Elk diagnostisch proces begint met een anamnese en een klinisch onderzoek.
Het is vaak moeilijk om een hersengezwel vast te stellen omdat een groot deel van de vroege symptomen veel vaker voorkomen als gevolg van andere, eerder banale aandoeningen. Daarom worden hersentumoren vaak pas in een later stadium ontdekt, wanneer er symptomen ontstaan die specifiek zijn voor een probleem in de hersenen.
Hersenscan
Bij vage symptomen die niet overgaan en onverklaard blijven of bij symptomen die specifiek zijn voor een probleem in de hersenen verrichten we een hersenscan. Dat gebeurt het best met een MRI-scan (magnetische resonantie). Zo’n scan gebruikt een onschadelijk magnetisch veld en toont de hersenen in detail.
De MRI-scanner is niet altijd even snel beschikbaar. Als het onderzoek dringend is (bv. omdat een kind plots fel achteruitgaat) voeren we een CT-scan uit. Dit toestel is sneller inzetbaar, maar toont de hersenen minder in detail en gebruikt röntgenstralen.
Vaak krijgt de patiënt contraststof toegediend via een infuus in een ader. Zo krijgen we meer informatie over de aard van het gezwel.
Een hersenscan kan de aanwezigheid van een hersentumor aantonen of uitsluiten. De scan toont ook de relatie met andere hersenstructuren, zoals belangrijke bloedvaten. In de meeste gevallen kan een hersenscan niet bepalen over welk type tumor het gaat. Het onderzoek vertelt ons ook niet hoe agressief een tumor is. Daarvoor is meestal een biopsie nodig.
Lees meer
Biopsie
Bij een biopsie nemen we een stukje tumorweefsel weg en sturen dat naar het labo voor microscopisch en genetisch onderzoek.
Het is onduidelijk of het gezwel moet worden verwijderd
Als het onduidelijk is of we het gezwel chirurgisch moeten verwijderen, verrichten we enkel een biopsie. Het is soms mogelijk om het letsel te bereiken met een naald die via een klein gaatje in de schedel tot in het gezwel wordt gebracht.
Is dat niet haalbaar, dan kan een kijkoperatie of een open operatie nodig zijn. Bij een open ingreep maken we een venster in de schedel. Via die toegang kan het letsel onder de operatiemicroscoop worden benaderd.
Het gezwel moet zeker worden verwijderd
Als we op basis van de symptomen en de scans zeker zijn dat het letsel chirurgisch moet verwijderd worden, heeft het geen zin om vooraf een biopsie uit te voeren. In dat geval wordt het gezwel onmiddellijk zoveel mogelijk verkleind of weggenomen.
Microscopisch en genetisch onderzoek
Het weggenomen weefsel sturen we naar het labo voor microscopisch en genetisch-moleculair onderzoek. Daarmee stellen we het type en de aard van het gezwel vast. Deze resultaten bepalen in belangrijke mate de behandeling en prognose.
Op dienst Pathologische anatomie wordt het weefsel eerst verwerkt (gefixeerd, versneden, gekleurd, enz.). Die verwerking neemt wat tijd in beslag. De diagnose is meestal 5 tot 10 dagen na de biopsie gekend. De bepaling van de genetische en moleculaire kenmerken kan 2 tot 3 weken in beslag nemen.