Hematologische aandoeningen worden nog vaak met chemotherapie behandeld. We dienen dan medicatie toe die de kankercellen doodt of hun groei beperkt.
Deze geneesmiddelen, ook cytostatica genoemd, bestaan in allerlei maten en gewichten. We dienen ze vaak via een infuus in de ader toe. Sommige cytostatica worden in pilvorm of via een onderhuidse inspuiting gegeven.
Chemotherapie wordt soms gecombineerd met nieuwere behandelingsvormen, zoals doelgerichte therapieën of monoclonale antilichamen.
Bijwerkingen
De medicatie valt niet alleen kankercellen aan, maar ook gezonde sneldelende cellen. Daardoor kunnen verschillende bijwerkingen ontstaan zoals haaruitval, misselijkheid en braken, afwijkingen aan de nagels, een ontsteking van de mond, een verlaging van het aantal goede bloedcellen.
We zijn vooral beducht voor de verlaging van het aantal goede bloedcellen. De neutrofielen – de belangrijkste witte bloedcellen – beschermen je tegen infecties. Bij een tekort aan neutrofielen – neutropenie – loop je het risico op snelevoluerende infecties. We adviseren patiënten dan ook om meteen naar de Spoedgevallendienst te gaan als ze meer dan 38 graden koorts of rillingen hebben, zeker als de klachten binnen de zeven à tien dagen na de chemotherapie ontstaan.
Niet elke soort chemotherapie veroorzaakt dezelfde bijwerkingen. Jouw arts zal de mogelijke bijwerkingen die bij de behandeling van toepassing zijn met jou bespreken.