Om ernstige hartklepafwijkingen te behandelen, is vaak een operatie nodig. Die afwijkingen kunnen verschillende oorzaken hebben:
- Aangeboren: bv. een bicuspiede aortaklep, een aortaklep die slechts 2 in plaats van 3 klepblaadjes heeft. Die kleppen kunnen lang goed functioneren, maar verslijten toch sneller dan een normale aortaklep.
- Veroudering: bij mensen boven de 65 à 70 jaar kan de aortaklep verkalken waardoor ze stug wordt en niet goed meer opent. Die vernauwing (aortaklepstenose) vormt een belemmering voor de bloedstroom naar het lichaam.
- Lekkende klep: als de klepblaadjes van een klep elkaar niet meer volledig raken bij het dichtklappen, stroomt een deel van het bloed terug naar de achterliggende hartholte. Een voorbeeld is een lekkende mitralisklep doordat de hartkamer waarin de klep is vastgemaakt, uitgezet is. Dat kan het gevolg zijn van een aantasting van de kransslagaders of van een hartinfarct.
- Infectie: door een infectie zoals een tandabces of een vuile wonde kunnen bacteriën in het bloed en zo in het hart terechtkomen. De bacteriën nestelen zich vooral op al aangetaste of misvormde hartkleppen waardoor de klep kan worden vernietigd. Dat heet endocarditis, een ernstige ziekte die vaak een klepvervanging vereist.
De ingreep
Tijdens de hartklepoperatie wordt de aangetaste hartklep vervangen door een kunstklep of hersteld. Er bestaan verschillende types klepprothesen, mechanisch en dierlijk. We zoeken samen met uw arts naar de meest geschikte klep. Bij een herstelling plaatsen we meestal een kunststofring rond de klep (klepplastie) zodat de klepophanging niet overmatig kan uitzetten.
(Mini)sternotomie
Meestal openen we het borstbeen (sternotomie) om bij het hart te kunnen. Voor geïsoleerde aortaklepproblemen kan een ministernotomie volstaan. Daarbij wordt alleen het bovenste deel van het borstbeen geopend. Omdat we werken in het hart, wordt het stilgelegd en neemt een hart-longmachine de hart- en longfunctie over.
Minimaal invasief
Voor een geïsoleerde behandeling van de mitralisklep, al dan niet met bijhorend herstel van de tricuspiedklep, kunnen we kiezen voor een minimaal invasieve operatie. De procedure verloopt dan via een kleine incisie in de rechterborstkaswand en een bijkomende kleine incisie in de lies.
TAVI
Vernauwingen van de aortaklep behandelen we als dat aangewezen is ook langs de lies of de hals. We plaatsen dan de aortaklep via een katheter. Die procedure heet TAVI: Transcatheter Aortic Valve Implantation.
Op wekelijkse interdisciplinaire patiëntenbesprekingen bespreken leden van het hartteam de patiënten die in aanmerking komen voor deze behandeling. Een hartchirurg, een vaatchirurg, een cardioloog, een radioloog en een geriater maken deel uit van het team.