Wat is de afdeling Intensieve zorg?
Intensieve Zorg is een multidisciplinaire afdeling waar patiënten worden opgenomen met een acuut levensbedreigende aandoening of na een zware ingreep.
Intensieve zorg wordt vandaag in hooggespecialiseerde centra verstrekt. De patiënten die er zijn opgenomen worden verzorgd door een team zorgverstrekkers gespecialiseerd in intensieve zorg (o.a artsen, verpleegkundigen, kinesisten, enz.). De afdelingen zijn uitgerust met hoogtechnologische apparatuur.
Patiënten komen zelden rechtstreeks terecht op een afdeling Intensieve zorg. Meestal komen ze van andere afdelingen, zoals spoedgevallen of het operatiecomplex, waar de ernstig zieke patiënt de eerste zorgen toegediend kreeg en eventueel eerst gestabiliseerd werd.
Wat is het verschil tussen intensieve zorg en spoedgevallenzorg?
Op de Spoedgevallendienst worden zowel kleine aandoeningen (zoals een gebroken voet of arm) als ernstige aandoeningen (hartstilstand, schotwonden, enzovoort) behandeld. De patiënten met een ernstige aandoening worden er zo goed mogelijk gestabiliseerd om ze nadien over te brengen naar de afdeling Intensieve zorg. Daar worden enkel zwaar zieke patiënten behandeld met eventueel levensbedreigende aandoeningen.
Wat doet een intensivist?
Een intensivist is een erkend specialist (internist, anesthesist, chirurg of kinderarts) met bijkomende specialisatie in de intensieve zorg. Hij of zij behandelt patiënten op een afdeling intensieve zorg, en werkt voor daarvoor nauw samen met andere artsen en gezondheidsmedewerkers.
Welke rol speelt de huisarts bij een opname op IZ?
De huisarts is een belangrijke schakel tussen het IZ-team en de patiënt en zijn of haar familie. De huisarts kent de voorgeschiedenis van de patiënt, is vaak een vertrouwenspersoon van de patiënt en familie en weet dikwijls welke waarden en normen, houding en behandelingsvoorkeuren de patiënt heeft.
De afdelingen Intensieve zorg werken dan ook vaak samen met de huisarts, o.a. om bijkomende informatie over de patiënt in te winnen, zoals bv. over de voorafgaande gezondheidstoestand van de patiënt, mogelijke allergieën, medicatiegebruik, enz.