In België krijgen jaarlijks meer dan 10.000 Belgen te horen dat ze aan hartfalen lijden. Hun hart is te verzwakt om het bloed door het lichaam te pompen en alle organen van zuurstof te voorzien. Voor een klein aantal onder hen is een harttransplantatie de enige mogelijke behandeling. De wachtlijsten voor een donorhart zijn lang. In afwachting wordt daarom een LVAD of steunhart geïmplanteerd.
Ondersteuning werking hartkamer
Een LVAD, voluit Left Ventricular Assist Device, betekent letterlijk: ondersteuningsapparaat voor de linkerhartkamer. Er wordt een pomp in het hartzakje geplaatst en een verbinding gemaakt tussen de linkerhartkamer en de grote lichaamsslagader (aorta). Een LVAD ondersteunt alleen de linkerhartkamer. Een rechtersteunhart of RVAD wordt zelden geplaatst.
Een LVAD is geen kunsthart, maar laat daarentegen het hart waar mogelijk zelf werken.
Onderdelen
Het LVAD-team van het UZ Gent gebruikt alleen LVAD-types met een inwendige pomp, meer bepaald de HeartMate 3 (Abbott). Externe steunharten, waarbij de pomp zich buiten het lichaam bevindt, plaatsen we niet.
Een LVAD heeft vier grote onderdelen:
- Instroombuis: die wordt aangesloten op het punt van de linkerhartkamer (apex). Langs daar wordt het bloed afgevoerd
- Pomp: die is inwendig, maar wordt aangestuurd door een uitwendig besturingssysteem
- Uitstroombuis: die brengt het bloed naar de aorta
- Drijflijn: die bevat stroomkabels en verbindt de pomp met het uitwendige besturingssysteem.
Overdag krijgt de pomp energie via twee batterijen. Ze gaan ongeveer 12 tot 14 uur mee. De LVAD-drager kan ze opladen met een oplaadmodule.
’s Nachts verbindt de drager het besturingssysteem met een apparaat op het stroomnet. Zo kan hij slapen met een constante toevoer van stroom.