Routineonderzoek
Vanuit de operatiekamers of poliklinieken van het ziekenhuis en ook extern worden weefselstukjes en grotere resectiestukken naar het labo gestuurd voor pathologisch onderzoek. Daar wordt het weefsel, na een controle op de juistheid van de meegezonden gegevens, geregistreerd in het informatiesysteem van het laboratorium.
Verloop onderzoek
In eerste instantie vindt een macroscopisch onderzoek van het weefsel plaats. Een patholoog of macroscopie-assistent kijkt met het blote oog naar het aantal en het uitzicht van de toegestuurde weefselstukjes. Hij beschrijft het uitwendig aspect en noteert de afmetingen en het gewicht.
Bij grotere gereseceerde weefsels of organen snijdt de patholoog in opleiding of de macroscopie-assistent het weefsel in en neemt er, volgens vastgestelde procedures, gerichte stukjes uit. Daarna ondergaan de (uitgesneden) weefselstukjes een technisch bewerkingsproces voor ze als microscopisch preparaat beoordeeld kunnen worden.
De patholoog onderzoekt de weefselpreparaten onder de microscoop. Hij beschrijft cellen en weefselstructuren die afwijken van het normale weefselbeeld. Na het uitvoeren van specifieke kleuringen, wordt een diagnose gesteld die past bij de aangetroffen cel- en weefselveranderingen.
Vriescoupes
Naast de standaardmethode kunnen pathologen ook vriescoupes of sneldiagnostiek verrichten tijdens een operatie. Daarbij vriezen ze weefsel in om zo snel mogelijk een microscopisch preparaat te kunnen maken.
Als een chirurg bijvoorbeeld wil weten of een letsel ruim genoeg werd weggesneden, kunnen tijdens de ingreep de snijranden geanalyseerd worden. Dit onderzoek duurt ongeveer 30 minuten. De patiënt blijft intussen onder narcose.
Immunohistochemische kleuringen
Immunohistochemie (IHC) lokaliseert componenten (antigenen), meestal eiwitten, in biologische weefsels met behulp van specifieke antilichamen. IHC heeft als grote voordeel dat het mogelijk maakt om precies aan te geven waar bepaalde componenten zich bevinden in het onderzochte weefsel. Kenmerkend voor deze methode is de microscopische visualisering van specifieke componenten met behoud van morfologische details.
Deze techniek wordt voornamelijk gebruikt om de karakterisering van tumorcellen te verbeteren en, meer recent, om specifieke of gemuteerde eiwitten te detecteren, belangrijk voor een betere behandeling van patiënten met behulp van gerichte therapieën. IHC kan ook gebruikt worden om specifieke bacteriën en virussen te detecteren.
De antilichamen die momenteel beschikbaar zijn als marker, kan u opvragen via kwaliteitpathologie@uzgent.be.