Wat is slaapapneu?
Apneu betekent afwezigheid van ademhaling.
Slaapapneusyndroom verwijst naar een geheel van ziekteverschijnselen die het gevolg zijn van periodieke onderbrekingen van de ademhaling tijdens de slaap. Doorgaans ontstaan deze onderbrekingen door een belemmering van de luchtstroom door de keel.
Tijdens de slaap verslapt de kracht van de keelspieren. Als gevolg daarvan worden de tong en het weke verhemelte naar achteren verplaatst, waardoor de keelholte kleiner wordt en de weerstand voor de ingeademde lucht toeneemt. Wanneer de keel volledig dichtklapt tijdens de slaap, wordt de luchttoevoer naar de longen als het ware afgesneden en ontstaat apneu.
Gedeeltelijke afsluiting van de keelholte veroorzaakt een turbulentie van de luchtstroom die het weke verhemelte en andere faryngeale structuren aan het trillen brengt. Dit fenomeen is beter gekend als snurken.
Indien bij het snurken de luchtverplaatsing naar de longen afneemt, spreekt men van hypopneu. Zowel apneus als hypopneus kunnen leiden tot zuurstofgebrek in het bloed.
Hoe vaak komt het voor?
Het obstructief slaapapnoesyndroom (OSAS) komt vooral voor bij zwaarlijvige mannen van middelbare leeftijd, minder frequent bij vrouwen, kinderen en mensen met een normaal gewicht. Ongeveer 5 tot 15% of méér van de volwassen bevolking lijdt aan een of andere vorm van slaapapneu. De zeer ernstige vormen met nachtelijk zuurstofgebrek daarentegen komen waarschijnlijk niet vaker voor dan 3-4%.
Diagnose
Het vermoeden van OSAS kan worden bevestigd door een slaaponderzoek of polysomnografie (PSG). Daarmee kunnen we onder andere de periodes van apneu, hypopneu en daling in de zuurstof worden gemeten.
Symptomen
Snurken
De patiënt vertoont vaak hinderlijke symptomen. Luidruchtig snurken is typisch voor deze aandoening en gaat aan de overige symptomen meestal een aantal jaren vooraf. Die beginnen zich te manifesteren wanneer het snurken onregelmatig wordt.
De regelmaat van het snurken wordt verbroken door geluidloze passages die in feite overeenstemmen met de hoger beschreven ademonderbrekingen. De apneus worden beëindigd door een korte ontwaakreactie. Een dergelijke ontwaakperiode duurt meestal niet langer dan 3 tot 15 seconden en gaat veelal gepaard met lichaamsbewegingen en luid gesnurk. De ontwaakreactie is levensreddend omdat als gevolg hiervan de ademhaling terug op gang komt.
Een zeldzame keer schrikt de patiënt wakker met een verstikkingsgevoel. Meestal weet de persoon in kwestie niet dat hij/zij tijdens de slaap zo veel apneus heeft doorgemaakt en zo vaak is wakker geworden. Veeleer is het de bedpartner die deze beangstigende verschijnselen opmerkt en aanstuurt op doktersadvies.
Door de opeenvolging van apneus wordt de slaap telkens onderbroken en wordt nooit een diep, verkwikkend slaapstadium bereikt. Dat verklaart de slaperigheid overdag.
Andere symptomen
Overdreven slaperigheid tijdens de dag kan ernstige gevolgen hebben voor de patiënt. Meestal stellen we vast dat de slaperigheidsklachten progressief zijn toegenomen in de loop der jaren, gaande van doezelen tijdens eentonige situaties in de beginfase, tot uitgesproken slaapzucht op het einde. Geheugen- en concentratiestoornissen zijn ook belangrijke en vaak vermelde klachten.
Andere symptomen zijn: opstaan met een droge mond of pijnlijke keel, ochtendlijke hoofdpijn, frequent plassen 's nachts (soms bedwateren), nachtzweten en woelige slaap.
Bij slaapapneupatiënten werd een hoger risico aangetoond op hart- en vaatziekten (hoge bloeddruk, ritmestoornissen, hartfalen, hart- of herseninfarcten) met toegenomen sterfte als gevolg.
De diagnose van slaapapneu wordt in het slaaplaboratorium gesteld aan de hand van een slaapstudie. Hierbij worden de apneus en hun nadelige effecten op de kwaliteit van de slaap en op de hartslag, gedocumenteerd en geteld.
Behandeling
Een behandeling moet voorkomen dat de luchtweg tijdens de slaap wordt geblokkeerd. Daarbij krijgt de patiënt een advies op maat. Mogelijke behandelingen zijn:
- Levensstijladvies: gewichtsverlies, rookstop enz.
