Sommige onderzoeken kunnen niet in de operatiekamer zelf plaatsvinden omdat die niet over de nodige apparatuur beschikt. Soms ook ervaren patiënten ze als onaangenaam, omdat ze bijvoorbeeld langdurig moeten stilliggen. In die gevallen kan de narcose elders toegediend worden waar de nodige apparatuur beschikbaar is.
Ook voor anesthesie buiten de operatiekamer moet de patiënt nuchter zijn. Zes uur voor de narcose mag hij geen vast voedsel meer innemen en twee uur ervoor mag hij geen heldere vloeistoffen meer drinken.
Voor de preoperatieve onderzoeken (bloedonderzoek, elektrocardiogram, röntgenfoto van de borstkas) consulteert de patiënt vooraf de huisarts of de anesthesist, die zullen beslissen welke onderzoeken nodig zijn.
Nadat de procedure is uitgevoerd, wordt de patiënt onmiddellijk wakker gemaakt en naar de ontwaakzaal gebracht. Daar verblijft hij korte tijd ter observatie, tot hij goed wakker is en de vitale parameters stabiel blijven.
Na deze fase kan hij terug naar huis, maar dan wel samen met een begeleider. Op de dag van de narcose mogen patiënten niet zelf een voertuig besturen. Het is evenmin raadzaam om op die dag belangrijke beslissingen te nemen of wettelijke documenten te ondertekenen.