Er wordt altijd duidelijk gesteld dat chronische darminflammatie (ontsteking) geen vorm van kanker is. Hoewel dat strikt genomen zo is, kan een chronische ontsteking wel leiden tot een abnormale vermenigvuldiging van de cellen die de darmwand afsluiten (epitheel) en genetische veranderingen die uiteindelijk een proces van ontaarding in gang zetten.
Hoe groot is het risico op darmkanker?
De studies daarover geven tegenstrijdige resultaten. Daar waar oudere studies bij een ziekte die 30 jaar bestaat toch een risico melden van ongeveer 8 à 10%, duiden recente studies op een lager risico van 2%. Het is onduidelijk of dat te wijten is aan een betere behandeling dan wel aan verbeterde detectieprogramma's
Risicofactoren
Volgende factoren beïnvloeden het risico op het ontwikkelen van darmkanker:
- Duur van de ziekte: het risico stijgt met de duur van de ziekte en wordt belangrijk vanaf een ziektegeschiedenis van 8 tot 10 jaar
- Uitgebreidheid van de ziekte: hoe uitgebreider de dikdarmaantasting is hoe groter het risico
- Ernst van de ontsteking
- Familiale geschiedenis van darmkanker bij eerstegraadverwanten
- Associatie met primair scleroserende cholangitis
Detectieprogramma
Bij patiënten die al 8 tot 10 jaar een dikdarmaantasting (meer dan enkel endeldarmaantasting ) hebben, wordt een coloscopie aangeraden. Daarbij wordt de binnenkant van de darm grondig onderzocht, op zoek naar letsels die kunnen wijzen in de richting van kwaadaardigheid. Essentieel daarbij is een perfecte darmvoorbereiding.
Meestal worden verhevenheden waargenomen die lijken op poliepen maar die soms moeilijk zichtbaar zijn. Daarom is het gebruik van uitstekende apparatuur en speciale kleuringen van de darmwand vereist. Indien mogelijk worden de verdachte letsels verwijderd tijdens het onderzoek en later microscopisch onderzocht. Dit onderzoek is bedoeld om zo vroegtijdig mogelijk onrustige letsels vast te stellen en door een aangepaste behandeling de evolutie naar uitgebreide kanker te voorkomen.
Wat als verontrustende letsels worden vastgesteld?
Alles hangt af van wat wordt vastgesteld. Is het verwijderde letsel kwaadaardig en zijn er geen uitzaaiingen, dan wordt gewoonlijk een resectie van de volledige dikdarm met aanleg van ileoanale pouch voorgesteld. Of nadien aanvullende chemotherapie nodig is, hangt dan af van de diepte van de invasie van de darmwand. Kon het letsel niet volledig verwijderd worden dan wordt ook een colectomie voorgesteld.
Worden in het verwijderd letsel prekwaadaardige afwijkingen gevonden (dysplasie ), dan hangt alles af van de ernst van de dysplasie (mild tot ernstig), de lokalisatie van het letsel (binnen of buiten het colitis deel) en de aan- of afwezigheid van dysplasie in de buurt van het letsel. Hoe ernstiger en uitgebreider de bevindingen, hoe groter de kans dat een volledige resectie van de dikdarm aangeraden wordt . Blijkt het te gaan om een gelokaliseerde milde dysplasie, dan kan intensieve opvolging volstaan met na 3 maanden en nadien jaarlijks een nieuwe coloscopie.
Wat als er geen verontrustende letsels worden vastgesteld?
Het interval met de volgende coloscopie hangt opnieuw af van de bevindingen. Is alles rustig – geen endoscopische afwijkingen of microscopisch waarneembare ontsteking - dan kan 5 jaar gewacht worden. Bij een milde ontsteking, pseudopoliepen of darmkanker in de familie wordt het best na 3 jaar een nieuwe coloscopie verricht. In alle andere gevallen is een jaarlijkse opvolging aangeraden.