Verminderde levenskwaliteit
Ondanks betere behandelingsmogelijkheden en evoluties in de ondersteunende zorg, ervaart een aanzienlijk deel van patiënten na een oncologische behandeling langdurige gevolgen. Zo krijgt minstens één op de vier patiënten te maken met een verminderde levenskwaliteit en mogelijk langdurige fysieke of psychosociale problemen zoals chronische pijn, vermoeidheid, concentratie- en geheugenproblemen of angst en depressieve gevoelens.
Zorg na kanker is een essentieel onderdeel van de oncologische zorg in het zorgtraject van de patiënt. Het omhelst onder andere:
- Begeleiding en systematische opvolging van de patiënt en naaste in het nazorgtraject
- Het beoordelen van late effecten van de ziekte of de behandeling met aandacht voor psychosociale gevolgen
- Voorlichting en zelfmanagementondersteuning
- Correcte en tijdige doorverwijzing naar de gepaste zorgverlener of organisaties
Het is niet bepaald wanneer zorg na kanker kan stoppen. Patiënten kunnen tot jaren na de behandeling in opvolging blijven.
Transitiefase
Na het beëindigen van de therapie valt het ziekenhuiskader en het nauwe contact met zorgverleners grotendeels weg. Patiënten merken soms ook dat hun omgeving ervan uitgaat dat ze weer de oude zijn. Dat is vaak confronterend, want veel patiënten ervaren op dat moment wel nog verschillende fysieke, mentale of sociale uitdagingen.
Dit transitiemoment wordt ook wel het ‘zwarte gat’ genoemd. Zomaar terugkeren naar het leven van voor de diagnose lukt vaak niet, ook al ligt de focus minder prominent op de ziekte en de behandeling.
Patiënten in het transitiemoment begeleiden is sterk aanbevolen. Een nazorgconsult kan helpen om de transitie zachter te maken.