Voeding
Een van de eerste dingen waarmee u te maken krijgt, is het voeden van uw baby. In het UZ Gent begeleidt de sociaal verpleegkundige de ouders bij de voeding van schisiskinderen. Omdat ook baby's met schisis niets liever doen dan zuigen, krijgt u ook advies over fopspenen en duimzuigen.
Opgroeien
Zoals andere kinderen
Een kind met schisis groeit net zo op als een ander kind, zowel geestelijk als lichamelijk. Het moet dan ook net zo worden behandeld als andere kinderen. Voor controles en inentingen gaat u naar het consultatiebureau van Kind en Gezin. Wanneer het kind ziek is, gaat u naar de huisarts of kinderarts.
Leren omgaan met 'anders zijn'
Rond de leeftijd van 4 jaar merkt een kind dat het een 'ander' gezicht heeft. Het kan zijn dat het kind wordt uitgelachen. Het vraagt misschien waarom het er anders uitziet dan vriendjes of vriendinnetjes. Die vraag heeft u misschien verwacht.
U kunt het kind ook vóór zijn door er zelf over te beginnen. Als het merkt dat u er geen problemen mee hebt, zal het zijn afwijking gemakkelijker aanvaarden. Een evenwichtige ontwikkeling van een kind met een zichtbare afwijking is sterk afhankelijk van de manier waarop het door de ouders wordt aangepakt.
Het is misschien gemakkelijker om het kind meer te verwennen, extra te beschermen, er weinig van te eisen. Bedenk dat het kind hierdoor eigenschappen kan krijgen die door anderen moeilijk aanvaard worden.
Als er problemen zijn waarmee u het kind niet goed kunt helpen, kan het nuttig zijn advies te vragen bij een kinderpsycholoog. De leden van het schisisteam kunnen u in contact brengen met een kinderpsycholoog.