Een arts kan zuurstof voorschrijven als er sprake is van zuurstoftekort in het bloed (hypoxemie) en de weefsels (hypoxie). Zuurstof kan zowel thuis als in het ziekenhuis toegediend worden. Zuurstoftoediening thuis mag enkel na opleiding en onder begeleiding van een deskundige.
Kortdurende zuurstoftherapie
Patiënten met chronische long- of hartaandoeningen kunnen tijdens een infectie of opstoot tijdelijk een gebrek aan zuurstof hebben. Ook na een ziekenhuisopname omwille van een longontsteking, een longembolie, pleuravochtuitstorting of een pneumothorax kunnen patiënten tijdelijk nog zuurstof nodig hebben.
Elke arts kan dan een kortdurende zuurstoftherapie thuis voorschrijven. Die mag één tot maximaal drie maanden duren. Normaal gezien normaliseert het zuurstofgehalte in het bloed na twee tot vier weken en wordt de behandeling stopgezet. Als het zuurstofgehalte in het bloed na drie maanden nog niet op het normale peil is, komt de patiënt per definitie in aanmerking voor langdurige zuurstoftherapie.
Langdurige zuurstoftherapie
Sommige patiënten hebben ook in een stabiele fase van hun aandoening aanhoudend of langdurig ernstig zuurstofgebrek. Door langdurig zuurstoftekort kan de druk in de long- en bloedvaten te hoog worden. Daardoor wordt de rechterharthelft belast en nemen de longen minder zuurstof op. Dag en nacht zuurstof toedienen kan bij patiënten met een aanhoudend ernstig zuurstofgebrek onder andere de overlevingskansen verbeteren en klachten verminderen.
Zuurstoftherapie wordt onder andere gebruikt bij patiënten die lijden aan:
- COPD (rokerslong, chronische bronchitis en emfyseem)
- Eindfase van kanker
- Hartfalen
- Mucoviscidose (taaie slijmziekte)
- Astma
- Interstitiële longaandoeningen
- Zeldzame vormen van hoofdpijn, zoals clusterhoofdpijn, die met een normaal zuurstofgehalte in het bloed gepaard gaat