- De luchtweg openhouden door positieve druk aan te brengen (continue positieve drukbeademing of Continuous Positive Airway Pressure, CPAP)
- De keelholte anatomisch vergroten, door een mondbeugelbeugel of door chirurgie:
- Mandibulair repositieapparaat (MRA, mondbeugel)
- Heelkunde aan de neus of in de keelholte
- Kaakchirurgie
- Een tongzenuwstimulator
- Bariatrische chirurgie
- Myofunctionele oefentherapie van de mondspieren
- Positietherapie (bij rugliggingsgebonden slaapapneu): sensoren en andere hulpmiddelen om slapen op de rug te voorkomen
Algemene maatregelen
Bij de behandeling van het slaapapnoesyndroom zijn enkele algemene maatregelen van belang. Alcohol voor het slapengaan moet vermeden worden. Alcohol kan het aantal en de duur van de apneus doen toenemen. Ook slaapmedicatie en andere verdovende (genees)middelen moeten vermeden worden.
Door te vermageren kan de ernst van de aandoening gevoelig afnemen. Geneesmiddelen zijn tot nu toe weinig effectief gebleken.
CPAP
Momenteel wordt voor de behandeling van matig tot ernstig OSAS de voorkeur gegeven aan ademhalingsondersteuning met nasale CPAP (continuous positive airway pressure - continue positieve druk via de neus). Deze methode bestaat erin om tijdens de nacht met behulp van een luchtcompressor de neus- en keelholte onder positieve druk te brengen via een verbinding met een neusmasker. Door de verhoogde luchtdruk wordt de keel opengehouden, waardoor het toeklappen van de keel verhinderd wordt.
Deze behandeling wordt meestal goed verdragen en heeft een positief effect op de symptomen en op het cardiovasculaire risico. Slaaponderzoek tijdens de eerste nacht met nasale CPAP toont een sterke toename van zowel de diepe NREM- als van de REM-slaap.
Slaapendoscopie
Een slaapendoscopie (ook wel 'dynamisch slaaponderzoek' of Drug Induced Sleep Endoscopy, DISE, genoemd) kan worden gepland om de graad van snurken en (mogelijke) bovenste luchtwegblokkering te evalueren. De neus-, keel-, oorarts bekijkt en beluistert de luchtweg tijdens het slapen. Dat onderzoek gebeurt in het dagziekenhuis onder narcose. Daarna wordt samen met de arts een behandelplan opgesteld.
Mandibulair repositieapparaat (mondbeugel)
Een alternatief is het verplaatsen van de onderkaak om meer ruimte te creëren in de keelholte. Dat kan met behulp van een uitneembaar mandibulair repositieapparaat (MRA). Het apparaat bestaat uit twee beugels: een die past op de onderste tandenrij en een op de bovenste tandenrij. Beide beugels zijn verbonden door een verstelbaar mechanisme, die toelaat om de onderkaak naar voor te schuiven ten opzichte van de bovenkaak. Door de onderkaak naar voor te houden tijdens de slaap, wordt de ruimte achter de tongbasis en zachte gehemelte verbreed, wat doorgaans een gunstig effect heeft op snurken en slaapapneu.
Tongzenuwstimulatie
Als andere behandelingen niet werken (meer specifiek CPAP en MRA), is de stimulatie van de tongzenuw voor sommige patiënten een mogelijkheid. Dat heet ook bovensteluchtwegstimulatie, of ‘upper airway stimulation’ (UAS). Het is een behandeling waarbij we een kleine stimulator in de borstkas plaatsen. Dat implantaat activeert de tongzenuw tijdens de slaap. Daardoor kunnen de tong en het verhemelte niet naar achteren vallen. De patiënt kan dan normaal inademen. De patiënt zet de stimulator zelf aan en uit met een afstandsbediening.
Patiënten moeten aan enkele voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen. Voldoet u, dan doen we een vooronderzoek. Het dossier moet eerst bekeken worden door een evaluatiecommissie van het RIZIV om goedkeuring te kunnen krijgen voor implantatie van de tongzenuwstimulator.
Verstijving of herpositionering van het zachte gehemelte
De ruimte ter hoogte van de keelholte kan anatomisch worden vergroot door de weke delen in de luchtweg te herpositioneren, bijvoorbeeld met een chirurgische ingreep onder volledige narcose die ‘barbed reposition pharyngoplasty’ (BRP) wordt genoemd.
Als er enkel sprake is van snurken (zonder slaapapneu), veroorzaakt door het zachte gehemelte, kan gekozen worden om het gehemelte te verstijven door bijvoorbeeld radiofrequente ablatie. Dat is een behandeling die doorgaans zonder narcose op de polikliniek kan gebeuren.
Maxillofaciale chirurgie
Bij een 'maxillo-mandibular advancement osteotomie' (MMA) worden de boven- en onderkaak permanent naar voor geplaatst. Daardoor verbreedt de keelopening, wat het dichtklappen van de keel tijdens de slaap vermindert of verhindert.
Eerst worden de boven- en onderkaak losgemaakt van de rest van de schedel. Vervolgens worden de kaken minstens 1 centimeter naar voren verplaatst. Daar worden ze opnieuw gefixeerd met plaatjes en schroeven. Deze ingreep is doorgaans zeer effectief.