Om pijnlijke prikken tot een minimum te beperken, kan een katheter worden geplaatst. Via die weg kunnen we naargelang het soort katheter vloeistof, voeding en medicatie toedienen en bloed afnemen.
Perifeer infuus
Meestal plaatst een verpleegkundige op de verpleegafdeling Hematologie het perifeer infuus. Met een prik brengt de verpleegkundige een plastieken kathetertje in de ader (vene) in. Langs die weg kunnen we dan infuusvloeistof, antibiotica of chemotherapie toedienen.
Centraal infuus
Een centraal infuus wordt meestal door een anesthesist geplaatst. Dat gebeurt onder lokale verdoving in de ontwaakzaal van het operatiekwartier. De anesthesist brengt de katheter in een groter bloedvat in, onder het sleutelbeen (subclaviculair), in de hals (jugulair) of in de lies (femoraal).
Via dit infuus kunnen we grotere hoeveelheden infuusvloeistof of voeding toedienen, maar ook antibiotica of chemotherapie. Ook bloedafnames gebeuren via het centraal infuus.
Het centraal infuus kan langere tijd blijven zitten, maar moet om de zeven à tien dagen verzorgd worden om infecties te voorkomen.
Poortkatheter
Een poortkatheter (Port-a-cath®) bestaat uit twee delen: een dun hol buisje van silicone of polyurethaan (katheter) en een doosje (reservoir of poort). Het holle reservoir – meestal gemaakt van titanium – wordt verbonden met de katheter en is bedekt met een membraan van silicone. Met een speciale naald kan dat membraan meer dan duizend keer worden aangeprikt. Het sluit zich nadien telkens opnieuw.
Een chirurg plaats de poortkatheter onderhuids, meestal onder het sleutelbeen. Dat gebeurt via een kleine incisie onder plaatselijke verdoving. Nadien wordt op de wonde een verband aangebracht waarmee je kan douchen. Baden of zwemmen kan pas nadat de wonde genezen is. Je vermijdt ook het best grote inspanningen tot de wonde genezen is.
De poortkatheter is geschikter als toegangsweg tot de bloedbaan dan een perifeer infuus. In een groot bloedvat, waar veel bloed doorheen stroomt, raakt de bloedvatwand minder snel geïrriteerd. Via de poort kunnen we grote hoeveelheden infuusvloeistof of voeding toedienen, maar ook antibiotica of chemotherapie. We kunnen ook makkelijk bloed afnemen.
De poortkatheter blijft gedurende de behandeling zitten, tot de chirurg hem verwijdert. Om infecties en klontervorming te voorkomen, moet hij regelmatig gespoeld worden.
Meer weten?
Verzorging van een katheter
Poortkatheter: plaatsing en gebruik (167.53 KB) "pdf"