Het Vlaams Instituut voor Gezond Leven omschrijft mentaal welzijn als een samensmelting van drie pijlers:
- jezelf kunnen zijn
- goed omringd zijn
- je goed voelen
Wat is distress?
Na een kankerbehandeling is ‘je goed voelen’ niet zo vanzelfsprekend. Kanker en de behandeling veroorzaken niet alleen lichamelijke klachten, maar vaak ook emoties zoals angst, onzekerheid, somberheid, wanhoop, frustratie … Die emoties worden samengevat onder de noemer distress.
Het National Comprehensive Cancer Netword (NCCN) definieert distress als een multifactoriële onaangename emotionele ervaring van psychologische, sociale, spirituele of fysieke aard die het vermogen om effectief om te gaan met kanker kan belemmeren.
Welke vormen van distress kunnen optreden na kanker?
Distress van psychologische aard
Uit onderzoek blijkt dat patiënten in de nazorgfase vooral angst rapporteren en meer specifiek angst voor herval. Zelfs patiënten met een gunstige prognose ervaren angst voor herval als een van hun grootste zorgen. Ze kampen er vooral mee tijdens controlescans of als ze lichamelijke symptomen ervaren.
Patiënten met angst voor herval kunnen hun lichaam nauwlettend controleren en monitoren. Ze moeten het vertrouwen in eigen lichaam terugvinden. Zorgverleners kunnen patiënten tijdens een (verpleegkundig) spreekuur helpen om symptomen beter te begrijpen en zo de angst te verminderen. Een empathische houding is daarbij heel belangrijk. Luister bv. actief naar de patiënt en vermijd een voortijdige geruststelling.
Angst en andere vormen van distress van psychologische aard, zoals depressieve gevoelens en piekergedrag, zijn onlosmakelijk verbonden met thema’s zoals seksualiteit, het cognitief functioneren, pijn, vermoeidheid en werkhervatting.
Distress van sociale aard
Ook goed omringd zijn is een voorwaarde om zich mentaal goed te voelen.
Ongeveer een derde van de patiënten ervaart enige tot veel belemmeringen in het sociaal functioneren. Door de ziekte of de behandeling ondervinden patiënten meer belemmeringen in de dagelijkse activiteiten. Daardoor verminderen de sociale contacten en wordt het risico op sociaal isolement groter. Gevoelens zoals eenzaamheid zijn dan niet abnormaal.
Ook kan er onbegrip ontstaan. De familie of vrienden van de patiënt weten soms niet hoe ze moeten reageren op de diagnose en komen niet meer op bezoek. Ook daar moet de patiënt mee leren omgaan.
Zorgverleners kunnen ondersteuning bieden om die gevoelens te (h)erkennen. Kwetsbare personen – bv. mensen met een klein sociaal vangnet of psychisch kwetsbare personen – verdienen daarbij extra aandacht. Doorverwijzing naar lotgenotengroepen of psychologische hulpverlening biedt voor sommige patiënten soelaas.
Distress van spirituele en existentiële aard
Bij het herstel moeten patiënten vaak een nieuwe identiteit opbouwen. Het besef dat het leven niet meer wordt zoals voor de diagnose, ervaren ze als verlies. Dat verlies, bv. van lichamelijk functioneren of van zelfvertrouwen, kan mentaal zwaar wegen.
De confrontatie met kanker en het creëren van een nieuwe identiteit raakt een mens ook in zijn existentieel (wel)zijn. Verschillende levensvragen komen daarbij kijken:
- Waarom overkomt mij dit?
- Wie ben ik?
- Hoe wil ik mijn leven hervatten na deze levensbedreigende aandoening?
- Wat is de zin van het leven?
Zingeving wordt gezien als een van de beschermende factoren tegen psychische problemen. Patiënten kunnen op tal van manieren zin geven, bv. door kracht te halen uit religie, spiritualiteit, sport, muziek. Zingeving kan een antwoord bieden op levensvragen, op wat belangrijk is, op waarvan je kan genieten. Het verlies kan op die manier ook groei betekenen.