Bij een forensische autopsie onderzoekt de wetsarts het lichaam van een overleden persoon uitwendig en inwendig. Daarvoor wordt het lichaam geopend, zodat ook inwendige letsels en eventuele medische afwijkingen kunnen worden onderzocht.
De autopsie gebeurt volgens een gestandaardiseerde methode en in aanwezigheid van de politie en het CSI-team. Het belangrijkste doel is om de (meest waarschijnlijke) doodsoorzaak vast te stellen.
Hoe verloopt de autopsie?
In bepaalde gevallen gebeurt vooraf een radiologisch onderzoek (total body CT).
De autopsie zelf verloopt in verschillende stappen.
- Eerst wordt de rug geopend.
- Daarna worden de borst- en buikholte geopend.
- Tot slot wordt de schedel geopend.
De wetsarts beschrijft, weegt en disseceert de organen. Ook de hersenen en de halsstructuren (het keelskelet) worden onderzocht.
Tijdens de autopsie neemt de wetsarts stalen voor microscopisch en toxicologisch onderzoek. Als dat nodig is, worden ook stalen voor ander onderzoek, bijvoorbeeld microbiologisch onderzoek, veiliggesteld.
Wat na de autopsie?
Na het onderzoek plaatst de wetsarts de organen terug in het lichaam. Het lichaam wordt gesloten en opgebaard. Zo kan, in de mate van het mogelijke, een waardig afscheid plaatsvinden.
Meer weten?
Lees meer in onze brochure voor nabestaanden: Gerechtelijke autopsie (102.33 KB) "pdf"