Bij kinderen met handaandoeningen moeten we rekening houden met bijkomende zaken. Zo zijn de onderdelen van de hand kleiner en delicater dan bij volwassenen. De hand groeit nog en verandert. Er zijn andere leermogelijkheden om functieverlies te compenseren. De interactie met de ouders en familie binnen het zorgtraject speelt een grote rol. Enzovoort.
Om handaandoeningen bij kinderen te behandelen, werken onze handchirurgen nauw samen met andere disciplines. Zo organiseren we samen met het Kinderrevalidatiecentrum een multidisciplinaire consultatie ‘hand en zenuw bij het kind’. Die consultatie vindt minstens om de drie maanden plaats. Zowel chirurgen, revalidatieartsen, kinesitherapeuten, ergotherapeuten als bandagisten nemen eraan deel. Daardoor is de consultatie ideaal om complexere behandelingen in te plannen en op te volgen.
Onze afdeling Handchirurgie focust zich al decennialang in het bijzonder op:
- aangeboren handaandoeningen
- verlamming door geboorteletsels van de plexus brachialis
- perifere zenuwletsels
Aangeboren handaandoeningen
Ongeveer 1 op 600 kinderen wordt geboren met een afwijking aan de hand of het bovenste lidmaat. De variatie aan aandoeningen is groot.
Enkele voorbeelden
Syndactylie
Soms wordt een kind geboren met twee of meerdere vingers die aan elkaar verkleefd zijn. Dat heet syndactylie en is de meest voorkomende aangeboren handaandoening. Ze kan aan een of beide handen voorkomen, maar ook aan de voeten.
De vingers zijn verbonden door de huid of in meer complexe gevallen ook door pezen en bot. Als de vingers chirurgisch worden gesplitst, hebben we extra huid nodig. Die gezonde huid (huident) halen we meestal uit de liesplooi.
Polydactylie
Polydactylie betekent een teveel aan vingers of tenen. Aan de hand is de duim het vaakst ontdubbeld, aan de voet de kleine teen. De operatie houdt doorgaans meer in dan alleen de extra vinger of teen wegnemen, het gaat om een reconstructie om een optimaal esthetisch en functioneel resultaat te verkrijgen.
Duimhypoplasie
Duimhypoplasie is een onderontwikkelde duim, soms in combinatie met een onderontwikkelde voorarm (radiale hypoplasie). De duim kan volledig ontbreken (aplasie) of slechts minimaal verschillen van de andere duim. De behandeling hangt af van de ernst van de hypoplasie.
Multidisciplinaire aanpak
Onze multidisciplinaire aanpak met een vast behandelingsteam biedt een grote meerwaarde.
- Om de mogelijke oorzaak van een aandoening te bepalen, doen we een beroep op het Centrum voor medische genetica. Een genetische oorzaak is waarschijnlijker als er naast aandoeningen van de hand ook elders in het lichaam afwijkingen voorkomen (syndroom) en uiteraard als er nog gevallen in de familie zijn.
- Voor de behandeling zelf werken onze handchirurgen nauw samen met de kinderarts en de kinderrevalidatiearts, de ergotherapeut en de orthopedisch technieker. De kinderanesthesist, gespecialiseerde verpleegkundigen en psychologen vervolledigen het behandelingsteam.
Verloop van de behandeling
- De eerste intake volgt het best vroeg na de geboorte, voor het kind 6 maanden oud is. Soms wordt de diagnose al voor de geboorte gesteld na een echografie. Ouders kunnen dan al op consultatie komen, maar we beslissen pas na de geboorte over de behandeling.
- Als een operatie nodig is, vindt die meestal 10 tot 12 maanden na de geboorte plaats.
- Een ingreep in dagopname vindt plaats in het Chirurgisch dagziekenhuis. Bij een ingreep met overnachting wordt uw kind opgenomen op de Specialistische pediatrische afdeling van het kinderziekenhuis Prinses Elisabeth.
- Na de operatie wordt de hand beschermd door een gipsverband tot boven de elleboog. Zo behoeden we de operatiewonde en het steriel wondverband voor vuil en besmetting. Let er bij het wassen goed op dat het gipsverband droog blijft.
- U komt ook wekelijks met uw kind op consultatie om de wonde te inspecteren. Dat gebeurt via een luik in het gipsverband. Na 3 tot 4 weken verwijderen we de gips.
- Maakt u zich zorgen over het gipsverband? Of maakt uw kind koorts, heeft het duidelijk pijn, ondervindt het ongemak? Neem dan contact op.
- Tijdens de kantooruren: met de verpleegkundigen van de gipskamer op tel. 09 332 26 69
- Bij urgenties buiten de kantooruren: met de orthopedist van wacht via het algemene nummer van het UZ Gent, tel. 09 332 21 11
Verlamming door geboorteletsels van de plexus brachialis
De zenuwen die van het ruggenmerg naar de schouder en de arm lopen, zijn gebundeld in de plexus brachialis. De plexus brachialis kan tijdens een moeilijke bevalling beschadigd raken. Daardoor kan de pasgeboren baby de arm niet of minder goed bewegen. We spreken dan van Erbse parese.
Verloop van de behandeling
- De ernst van zo’n verlamming kan sterk verschillen. Om die te bepalen, is zo snel mogelijk na de geboorte een gedegen klinisch onderzoek noodzakelijk.
- U meldt uw kind aan bij de poli Orthopedie (tel. 09 332 22 51, elke werkdag van 8 tot 17 uur, ingang 74, route 740) of de poli van het Kinderrevalidatiecentrum (tel. 09 332 42 37, ingang 40, route 400). Een arts van het plexusteam zal uw kind dan enkele dagen na de aanmelding evalueren.
- De behandeling bestaat uit kinesitherapie, ergotherapie en bracing. In sommige gevallen beslist het team na multidisciplinair overleg om te opereren.
- Zolang uw kind groeit, tot aan de adolescentie, bieden we een gestructureerde en specialistische opvolging op maat aan.
Perifere zenuwletsels
Bij een open wonde kunnen kinderen een zenuwletsel oplopen met verlies van gevoel of kracht tot gevolg. Zo'n wonde moeten we microchirurgisch onderzoeken.
Ook bij een botbreuk zonder wonde kan een zenuwletsel optreden. Ook dan is een zorgvuldig nazicht nodig om een ernstig en blijvend letsel te onderscheiden van een tijdelijke uitval. Het kind wordt dan herhaaldelijk klinisch onderzocht, aangevuld met technische onderzoeken zoals echografie, een MRI-scan en elektromyografie (EMG). Bij kleine kinderen gebeuren sommige technische onderzoeken onder narcose.