Niet-farmacologisch
De manier om iets te verwerken, de copingstijl, is divers.
- De ene focust op een actieve aanpak en is eerder probleemoplossend: steun zoeken, emoties uiten, deelnemen aan lotgenotencontacten …
- De andere hanteert een meer passieve copingstijl en is eerder ondergaand: negeren, vermijden …
Een goede of foute copingstijl bestaat niet. Het blijft een zoektocht om te vinden bij welke stijl de patiënt het meeste baat heeft, wat constructief werk. Coping heeft soms een destructief karakter, bijvoorbeeld een latente verslavingsproblematiek die de kop opsteekt. Gerichte verwijzing kan dan zinvol zijn.
Psychotherapie
Het allerbelangrijkste is dat de patiënt een klik heeft met de een psychotherapeut om een langdurige zorgrelatie te kunnen uitbouwen. Binnen de psychotherapie bestaan verschillende stromingen. Voor de aanpak van bepaalde psychosociale problemen kan de stroming een rol spelen, maar in een eerste stadium is ze bijkomstig. Zorg bij de doorverwijzing wel dat de psychotherapeut over de nodige kwalificaties beschikt. Psychotherapeut is in tegenstelling tot psycholoog geen beschermde titel en sommige mensen eigenen zich die titel helaas ten onrechte toe.
Voor sommige patiënten is de stap naar psychologische hulpverlening groot. Er heerst nog altijd een taboe waarbij de hulpverlening geassocieerd wordt met ‘abnormaal zijn’ of ‘zwak zijn’. Psychotherapie kan nochtans helpen om beter om te gaan met bepaalde problemen, antwoorden te vinden, problemen dragelijker te maken. Een kant-en-klare oplossing biedt psychotherapie echter niet.
Als uw patiënt reserves heeft ten opzichte van psychotherapie, kan u hem alvast geruststellen dat hij altijd de controle behoudt.
- Eerst is er een kennismakingsgesprek om de ‘klik’ te beoordelen
- De patiënt kan altijd zijn eigen grenzen aangeven
- De patiënt kiest zelf waarover hij al dan niet wil spreken
- De patiënt bekijkt samen met de psychotherapeut wat nodig, nuttig en haalbaar is
Fysieke activiteit en sport
Regelmatig bewegen tijdens het herstel draagt bij tot meer spierkracht en aerobe fitheid (conditie). Het heeft een positieve invloed op de levenskwaliteit en het mentale welzijn: op lichaamsbeeld, emotioneel welzijn, slaap en vermoeidheid, fysiek functioneren, sociaal functioneren en angst- en pijnklachten.
Complementaire therapieën
Internationale richtlijnen – gebaseerd op de nodige evidentie – raden relaxatie, mindfulness, yoga, meditatie of creatieve manieren zoals kunst, muziek aan als mogelijke complementaire therapieën om met distress om te gaan.
Steun en contact
Steun vinden bij familie, vrienden en lotgenoten bevordert uiteraard het mentale welzijn.
Farmacologisch
Bij angst met een geringe ziektelast volstaan voorlichting en zelfhulpadviezen. Bij uitgesproken distress kan naast gespreksondersteuning ook een farmacologische tussenkomst zoals antidepressiva aangewezen zijn.
Er is een lichte voorkeur voor SSRI’s boven serotonerge TCA’s vanwege een kleinere kans op ernstige bijwerkingen. Na herstel van de angststoornis is begeleiding om te stoppen met het antidepressivum en terugvalpreventie belangrijk.