Anti-epileptica
Na de diagnose van epilepsie starten we meestal een behandeling met een geneesmiddel op dat de epileptische aanvallen onderdrukt. Er bestaan verschillende soorten van zulke anti-epileptica. Voor ongeveer twee op de drie patiënten zorgen ze ervoor dat ze langdurig geen aanvallen meer krijgen.
Maar bij een op de drie patiënten blijven de aanvallen optreden, zelfs na herhaalde pogingen om de epilepsie met verschillende soorten anti-epileptica te behandelen. We spreken dan van therapieresistente of refractaire epilepsie.
Epilepsiechirurgie
Voor patiënten met refractaire epilepsie biedt chirurgie de grootste kans op een lange periode zonder epileptische aanvallen. De neurochirurg verwijdert daarbij het stukje hersenweefsel waar de aanvallen ontstaan (resectie).
Preheelkundige evaluatie
Om na te gaan of een patiënt in aanmerking komt voor epilepsiechirurgie, voeren we een preheelkundige evaluatie uit om te bepalen:
- in welk gedeelte van de hersenschors de aanvallen ontstaan
- of dit gedeelte kan worden verwijderd zonder neurologische uitval te veroorzaken (verdoofd gevoel, verlamming …)
De preheelkundige evaluatie bestaat uit een reeks van technische onderzoeken. De hoekstenen zijn een video-EEG monitoring en een MRI-scan van de hersenen. Daarnaast worden vaak ook andere onderzoeken verricht, waaronder een FDG-PET-scan van de hersenen, een neuropsychologisch onderzoek, een psychiatrische evaluatie, een functionele MRI, een MEG en een ictale SPECT.
Video-EEG monitoring
Voor dit onderzoek wordt een patiënt opgenomen in het ziekenhuis. Gedurende verschillende dagen wordt de elektrische activiteit in zijn hersenen gemeten met een elektro-encefalografie (EEG). Tegelijk wordt een video-opname gemaakt.
De bedoeling is om epileptische aanvallen te registreren op EEG en video. Daarom passen we tijdens de opname soms de anti-epileptische medicatie aan en passen we slaaponthouding toe. De veranderingen die tijdens aanvallen zichtbaar zijn op het EEG en de video, laten toe om te bepalen op welke plaats in de hersenen de aanvallen ontstaan.
De video-EEG monitoring vindt plaats in het Centrum voor neurofysiologische monitoring (CNM).
Multidisciplinaire evaluatie
De resultaten van de preheelkundige evaluatie worden uitvoering besproken op de multidisciplinaire vergadering epilepsiechirurgie. Tijdens dit overleg gaat een team van neurologen, neuroradiologen, neurochirurgen en neuropsychologen na of een operatie mogelijk is.
Ongeveer de helft van de patiënten die de preheelkundige evaluatie doorlopen, komt uiteindelijk in aanmerking voor epilepsiechirurgie. Afhankelijk van de situatie schommelt de kans op blijvende aanvalsvrijheid na de ingreep tussen de 50 % en 75 %.
Neurostimulatie
Voor de helft van de patiënten met refractaire epilepsie is een hersenoperatie niet mogelijk. Dat kan verschillende redenen hebben.
- Soms blijken verschillende zones in de hersenen verantwoordelijk voor de epilepsie (multifocale epilepsie)
- Soms kan met de beschikbare technieken de zone waar de aanvallen beginnen niet gevonden worden
- Soms is een operatie niet mogelijk zonder vitale functies te verstoren
Voor die patiënten zoeken we naar alternatieve behandelingen die de aanvalsfrequentie zoveel mogelijk verminderen. Zo kan neurostimulatie worden voorgesteld. Daarbij wordt het zenuwstelsel elektrisch gestimuleerd. De stimulatie kan zowel buiten als binnen de schedel gebeuren.
Nervus vagus stimulatie
Nervus vagus stimulatie (NVS) is een gevestigde behandeling voor refractaire epilepsie. Tijdens een korte chirurgische ingreep wordt een kleine elektrode aangebracht rond een zenuw in de hals, de (linker-) nervus vagus. Die elektrode wordt verbonden met een batterij of pulsgenerator die onder het sleutelbeen ingeplant wordt.
Na de ingreep kan de zenuw in de hals via de elektrode worden gestimuleerd. Die stimulatie gebeurt met tussenpozen, meestal gedurende 30 seconden om de 5 of 10 minuten. Op dat ogenblik kan de patiënt een prikkeling in de keel voelen of even hees worden.
Bij een derde van de patiënten die met NVS worden behandeld, vermindert het aantal aanvallen met meer dan 50 %. Bij een derde is dat tussen de 30 % en 50 %, bij een derde vermindert het aantal aanvallen niet. Minder dan 10 % van de patiënten wordt volledig aanvalsvrij. Vandaag kunnen we niet op voorhand inschatten hoe iemand op de behandeling met NVS zal reageren.
Patiënten die hun aanvallen voelen aankomen, kunnen gebruik maken van de magneetfunctie. Door een magneet over de pulsgenerator van de NVS te bewegen, kan de patiënt of zijn familie zelf een stimulatie starten. Bij sommige patiënten zorgt die bijkomende stimulatie ervoor dat de aanval stopt of minder lang duurt.
Een van de grote voordelen van NVS is dat het niet de bijwerkingen heeft van de anti-epileptica, zoals vermoeidheid en concentratiestoornissen. Het is aangetoond dat NVS een positief effect kan hebben op het gemoed en de alertheid.
Diepe hersenstimulatie
Ook diepe hersenstimulatie (deep brain stimulation of DBS) is een gevestigde behandeling voor refractaire epilepsie waarbij een gedeelte van de hersenen elektrisch wordt gestimuleerd.
De stimulatie gebeurt via diepte-elektroden die ingeplant worden in de anterieure nucleus van de thalamus, een diepergelegen kern in de hersenen. Die elektroden worden verbonden met een pulsgenerator, die meestal ter hoogte van de buikwand wordt ingeplant.