Een borstvergroting wordt uitgevoerd met een borstprothese of met lichaamseigen vet.
Met een borstprothese
Een borstprothese is een omhulsel van vaste siliconen met een ruw of glad oppervlak, gevuld met een siliconenengel of een fysiologisch serum.
- De cohesieve siliconengel voelt soepeler aan. Nadeel is dat als de prothese scheurt, de siliconen kunnen lekken. Bij de huidige prothesen is dat risico minimaal, maar bij oudere modellen is de vulling vloeibaarder. Op de dienst Plastische chirurgie gebruiken we alleen implantaten met een cohesieve gel waarbij de silicone bij een scheur niet gaat lekken.
- Het fysiologisch serum is absoluut veilig, maar de prothese kan minder natuurlijk aanvoelen.
Er zijn twee modellen van prothesen:
- de rondgevormde prothesen
- de anatomisch gevormde prothesen die op een druppel lijken
De anatomisch gevormde prothesen zijn meestal duurder dan de rondgevormde. Welke prothese het meest geschikt is, hangt van persoon tot persoon af. De keuze wordt in overleg met de chirurg gemaakt.
Plaatsing
De plaats waar de prothese ingebracht wordt, hangt af van de anatomie van de patiënt:
- ofwel tussen de borstklier en de borstspier
- ofwel achter de borstklier en de borstspier
De chirurg bekijkt samen met u wat het beste resultaat zou opleveren en wat de voor- en nadelen zijn van elke plaats.
De operatie gebeurt onder algemene verdoving.
Complicaties
Bij een overgrote meerderheid van de patiënten geeft een borstvergroting een mooi resultaat. Maar zoals bij elke operatie zijn er complicaties mogelijk.
- Complicaties meteen na de operatie komen zelden voor. Het gaat om nabloeding, moeilijke wondgenezing en infectie.
- Mogelijke complicaties op langere termijn zijn:
- Verminderde gevoeligheid in de tepel. Dat komt zelden voor en is meestal tijdelijk.
- Lekkage van de borstprothesen, al is de kwaliteit van borstprothesen dermate geëvolueerd dat ze nu minstens 15 jaar meegaan.
- Kapselvorming door overmatige littekenvorming rond de prothese. Hierdoor kan de borst verharden en in een onnatuurlijke positie komen. In extreme gevallen ontstaat er een ernstige kapselcontractuur en wordt de borst als het ware een harde bal. Dat kan heel pijnlijk zijn, waardoor de prothese weer moet worden verwijderd. De kans hierop is echter heel klein.
- Foute positie van de prothese. De prothese kan zich na verloop van tijd verplaatsen.
- Een lymfoom die zich ontwikkelt rond de borstimplantaten. Deze vorm van lymfeklierkanker heet BIA-ALCL: ‘Breast Implant-Associated Anaplastic Large Cell Lymphoma’ of ‘Grootcellig anaplastisch lymfoom, gekoppeld aan borstimplantaten’.
BIA-ALCL komt uiterst zelden voor en de meeste patiënten genezen als het vroegtijdig wordt opgespoord. Het frequentste signaal voor de aandoening is een laat optredende zwelling (seroom) rondom het implantaat. Dat vraagt altijd een grondig onderzoek waarbij een staal van het vocht wordt afgenomen. - Systemische klachten zoals chronische pijn, ontstekingen van spieren en gewrichten, autoimmuunziekten en algemene moeheid worden soms toegeschreven aan siliconen implantaten. Daar zijn nog geen wetenschappelijke bewijzen voor, maar het kan wel aangewezen zijn om de implantaten te verwijderen.
Met lichaamseigen vet
Lipofilling is een chirurgische procedure waarbij vetweefsel van de patiënt wordt gebruikt. De procedure bestaat uit drie stappen:
- Liposuctie waarbij vetweefsel van de patiënt wordt opgezogen
- Verwerking om het opgezogen vetweefsel te prepareren voor injectie
- Injectie van het vetweefsel
Met lipofilling kunnen we meestal slechts kleine hoeveelheden volume toevoegen per sessie.
Hybride borstvergroting
Bij een hybride borstvergroting wordt een deel van het gewenste volume toegevoegd met een prothese en een deel met lipofilling.
Met lipofilling worden vooral bepaalde regio’s van de borst behandeld om een meer natuurlijk resultaat te verkrijgen. Doordat er een kleinere prothese gebruikt wordt, is de kans dat die zichtbaar of voelbaar is kleiner. Het resultaat oogt meestal natuurlijker.
Terugbetaling
Een borstvergroting is een esthetische ingreep en wordt vrijwel nooit door de ziekteverzekering terugbetaald. Ook hospitalisatieverzekeringen vergoeden de ingreep meestal niet.