We maken een onderscheid tussen oppervlakkige en diepe aders. De oppervlakkige aders liggen in het vetweefsel onder de huid, de diepe aders lopen naast de slagaders, tussen de spieren. De diepe aders voeren 90 procent van ons bloed terug naar het hart. Zowel in een oppervlakkige als in een diepe ader kan zich een klonter vormen. Bij klontervorming in een oppervlakkige ader spreken we van tromboflebitis. Treedt de klontervorming op in een diepe ader, dan is sprake van een diepe veneuze trombose. De klonter belemmert de bloedtoevoer naar het hart.
Tromboflebitis
Tromboflebitis is een ontsteking veroorzaakt door een klonter in een oppervlakkige ader. De ontsteking geeft een verharde, pijnlijke, rode zone. Tromboflebitis is op zich niet gevaarlijk, tenzij de aantasting uitgebreid is of dicht bij een diepe ader ligt. Dan kunnen zich embolen ontwikkelen: wegschietende klonters.
Om tromboflebitis te behandelen volstaat meestal een steunwindel en ontstekingswerende zalf. Blijven bewegen kan geen kwaad. We raden wel aan om altijd een arts, bij voorkeur de huisarts, te raadplegen. Bij terugkerende of hardnekkige tromboflebitis is nazicht door een vaatchirurg aangewezen.
Risicofactoren
- Beschadiging van de aderwand, bv. na trauma of heelkunde
- Vertraagde bloeddoorstroming door:
- langdurig stilzitten (bv. bij langeafstandsvlucht)
- bedrust en ziekenhuisopname
- gips
- zwangerschap en obesitas: door de verhoogde druk in het bekken en de buik wordt de bloedstroom van de benen naar het hart belemmerd.
- Verhoogd stollingsrisico door:
- anticonceptiepil of hormonale therapie
- roken
- kanker
- aangeboren stollingsafwijkingen
Symptomen
- Zwelling: een zwelling in een been of arm is bijna altijd eenzijdig. Afhankelijk van de plaats van de klonter kan het volledige been opzwellen of alleen het onderbeen of de voet.
- Pijn: drukkend en gespannen gevoel
- Soms kan de huid verkleuren (paars) of kan de aangetaste plaats warm voelen
- Bij longembolen (klonters die weggeschoten zijn naar de longen):
- plotse kortademigheid
- pijn op de borst
- duizeligheid
Let wel: longembolen kunnen dodelijk zijn. Raadpleeg altijd een arts.
Behandeling
Compressietherapie
Compressietherapie is nodig om verdere zwelling in het been tegen te gaan en de bloedstroom te bevorderen. Een steunwindel of steunkous zorgt voor een uitwendige druk van de voet naar de lies toe. Daardoor zal de zwelling verminderen en nemen ook de klachten af.
Actief blijven
Het is raadzaam om bedrust te vermijden: je mag lichte fysieke activiteiten uitoefenen.
Hoogstand benen in rust
Bouw regelmatig een korte rustpauze in en leg de benen dan omhoog.
Bloedverdunners
Bloedverdunners voorkomen dat bloedklonters aangroeien en dat zich longembolen ontwikkelen. Ze lossen de klonter niet op, daar zorgt het lichaam zelf voor. Wie klassieke bloedverdunners neemt zoals Marevan of Marcoumar moet regelmatig bloed laten afnemen om de bloedstolling te controleren. De dosis moet telkens aan de bloedwaarden worden aangepast. De nieuwe types bloedverdunners – ook wel DOAc of NOAC genoemd – kan je dagelijks innemen zonder dat je bloed bijkomend moet worden gecontroleerd. Daarom geven we er ook de voorkeur aan, op voorwaarde dat je medische voorgeschiedenis en toestand het toelaten.
Bloedfilter
Als je geen bloedverdunners mag nemen, kan een filter in de buikader uitkomst bieden. De filter vangt de kleine bloedklonters op die anders via de bloedstroom in de longen zouden terechtkomen.
Veneuze trombolyse of trombectomie
Bij een zeer uitgebreide trombose of ernstige klachten zal de chirurg een trombolyse of trombectomie als mogelijke behandeling voorstellen. Bij een trombolyse prikt de chirurg een ader in het been aan en plaatst een katheter ter hoogte van de klonter. Via de katheter dienen we gedurende 1 tot 3 dagen een product toe dat de bloedklonter oplost. Deze techniek heeft als voordeel dat de bloedklonter sneller oplost en dat we eventuele onderliggende vernauwingen van de aders tegelijk kunnen behandelen.
Soms moeten we evenwel sneller behandelen om erger te voorkomen. In dat geval verwijderen we de klonter via een open procedure: een zogenaamde trombectomie. Dat vereist een ziekenhuisopname en houdt een risico in op een spontane bloeding.
De chirurg zal deze behandelingen uitgebreid met jou bespreken.
Complicaties
Longembolen
Als een diepe veneuze trombose onbehandeld blijft kunnen zich embolen vormen. Embolen zijn kleine bloedklonters die loskomen en via de bloedstroom eerst in het hart en uiteindelijk in de longen terechtkomen. Daar blijven ze steken in de slagadertjes van de long. Dat belemmert de goede werking van de longen en leidt tot klachten zoals kortademigheid en pijn op de borst. Met longembolen moet je altijd opgenomen worden in het ziekenhuis.
Posttrombotisch syndroom
Een bloedklonter veroorzaakt een ontsteking ter hoogte van de aderwand. Die kan leiden tot littekenvorming aan de kleppen en de aderwand, wat de normale werking van de kleppen verstoort. Het bloed blijft dan onder invloed van de zwaartekracht in het been staan en circuleert niet zoals het hoort. Dan is sprake van diepe veneuze insufficiëntie. Bij rechtstaan of fysieke inspanning stroomt het bloed niet goed terug naar het hart. Dat zorgt voor een zwelling en een onaangenaam drukgevoel in het been. In een latere fase treden huidveranderingen en spataders op. Als een behandeling uitblijft kunnen wondjes ontstaan.
De behandeling bestaat in de eerste plaats uit compressietherapie met een steunkous klasse III of een steunwindel. Stellen we bij een duplexechografie een vernauwing van de grote aders vast, dan kom je eventueel in aanmerking voor een heelkundige ingreep. De chirurg zal dit met jou bespreken.