Anesthesie bij mensen met overgewicht vergt speciale technieken. Daarnaast is natuurlijk ook een grondige kennis van de onderliggende ziektemechanismen nodig. De heelkundige diensten en de dienst Anesthesie van het UZ Gent hebben een ruime expertise in bariatrische ingrepen. In de operatiezalen en op de postoperatieve afdelingen beschikken wij bovendien over aangepast materiaal, dat specifiek bestemd is voor mensen met overgewicht.
De dienst Anesthesie van het UZ Gent is mede-oprichter van de European Society for the Perioperative Care of the Obese Patient (ESPCOP). We werken actief mee aan internationaal onderzoek en onderwijs. Op die manier helpen we mee om de anesthesietechnieken voor deze speciale patiëntenpopulatie te blijven verfijnen.
Wat maakt anesthesie bij overgewicht anders?
De anesthesierisico's bij obese mensen hangen af van de mate van overgewicht en van onderliggende aandoeningen van het hart, de longen, de lever en de nieren. Het risico van levensbedreigende complicaties bij deze ingreep en narcose bedraagt 0, 5 tot 1 procent. Voor sommige hoogrisicopatiënten kan dat cijfer hoger liggen.
Als patiënt kunt u dat risico helpen verminderen.
- Probeer voor de ingreep 5 tot 10 kg overgewicht te verliezen. Zelfs dit kleine gewichtsverlies kan al helpen om het risico te verminderen. Vooral de lever zal in omvang afnemen, wat gunstig is voor ingrepen in de buik.
- Verbeter uw fitheid voor de ingreep met oefeningen. Als uw conditie beter wordt, daalt ook het risico voor hart en bloedvaten en voor de luchtwegen.
Mogelijke complicaties
Vaak voorkomende verwikkelingen bij patiënten met overgewicht zijn:
- darmlek
- wondinfectie
- luchtwegproblemen
- trombose/longembolie
- verkeerd ingeschatte dosering van de medicatie.
Luchtwegen
Bij mensen met overgewicht bestaat altijd het risico dat zich complicaties van de luchtwegen voordoen. Als de anesthesist dat nodig vindt, wordt eerst nagegaan of uw luchtwegen wel toegankelijk genoeg zijn. Dat gebeurt voor de narcose, met een optisch kijktoestel en onder lokale verdoving. Zo kunnen we garanderen dat we tijdens uw anesthesie de noodzakelijke kunstmatige ventilatie kunnen toepassen.
Vaak voorkomende luchtwegproblemen tijdens de postoperatieve periode zijn: slaapapneusyndroom, longinfectie, vochtuitstortingen in de longen, verergering van astmatische klachten, tijdelijke vermindering van de longfunctie en longembolie.
Bij mensen met overgewicht is preventie en bescherming van de luchtwegen een belangrijk onderdeel van een veilige anesthesietechniek. Wordt u al behandeld voor een slaapapneusyndroom, dan wordt u gevraagd om uw behandeling mee te brengen. Tijdens de ingreep worden longbeschermende technieken toegepast.
Tijdens uw opname proberen we het risico op een longembolie zo laag mogelijk te houden door een combinatie van vroegtijdige beweging, antiflebitiskousen en bloedverdunnende medicatie. Bij patiënten met een hoog risicoprofiel wordt zo nodig gekozen voor een overnachting op de ontwaakzaal of vindt de nazorg op een afdeling intensieve zorgen plaats.
Dosering van medicatie
Het doseren van medicatie bij mensen met overgewicht is niet eenvoudig: de aanbevelingen in heel wat bijsluiters houden geen rekening met overgewicht. Uit studies weten we dat de vetvrije massa van het menselijk lichaam een bruikbaar criterium is om medicatie te doseren. Daarom is het belangrijk dat u uw lengte en gewicht correct vermeldt, zodat we op basis daarvan de vetvrije massa kunnen berekenen. Daarnaast beschikt de anesthesist over apparatuur die de effecten van sommige anesthetica kan meten. Op basis van de gemeten effecten kunnen we dan de dosering preciezer aanpassen.
Het gebruik van kortwerkende producten bij mensen met overgewicht is een hoeksteen van een veilige en voorspelbare anesthesie. Preventief worden braakwerende medicijnen toegediend, om het ongemak van misselijkheid en braken zo goed mogelijk te onderdrukken.
Na de ingreep
De taak van de anesthesist houdt niet op na de ingreep. De anesthesist blijft waken over uw comfort en over de pijnbehandeling. Mogelijkheden zijn klassieke pijnstillers, via injecties in de spier of met een infuus, en pijnstilling via epidurale verdoving. Bij deze techniek wordt via een ruggenprik een katheter aangebracht die verdovingsmiddel aanvoert rond de zenuwen die naar de operatieregio aftakken.
Zowel de klassieke als de epidurale pijnstillers kunnen via een pijnpomp worden toegediend. Mocht u nood hebben aan extra pijnstilling, dan kunt u die pijnpomp handmatig bedienen. De optimale pijnstilling wordt vooraf uitvoerig met u besproken.