectie pleuraholte (empyeem)
Bij een infectie van de pleuraholte vormen zich ingekapselde vochtophopingen in die ruimte. Zonder behandeling gaan die etteren en ontstaat een empyeem. Dat kan zich voordoen na een aanslepende longontsteking maar kan ook na een operatie in de borstholte of een trauma.
Symptomen van empyeem zijn koorts, rillingen, nachtzweten, kortademigheid en pijn ter hoogte van de borstkas. Ook vermoeidheid en verminderde eetlust treden vaak op.
Een empyeem behandelen we met antibiotica om de infectie te bestrijden, en we draineren het geïnfecteerde vocht, bij voorkeur via een thoracoscopie of kijkoperatie. Laat jouw gezondheidstoestand een ingreep niet toe, dan kunnen we een thoraxdrain plaatsen: een plastic buisje dat we tussen de ribben in de pleuraholte brengen om het geïnfecteerde vocht te draineren.
Bij een vergevorderd empyeem vormt zich een pantser rond het longweefsel, waardoor de long zich niet meer kan ontplooien. Dat pantser kan met een operatie verwijderd worden – een zogenoemde decorticatie. Dat moet in sommige gevallen via een open ingreep of thoracotomie.
Longvlieskanker (mesothelioom)
Longvlieskanker of pleuraal mesothelioom is een kwaadaardige tumor in het longvlies of de pleura. Longvlieskanker wordt veroorzaakt door blootstelling aan asbestvezels. Mogelijke symptomen zijn kortademigheid (door vochtophoping), druk of pijn op de borstkas.
Op een multidisciplinair overleg bespreken de artsen welke behandeling aangewezen is. Bepalende factoren daarbij zijn de leeftijd en algemene gezondheidstoestand van de patiënt, en de onderzoeksresultaten die duidelijkheid geven over het stadium van de ziekte (stadiëring).
De thoraxchirurg zal doorgaans een VATS of kijkoperatie uitvoeren om een biopt van het longvlies, een pleurabiopt, te nemen. Dat kan in combinatie met een talkage of talkpleurodese: een ingreep om de longvliezen te verkleven en zo de hoeveelheid vocht rond de long te verminderen.
Chirurgie is niet de standaardbehandeling voor longvlieskanker. Toch voeren we in specifieke gevallen wel een ingreep uit waarbij we alle, met het blote oog detecteerbare longvliestumoren wegnemen. Dat doen we met een pleurectomie-decorticatie. Die ingreep maakt altijd deel uit van een behandeling met chemotherapie. We stellen ze enkel in studieverband voor aan patiënten die ervoor in aanmerking komen. Als je in aanmerking komt voor deelname aan de studie naar cytoreductieve chirurgie, dan bespreekt de thoracaal oncoloog dat met jou. De thoraxchirurg neemt de voor- en nadelen van deze ingreep met je door.
Pleuravochtuitstorting (chronische/maligne pleuritis)
Een pleuravochtuitstorting is een vochtophoping in de pleuraholte. Zo’n ophoping ontstaat wanneer de longvliezen te veel vocht aanmaken. Dat kan voorkomen bij hart- of leverfalen, maar ook bij aantasting van het longvlies door bijvoorbeeld een kwaadaardige tumor. Het opgestapelde vocht verdrukt de long. Dat veroorzaakt kortademigheid, die erger kan worden als je neerligt, en een droge hoest.
We stellen de diagnose aan de hand van een röntgenfoto van de borstkas, vaak aangevuld met een CT-scan. We prikken het pleuravocht onder lokale verdoving aan en verwijderen het zo grotendeels, waardoor de kortademigheid verbetert. Een staal van het vocht gaat naar het labo voor verder onderzoek.
Treedt herhaaldelijk een pleuravochtuitstorting op, kan geen duidelijke diagnose gesteld worden of is er een vermoeden van een kwaadaardige longvliesaantasting, dan is vaak een operatie nodig. Met een talkage brengen we dan steriel talkpoeder aan in de pleuraholte (pleurodese). Het talkpoeder lokt een ontstekingsreactie uit waardoor de longvliezen verkleven. Dat gaat de opstapeling van vocht tegen. Indien nodig nemen we tijdens de ingreep ook een stukje van de pleura weg voor microscopisch onderzoek.
Longingrepen
Lobectomie of bilobectomie
Neemt de chirurg één longkwab weg, dan spreken we van een lobectomie. Worden twee longkwabben verwijderd, dan gebeurt dat met een bilobectomie.
Soms is het nodig om samen met de aangetaste longkwab ook een deel van een grote luchtweg te verwijderen. De luchtwegen worden nadien terug verbonden om zo het longvolume maximaal te bewaren. Dat noemen we een sleeve-operatie.
Pneumectomie
Met een pneumectomie wordt de volledige linker- of rechterlong weggenomen.
Segmentectomie
Bij een segmentresectie neemt de chirurg één of meerdere segmenten van een longkwab weg. Het is een longsparende operatie.
Wigresectie
Met een wigresectie neemt de chirurg een klein, wigvormig deel (taartpunt) van de longkwab weg. De ingreep kan nodig zijn om een diagnose te stellen of om uitzaaiingen in de longen weg te nemen.
V.l.n.r.: wigresectie, segmentectomie, lobectomie