Perorale antitumorale medicatie zijn vaak nieuwere geneesmiddelen die in pilvorm kunnen worden ingenomen. De meeste zijn zogenaamd targeted therapy of doelgerichte therapie. In tegenstelling tot de gewone chemotherapie blokkeren deze geneesmiddelen niet alle sneldelende cellen, maar werken ze doelgericht op een specifieke fout of mechanisme in.
Voor de meeste hematologische ziektebeelden hebben we vandaag perorale antitumorale medicatie. Toch komen niet alle patiënten in aanmerking. Soms is de specifieke fout niet aanwezig. Soms moeten we eerst een andere behandeling proberen voor deze kan worden terugbetaald.
Bijwerkingen
Perorale antitumorale medicatie is geen gewone chemotherapie, maar kent toch bijwerkingen. Bij de start van een therapie zal je arts, verpleegkundig specialist of verpleegkundig consulent je meer informatie geven over de mogelijke bijwerkingen. Je vindt ook meer info in de patiëntenfolders.
Bijna elke perorale antitumorale medicatie werkt in op andere geneesmiddelen. Bij de start van een nieuwe therapie moet je huisarts, je hematoloog of een andere arts die je behandelt daarom nagaan of de combinatie geen nadelige effecten heeft.
We raden je ook af om pompelmoes(sap), bloedappelsien(sap) of sterfruit te eten of te drinken.
Voorbeelden
- Tyrosine-kinase-inhibitoren tegen chronische myeloïde leukemie: Imatinib, Sprycel, Tasigna, Iclusig, Bosulif
- Immunomodulatoren tegen multipel myeloom: Thalidomide, Revlimid, Imnovid
- B-celreceptorinhibitoren tegen lymfomen: Imbruvica