In de Pijnkliniek behandelt een gespecialiseerd team pijn bij kinderen en jongeren. We spreken van chronische pijn als de pijn meer dan drie maanden aanhoudt. Die kan het gevolg zijn van een andere aandoening, maar heeft niet altijd een duidelijke oorzaak.
Wat doet de Pijnkliniek voor kinderen en jongeren?
We stellen diagnoses, behandelen chronische pijn en proberen te voorkomen dat acute pijn evolueert naar chronische pijn, bv. na een operatie. Chronische pijnklachten kunnen immers een grote impact hebben op het leven van een kind of jongere en de mensen uit zijn omgeving. Daarom staan de patiënt en het gezin centraal in de zorg.
Om de pijnklachten zo goed mogelijk te behandelen, werken we volgens het biopsychosociaal model. Dat betekent dat de behandeling bestaat uit medische, psychologische en sociale facetten. Pijn kan niet altijd helemaal worden weggenomen: het effect van de behandeling meten we op basis van het dagelijks functioneren.
Voorbereiding op de eerste consultatie
Vooraf
Soms mailen we vooraf een online vragenlijst door die de jongere kan invullen. Ook de ouders krijgen soms een vragenlijst. Probeer de vragen zo goed mogelijk te beantwoorden. Je antwoorden helpen ons om een diagnose te stellen en om de eerste consultatie efficiënt te laten verlopen. Ze kunnen achteraf ook helpen om de behandeling te evalueren.
Om de vragenlijsten te openen, heb je de eID van de patiënt nodig. Zo worden je gegevens beschermd.
De geanonimiseerde antwoorden gebruiken we soms voor wetenschappelijk onderzoek. Dat gebeurt uiteraard alleen na uitdrukkelijke goedkeuring van de patiënt en de ouders.
Op de dag van de consultatie
- Draag gemakkelijke kledij, bv. een jogging of short en een T-shirt met korte mouwen. Dat helpt om het onderzoek vlot te laten verlopen.
- Neem eventueel een verwijsbrief en informatie over eerdere onderzoeken en behandelingen mee.
- Zo meld je je aan in het ziekenhuis.
Verloop van de eerste consultatie
De kinderpijnarts voert een lichamelijk onderzoek uit en heeft een gesprek met het kind of de jongeren en zijn ouders of voogd. Aan tieners stellen we vaak ook enkele vragen zonder dat de ouders erbij zijn.
Daarna stellen we een individueel behandelplan op.