Een forensisch plaatsonderzoek is een medisch-forensisch onderzoek op de plaats waar een overleden persoon werd aangetroffen.
Als er een vermoeden is van een misdrijf, beschouwt justitie die plaats als een plaats delict.
Wat gebeurt er tijdens het onderzoek ter plaatse?
Tijdens het onderzoek bekijken de wetsarts en de onderzoekers:
- de situatie waarin het lichaam werd aangetroffen
- elementen in de omgeving
- relevante sporen
Hoe verloopt het onderzoek?
Als de wetsarts aankomt, licht de aanwezige politie eerst toe onder welke omstandigheden het lichaam werd aangetroffen.
Daarna start het onderzoek ter plaatse. Dat gebeurt altijd sporenbewust en in samenwerking met het Crime Scene Investigation-team (CSI) van de federale gerechtelijke politie.
Het plaatsonderzoek wordt bijna altijd, als dat mogelijk is, gecombineerd met een uitwendige schouwing van het lichaam van de overledene.
Waarom gebeurt dit onderzoek?
Justitie gebruikt het onderzoek ter plaatse samen met de uitwendige schouwing vaak als een eerste screening. Zo kan justitie nagaan of verder onderzoek nodig is.
De aanwezige politiediensten, het CSI-team en de wetsarts rapporteren hun bevindingen aan de magistraat die het onderzoek heeft gevraagd.
De magistraat beslist daarna:
- of het lichaam wordt vrijgegeven
- of er verder onderzoek nodig is.
Verder onderzoek betekent meestal dat de wetsarts opdracht krijgt om een inwendige schouwing (autopsie) uit te voeren.
Meer weten?
Lees meer in onze brochure voor nabestaanden: Gerechtelijke autopsie (102.33 KB) "pdf"