Risicofactoren en symptomen
Etalagebenen worden veroorzaakt door een vernauwing van de slagaders die bloed naar het been brengen. De aanvoer van bloed, en dus zuurstof, naar de spieren is dan belemmerd. Als je stapt, verhoogt de zuurstofnood omdat de spieren belast worden. Daardoor ontstaat zuurstoftekort, wat een stekende pijn veroorzaakt, een soort kramp of een gevoel van vermoeidheid. Als je stilstaat, verdwijnt de pijn opnieuw. De naam etalagebeen vindt zijn oorsprong in dat stilstaan: alsof je stopt om een etalage te bekijken.
Oorzaak: atherosclerose
Slagaderziekte of atherosclerose is een sluipend proces van vetophoping in de binnenbekleding van de slagaders. Op deze ophoping kan zich ook kalk afzetten, waardoor de slagaders niet alleen stijver maar ook nauwer worden. Dat proces vindt niet alleen plaats in de slagaders van de benen maar kan ook in andere slagaders voorkomen.
Als je etalagebenen hebt, is de kans dus groot dat de slagadervernauwing ook optreedt ter hoogte van de halsslagaders en de kroonslagaders in het hart. Als we die vernauwingen niet behandelen, kunnen ze een beroerte of hartinfarct veroorzaken.
Risicofactoren voor atherosclerose zijn:
- erfelijkheid
- gevorderde leeftijd
- hoge bloeddruk
- verhoogde cholesterol
- (passief) roken
- suikerziekte
- gebrek aan lichaamsbeweging
- overgewicht
Klachten
Langdurig (chronisch) ziekteverloop: langer dan 14 dagen
Pijn bij het stappen is de belangrijkste klacht bij etalagebenen. In het begin voel je enkel pijn bij het klimmen (heuvel, meerdere trappen) of snelwandelen. Later heb je ook pijn als je langzamer stapt. De pijn gaat na enkele minuten rust over. Hoe ernstiger de vernauwing of verstopping, hoe sneller je
pijn krijgt bij het wandelen.
Bij uitgesproken slagaderlijden treedt de pijn niet alleen op bij beweging maar ook in rust (bijvoorbeeld als je in de zetel of in bed ligt). Door het wegvallen van de zwaartekracht is de bloeddruk dan lager waardoor de doorbloeding van het been/de voet vermindert. De pijn verdwijnt door het been uit het bed te laten hangen om de aanvoer van zuurstof te verbeteren.
Andere mogelijke klachten:
- koude voeten (ook andere oorzaken mogelijk)
- verdwijnen van haargroei op voeten en tenen
- verdikking van de teennagels
- trager groeiende teennagels
- gevoelsverlies in de voeten of zelfs geen gevoel meer
Plots (acuut) ziekteverloop: korter dan 14 dagen
Een beenslagader kan ook plots verstoppen in plaats van langzaam dicht te slibben. Dat leidt tot
acute klachten:
• plotse, hevige pijn in het been
• bleke en koude huid van het been
• een verdoofd gevoel in het been
• krachtverlies in de beenspieren
Levensstijlaanpassing
Een gezonde levensstijl kan het proces van slagaderverkalking, en de hart- en vaatziekten die ermee gepaard gaan, voorkomen of uitstellen. Ouder worden, familiale belasting en geslacht zijn belangrijke risicofactoren die we niet in de hand hebben. Toch kunnen enkele aanpassingen in onze levensstijl al een gunstig effect hebben.
- Stop met roken: roken heeft een rechtstreekse invloed op de vernauwing van de slagaders. Zelfs af en toe roken is schadelijk. Meer info in de folder Stoppen met roken (103.81 KB) "pdf".
- Beweeg elke dag (zeker minimaal drie keer per week) minstens een halfuur, bv. fietsen, wandelen of zwemmen.
- Vermijd verzadigde vetten: ze verhogen het cholesterolgehalte.
- Wees zuinig met zout: een hoge zoutinname verhoogt de bloeddruk.
- Beperk alcohol: drink max. één glas alcohol per dag.
- Hou je bloedsuikerspiegel onder controle als je suikerziekte hebt.
- Eet gevarieerd: in een gezond voedingspatroon horen veel groenten en fruit en (vette) vis (rijk aan meervoudig onverzadigde vetzuren). Eet niet te veel (rood) vlees.
- Hou je lichaamsgewicht gezond: overgewicht overbelast het hart en de bloedvaten.
- Beperk stress en spanningen (op het werk of thuis) om hart- en vaatziekten te voorkomen.
Meer info in de folder Hartvriendelijk eten en leven (209.63 KB) "pdf".
Staptraining
In verschillende stadia van de aandoening is staptraining aangewezen. Stappen vergroot de capaciteit van de kleinere zijtakken, de collateralen, die parallel lopen aan de gewone slagaders. Een gespecialiseerd kinesitherapeut kan een persoonlijk trainingsschema opstellen en je begeleiden. Op de website claudicatiocare.be vind je een kinesitherapeut bij jou in de buurt.
De staptraining is bedoeld om de maximale pijnvrije loopafstand te vergroten. Daarnaast verbetert de training ook de conditie. Ons advies luidt: blijven stappen! De meeste patiënten zien na drie maanden al een gunstig effect. Ook nadat je een trainingsschema hebt gevolgd is het belangrijk dat je dagelijks blijft wandelen.
Medicatie
Plaatjesremmers
Plaatjesremmers zorgen ervoor dat de bloedplaatjes minder snel samenklitten en gaan dus de vorming van bloedstolsels tegen. De meest gebruikte plaatjesremmers zijn aspirine (Asaflow®, Cardioaspirine®) of thiënopyridines zoals (Plavix® of clopidogrel, prasugrel, ticlopidine).
