Om een patiënt met succes te laten bewegen, moet hij gecoacht worden en er plezier aan beleven. Een aanpak op maat is dan ook aan te bevelen, maar is vaak niet laagdrempelig door hoge kosten of een beperkt aanbod in de buurt. Daarom schetsen we alleen een beeld van de basisrichtlijnen over fysieke activiteit na kanker.
De American Sports College of Medicine adviseert om wekelijks aerobe oefeningen (cardio/uithouding) te combineren met krachttraining. De mooiste resultaten worden geboekt bij oefeningen met een matige of hoge intensiteit. De mate van intensiteit bepaalt de patiënt zelf. Voor de ene patiënt is goed doorwandelen al een activiteit van hoge intensiteit, voor de andere stelt dat weinig voor.
Aerobe oefeningen
Programma van matige intensiteit
Leidt tot lichte kortademigheid en wat zweten, babbelen is nog mogelijk
- 150 tot 300 min/week matig intense aerobe lichaamsbeweging
- Bv. 5 dagen per week 30 min aerobe training doen van matige intensiteit
- Bv. dansen, goed doorwandelen, fietsen, tuinieren
Programma van hoge intensiteit
Leidt tot verhoging van de hartslag, ademhaling en veroorzaakt heviger zweten.
- 75 tot 150 min/week hoog intense aerobe lichaamsbeweging
- Bv. 3 dagen per week 30 min aerobe training doen van hoge intensiteit
- Bv. lopen, joggen, stevig fietsen
Krachttraining
De aerobe training, matig of hoog intensief, kan gecombineerd worden met krachttraining:
- 2 of 3 keer per week: 2 sets krachtoefeningen – 8 tot 15 herhalingen – van alle grote spiergroepen. De krachtoefeningen moeten aan minstens 60 % van de maximale intensiteit gebeuren om voldoende trainingsprikkel te hebben.
- Dit zijn oefeningen die perfect binnenshuis kunnen plaatsvinden, bv. muurzitten of push-ups (10 tot 15 keer herhalen). Poetsen of werken in de tuin kan ook meegerekend worden
Betere resultaten
Onderzoek wijst uit dat de effecten groter zijn bij:
- programma’s met een matige of hoge intensiteit
- langere sessies (meer dan 30 min.)
- een programma van langere duur (meer dan 12 weken)
- begeleide programma’s
- patiënten met een hoger niveau van klachten bij de start
Het kan interessant zijn om te starten met een meting en een inspanningsproef. Met de resultaten kan het trainingsschema geïndividualiseerd worden. De inspanningsproef is wel vaak een drempel voor de patiënt door de kostprijs (ongeveer 100 euro), zeker wanneer die geen deel uitmaakt van een specifiek revalidatieprogramma.
Naar eigen vermogen
Patiënten voor wie bovenstaande aanbevelingen fysiek te hoog gegrepen zijn, gaan het best op zoek naar een lichamelijke activiteit die ze wel aankunnen. Ze kunnen starten met een lichte vorm van lichaamsbeweging en geleidelijk de frequentie, de intensiteit en de duur opvoeren. Het is belangrijk dat er regelmaat is.
U kan alvast benadrukken dat lichaamsbeweging meer is dan sporten alleen. Huishoudelijk werk en klussen, verplaatsingen te voet of met de fiets, recreatieve activiteiten of beweging op het werk zijn ook vormen van fysieke activiteit. Die wetenschap kan de patiënt motiveren om tot de actie over te gaan. Ook een positieve houding van de omgeving kan de patiënt aanzetten tot beweging.