Herseninfarct
80-90 % van alle beroertes is een herseninfarct of ischemische beroerte. Een deel van de hersenen krijgt geen bloedtoevoer meer, waardoor de hersencellen niet meer worden voorzien van zuurstof en voedingsstoffen (ischemie). Die cellen sterven dan ook af.
Een ischemische beroerte veroorzaakt blijvende hersenschade die op beeldvorming van de hersenen kan worden gezien. De neurologische symptomen duren altijd langer dan 24 uur en kunnen ook gedeeltelijke of volledig aanwezig blijven.
TIA
TIA staat voor transiënte ischemische aanval. Een TIA wordt net als een herseninfarct veroorzaakt door een blokkering van de bloedstroom in een slagader in de hersenen. Maar de blokkering stopt meestal al na enkele minuten spontaan, zonder acute behandeling of interventie. Daardoor wordt het hersenweefsel niet permanent beschadigd. De symptomen klaren binnen de 24 uur op, meestal zijn ze al binnen het uur verdwenen.
Een TIA gaat vaak een herseninfarct enkele dagen of weken vooraf. De aanval is dan ook een ernstige waarschuwing. Patiënten moeten zo snel mogelijk een grondige medische evaluatie ondergaan om de oorzaak te achterhalen en een snelle preventieve behandeling te starten.
Hersenbloeding
Een hersenbloeding of hemorragische beroerte is een beroerte waarbij een bloedvat in de hersenen barst. De bloedstroom uit het gescheurde bloedvat beschadigt de hersencellen.
Sommige structurele afwijkingen van de bloedvaten kunnen een hersenbloeding veroorzaken, zoals een aneurysma of een arterioveneuze malformatie.
Beroerte op jonge leeftijd
Tot 10 % van de beroertes ontstaat bij patiënten jonger dan 45 jaar. Ook kinderen kunnen een beroerte krijgen. Beroertes op jonge leeftijd vormen een specifieke uitdaging wat betreft de diagnose, behandeling en revalidatie. Het stroketeam van het UZ Gent is op dat vlak heel ervaren.
De oorzaken van beroertes op jonge leeftijd verschillen meestal van die op latere leeftijd.
Het stroketeam heeft een uitgebreide expertise op het vlak van zeldzame oorzaken van beroertes op jonge leeftijd, zoals: stollingsstoornissen, aangeboren hartaandoeningen, arteriële dissectie van de halsvaten, vasculitis, reversibel cerebraal vasoconstrictie syndroom (RCVS), cerebrale veneuze sinustrombose, moya-moya syndroom, zeldzame structurele afwijkingen van de hersenbloedvaten (arterioveneuze malformaties, aneurysma's, durale arterioveneuze fistels) en zeldzame genetische aandoeningen van hersenbloedvaten.