Om een zinvol gesprek over seksualiteit te kunnen hebben, moet u bewust zijn van uw eigen waarden en normen rond seksualiteit zonder die te projecteren op de patiënt. Respect voor andere normen en waarden is van essentieel belang. Indien ze te ver uiteen liggen of als u als zorgverlener daar problemen in ondervindt, is doorverwijzing aangewezen.
Bespreek seksualiteit niet alleen met patiënten met een partner, maar ook met singles. Voor die patiënten kan eerste seksueel contact met een nieuwe partner immers een onzekerheid of bezorgdheid zijn. En ook zonder partner kan het opnieuw ontdekken van de seksualiteit belangrijk zijn.
Wanneer het gesprek eenmaal is ingezet, komt de rest meestal vanzelf. Soms blijft het bij één gesprek, soms keert het onderwerp verschillende keren terug. Het gaat erom dat u een opening biedt voor een gesprek. Patiënten die er absoluut niet willen over praten, zullen dat aangeven. Anderen zullen net heel opgelucht zijn. Door zelf initiatief te nemen, vergroot de kans dat patiënten seksuele vragen uiten. U kan luisteren, maar niet garanderen dat u een oplossing hebt.
6 stappen
Hieronder vindt u in enkele stappen hoe u het thema het best kunt aankaarten.
1. Bereid de consultatie voor
De start van het gesprek is het moeilijkste. Een zeker gevoel van ongemak hoort erbij en oefening baart kunst. Enkele tips:
- Gebruik termen die duidelijk en begrijpelijk zijn. Vermijd bv. de term coïtus.
- Zorg voor privacy, visueel en auditief.
- Probeer vooroordelen te vermijden op het vlak van leeftijd, status, cultuur etc. Iemand die een geriatrisch profiel heeft en weduwnaar is, kan ook nog altijd behoefte hebben aan seksualiteit. Ook bij singles is dat het geval.
- Gebruik neutrale en inclusieve termen, spreek bv. over 'partner'.
- Laat ruimte voor diversiteit.
- Zorg voor een goede verstandshouding en vertrouwensrelatie voordat u gevoelige vragen stelt. U kan het consult beginnen met algemene medische topics, voor u overgaat naar het thema seksualiteit.
2. Creëer een context
Een professioneel gesprek over seksualiteit valt niet zomaar uit de lucht. Het gesprek heeft een context nodig. Mogelijke benaderingen voor het aanknopen van het gesprek:
- Bij een geleidelijke benadering hoort een rustige gespreksopbouw, waardoor seksualiteit als gespreksonderwerp op natuurlijke wijze in het gesprek past. Het kan voortvloeien uit een ander thema waar bv. de relatie met de partner naar voor kwam.
Bv. ‘Hebt u problemen op vlak van seksualiteit nu de behandeling gestopt is?’ - Bij een benadering van de sterke waarschijnlijkheid wordt gebruik gemaakt van onderzoeksgegevens of ervaringen van andere patiënten.
Bv. ‘We weten dat veel patiënten met gelijkaardige therapieën negatieve effecten ervaren op het vlak van seksualiteit. Merkt u dat ook?’
Bv. ‘Veel vrouwen geven aan dat seks en intimiteit anders is nu. Wat is uw ervaring?’ - Bij een benadering van de taboe wordt eerst erkend dat seksualiteit als gespreksonderwerp voor veel mensen heel beladen is, maar dat erover praten toch goed kan zijn.
Bv. ‘Veel mensen vinden seksualiteit niet gemakkelijk om over te praten. Toch is het voor veel mensen een belangrijk onderdeel van hun bestaan. Mag ik u hierover een aantal vragen stellen?’
3. Vraag toestemming
Als de patiënt aangeeft een verminderd seksueel functioneren te hebben, is het goed eerst zijn toestemming te vragen voor u het gesprek aangaat.
Bv. ‘Is het oké voor u om dit onderwerp wat meer in detail te bespreken?’
Bv. ‘Zou u hier graag even over willen praten of liever een andere keer?’
Of een patiënt een gesprek wil aanknopen, hangt af van de band die hij heeft met de betrokken zorgverlener. Het kan perfect zijn dat een patiënt over seksualiteit wil praten, maar niet met die specifieke zorgverlener. Als de patiënt zich ongemakkelijk voelt om het thema met u te bespreken, kunt u aangeven dat hij ook bij een andere zorgverlener terecht kan.
4. Luister, moedig aan en specifiëer
Als de patiënt bevestigt dat hij of zij problemen ervaart en erover wil spreken, is het logische vervolg dat de zorgverlener luistert naar het verhaal van de patiënt.
Bv. ‘Kan u mij vertellen waar u mee zit?’
Is de patiënt onwennig, dan kan de zorgverlener ook voorstellen om te starten met enkele specifiekere vragen om het probleem te benoemen en te verduidelijken.
Bv. ‘Een veel voorkomende klacht is dat geslachtsgemeenschap pijn doet. Is dat bij u ook zo?’
Bv. ‘Een veel voorkomende klacht is vaginale droogte. Ervaart u dat ook?’
5. Geef erkenning
Het is belangrijk dat u als zorgverlener de patiënt erkenning geeft als hij of zij gefrustreerd of bezorgd is over de veranderende seksuele beleving.
U kan aangeven dat u er alles aan zal doen om die bezorgdheid zoveel mogelijk weg te nemen en dat u de patiënt zal ondersteunen of doorverwijzen om zijn of haar seksuele beleving te verbeteren.
Bv. 'Ik begrijp uw frustraties. Dit alles is niet fijn en heeft een grote impact op u. Laat uw gevoelens gerust toe, ze zijn terecht. We gaan u ondersteunen.'
6. Geef advies waar u kan of verwijs door
Meer info
Onder vier ogen methode: deze e-learning van Sensoa en het Cédric Hèle Instituut reikt zorgverleners een kapstok aan om seksualiteit te bespreken.