Alle patiënten met hart- en vaatziekten krijgen standaard aspirine, bijvoorbeeld na een hartinfarct, na een beroerte of bij etalagebenen. Soms geven we voor een korte periode twee plaatjesremmers, bijvoorbeeld na de plaatsing van een stent.
Cholesterolverlagers
Cholesterolverlagende middelen (statines) remmen de aanmaak van LDL-cholesterol – de zogenoemde slechte cholesterol. LDL-cholesterol veroorzaakt een vettige afzetting op de binnenwand van de slagaders. Ook als jouw cholesterol niet te hoog is, schrijven we statines voor. Het middel gaat namelijk (verdere) slagadervernauwing tegen.
Bloeddrukverlagers
We schrijven enkel bloeddrukverlagers voor bij een te hoge bloeddruk (> 140/80 mmHg). Dat doen we meestal in samenspraak met de huisarts of hartspecialist.
Chirurgie
Minimaal invasieve chirurgie
Percutane transluminale angioplastie (PTA)
Bij een PTA prikt de arts de slagader aan ter hoogte van de lies, onder plaatselijke of algemene verdoving. De vaatchirurg schuift een sheath (buisje) op in de slagader. Via een katheter in de sheath wordt contraststof toegediend waardoor de vaten oplichten op een beeldscherm. Het onderzoek is niet pijnlijk. De contrastvloeistof geeft wel een warm, branderig gevoel maar dat trekt na enkele seconden weg.
Ben je allergisch voor contrastvloeistof? Meld dat al bij de eerste consultatie. Met aangepaste medicatie kan de ingreep toch plaatsvinden.
Als je nierinsufficiëntie hebt, dienen we voor en na de ingreep een vochtinfuus toe om de nieren maximaal te beschermen.
Ballondilatatie
Dilateren betekent het oprekken van de vernauwde slagaders. Zo verwijden we de vernauwing of verstopping in de elastische slagader en verbeteren we de doorbloeding.
De vaatchirurg plaatst een katheter en brengt de vernauwde zone in beeld met behulp van contrastvloeistof. De chirurg brengt een ballon naar de plaats van de vernauwing en blaast die op. In sommige gevallen dienen we via die ballon medicatie toe om de duur van het verwijdend effect te verlengen.
Stent
Vaak volstaat ballondilatatie maar als we zien dat het bloedvat onvoldoende opent of de neiging heeft om snel weer te krimpen, dan plaatsen we een stent: een veertje uit nitinol (een metaalsoort) dat het bloedvat openhoudt.
Klassieke, open chirurgie
We kiezen voor een klassieke operatie als de vernauwing zo uitgesproken is dat het bloedvat over een lange afstand verstopt is of als de slagaderziekte zich ter hoogte van de lies bevindt. De vaatchirurg informeert je altijd uitgebreid over de voor- en nadelen van de mogelijke behandelingen en beslist in overleg met jou.
Liesplastie
Een liesplastie is een operatie waarbij de chirurg de vernauwde slagader opent en de kalkplaque weghaalt. Met een stukje van een ader of met kunststof (patch) wordt het bloedvat opnieuw gehecht. Dat kan uiteraard alleen op een goed bereikbare plaats, zoals in de lies.
Bypass
Een bypass of overbrugging is een nieuw aangelegde weg die het bloed rond de vernauwde slagader leidt. De vaatchirurg creëert deze omleiding met een oppervlakkige ader uit het been of met een kunststofprothese. We verwijderen de kalkplaque niet, maar leggen een nieuwe weg aan om die te overbruggen zodat het bloed opnieuw de lagergelegen weefsels bereikt.
Verloop van de opname
- De dag van de ingreep moet je nuchter zijn: dat betekent vanaf middernacht niets meer gegeten of gedronken hebben.
- De verpleegkundige geeft je de medicatie die je nog met een slokje water mag innemen (op voorschrift van de arts).
- Een halfuur voor de ingreep brengen we je liggend in bed naar het operatiecomplex. In de bedhold (wachtruimte) krijg je een infuus (als dat nog niet gebeurd is).
- Na de ingreep maken we jou onmiddellijk wakker. We brengen je naar de ontwaakzaal: Post-anesthesie zorgafdeling, ingang 12, route 1269 (soms naar de afdeling Intensieve zorg, ingang 12, route 1262). Daar verblijf je enkele uren. Sommige patiënten blijven op de PAZA overnachten. De verpleegkundige controleert nauwlettend elk verband op een mogelijke nabloeding, en controleert je bloeddruk en pols, de doorbloeding van je voet/been door opvolging van de temperatuur, de kleur van de voeten en de dopplersignalen.
Het bezoekuur op de Post-anesthesie zorgafdeling (ingang 12, route 1269) is kort en beperkt: tussen 20 en 20.30 uur.
Na de ingreep
Na een open operatie verblijf je enkele dagen in het ziekenhuis. Je moet, afhankelijk van de ingreep, minstens 24 tot 48 uur in bed blijven liggen. We controleren dagelijks meerdere keren de doorbloeding via een klinisch onderzoek en met het dopplerapparaat. Een redondrain blijft nog een tijdje zitten om overtollig wondvocht en eventueel bloed af te voeren.
Voor je naar huis mag, voeren we soms nog een duplexechografie uit om de doorgankelijkheid van de bypass te controleren. Hoe goed de wonde geneest en hoe mobiel je bent bepalen wanneer je naar huis mag.
Na een ballondilatatie blijf je meestal maar één nacht in het ziekenhuis. Je moet 24 uur in bed blijven. We controleren meerdere keren de doorbloeding via een klinisch onderzoek en met het dopplerapparaat.