Bij uitwendige bestraling wordt de prostaat door een bestralingstoestel buiten het lichaam bestraald. Dat gebeurt met een hoge, maar heel nauwkeurig gerichte dosis.
De te bestralen plaats wordt nauwkeurig bepaald en de omliggende zones worden afgeschermd. Zo worden de tumorcellen vernietigd. Gezond weefsel rondom de te bestralen tumor of lymfeklieren sparen we zoveel mogelijk dankzij intensiteitgemoduleerde radiotherapie. Het toestel stelt daarbij de straling voortdurend bij aan de vorm van de tumor.
Doorgaans wordt de prostaat gedurende enkele weken dagelijks bestraald. Er bestaan alternatieve, kortere bestralingsschema’s, maar niet iedereen komt daarvoor in aanmerking. De radiotherapeut bespreekt dat met jou op de raadpleging.
Voor de behandeling
Je gaat voor een verkennend gesprek op raadpleging bij de radiotherapeut, de arts-specialist die verantwoordelijk is voor de bestraling. Daar krijg je meteen nieuwe afspraken: om de te bestralen velden in te tekenen en de bestralingssessies zelf.
De endeldarm en blaas liggen rondom de prostaat. Om de stralingsbelasting op die organen te beperken, moeten ze worden voorbereid. Door stoelgang en een gevulde blaas verplaatst de prostaat zich en dat willen we zoveel mogelijk vermijden. Daarom moet je ongeveer een uur voor de bestraling al naar de afdeling komen. Je krijgt dan een zetpil om de endeldarm leeg te maken. Je moet ook een aantal glazen water drinken om de blaas te ledigen.
Tijdens de behandeling
De bestraling zelf duurt minder dan 10 minuten. Je wordt in de juiste houding op de onderzoekstafel geplaatst, rekening houdend met de vooraf gemaakte beelden van de prostaat.
Tijdens de bestraling mag je niet bewegen. Van de bestraling zelf voel je niets. Je mag rustig doorademen en slikken.
Na de behandeling
Na de bestraling mag je naar huis.
Het aantal bestralingen hangt af van de aard van de tumor, de gevoeligheid van de omliggende organen, de hoeveelheid tumorweefsel en de eventuele combinatie met andere behandelingen zoals hormoontherapie.
Tijdens de bestralingsperiode moet je dagelijks minstens 1,5 liter water drinken.
Bijwerkingen
Normale bijwerkingen
- Je kan bijwerkingen ondervinden aan de stoelgang: vaker moeten gaan, slappere stoelgang, je moeten haasten om op tijd op het toilet te raken, slijmen bij de stoelgang. Pijn of bloed bij de stoelgang komen zelden voor.
- Bij het plassen kunnen gelijkaardige nevenwerkingen optreden: vaker moeten gaan, je moeten haasten bij plasdrang. Wat bloed in de urine en pijn bij het plassen zijn niet abnormaal. Mogelijk moet je ’s nachts ook enkele keren opstaan om te plassen.
Of en in welke mate die bijwerkingen voorkomen verschilt van persoon tot persoon. We spreken van acute bijwerkingen omdat ze tijdens of in de eerste drie maanden na de bestraling kunnen optreden. Daarna nemen de klachten meestal af.
De radiotherapeut zal je regelmatig vragen naar de klachten. Heb je tussen de consultaties door nood aan advies, dan kan je altijd een extra afspraak maken. Spreek daarvoor de verpleegkundige aan het bestralingstoestel aan.
Heb je te veel last van bijwerkingen, dan kan de radiotherapeut medicatie voorschrijven. Start nooit op eigen houtje met medicatie.
Alarmsignalen
Ernstig bloedverlies bij het plassen of de stoelgang is heel uitzonderlijk en moet je onmiddellijk melden aan de radiotherapeut.
Aanvullende antihormonale behandeling
Om een prostaatkanker met agressieve groeikenmerken te behandelen, kan de uitwendige bestraling worden gecombineerd met een antihormonale therapie. Dat moet de genezings- en overlevingskansen verhogen.
De radiotherapeut beoordeelt of je wel of niet baat hebt bij een antihormonale therapie. De hormoontherapie wordt 6 maanden tot 2 jaar gegeven.