Praktische informatie

Kraamgeld en kinderbijslag

Bij de geboorte van elk kind dat recht heeft op kinderbijslag wordt kraamgeld uitbetaald. U kunt het kraamgeld aanvragen vanaf de zesde maand van de zwangerschap tot 5 jaar na de geboorte. Het kraamgeld wordt ten vroegste 2 maanden vóór de vermoedelijke bevallingsdatum uitbetaald.

Waar vraagt u het kraamgeld aan?

U kunt terecht bij het kinderbijslagfonds van de werkgever van de aanvrager (meestal is dat de partner) of bij Famifed of bij uw kinderbijslagfonds voor zelfstandigen. Werklozen vragen het kraamgeld aan bij het kinderbijslagfonds van de laatste werkgever.

Heeft uw partner het kind (nog) niet erkend? Dan kunt u het kraamgeld aanvragen via het kinderbijslagfonds van uw eigen werkgever.

Hebben u en uw partner nooit gewerkt en krijgt u een leefloon via het OCMW? Dan kunt u het kraamgeld aanvragen bij de Rijksdienst voor Kinderbijslag voor Werknemers.

Wilt u de aanvraag indienen vóór de geboorte, laat dan een medisch attest invullen met de vermoedelijke bevallingsdatum. Als u de aanvraag na de geboorte doet, voegt u er het geboorteattest bij dat u krijgt als u uw baby aangeeft.

Hoeveel bedraagt het kraamgeld?

Het bedrag van het kraamgeld is hetzelfde voor werknemers in de privésector en in de openbare sector, voor werklozen en voor zelfstandigen.

Voor een eerste kind is het kraamgeld hoger dan voor de volgende kinderen. Bij een meerling wordt voor elk kind het hoogste bedrag uitbetaald, ongeacht de reële rang van de kinderen. Als het kind voor een van de beide ouders het eerste kind is, dan wordt het bedrag voor een eerste kind uitbetaald.

De kinderbijslag

Als u uw kind na de geboorte aangeeft, krijgt u van het gemeentebestuur een geboorteattest. U bezorgt dat aan het kinderbijslagfonds waar u ook het kraamgeld hebt aangevraagd. U ontvangt dan maandelijks de kinderbijslag.

Erkenning

Zijn u en uw partner niet gehuwd? Dan kunt u uw kind laten erkennen vóór de geboorte, bij de geboorteaangifte of enige tijd na de geboorte.

Om uw baby als erfgenaam van uw partner te laten registreren, gaat u samen naar het gemeentehuis om een authentieke akte op te maken. U hebt allebei uw identiteitskaart nodig, naast een bewijs van zwangerschap dat uw arts voor u heeft opgemaakt. Soms wordt ook een kopie van uw geboorteaktes gevraagd.

U kunt voor de erkenning naar het gemeentehuis van uw woonplaats gaan of naar dat van de gemeente waar u zult bevallen (of al bent bevallen). Als u uw kind niet laat erkennen in de gemeente van geboorte, moet u een afschrift van de erkenningsakte meenemen bij de geboorteaangifte van uw kindje.

Als uw partner uw kindje heeft erkend tijdens de zwangerschap, dan hebt u al een erkenningsakte ontvangen. In dat geval kan uw partner de geboorteaangifte alleen doen. Is uw kindje nog niet erkend, dan moet u zelf bij de geboorteaangifte aanwezig zijn.

De procedure verschilt per gemeente. Vraag meer informatie bij de dienst burgerlijke stand.

Geboorteaangifte

Een geboorteaangifte is de registratie van de geboorte. Die doet u bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar uw kind wordt geboren.

Wanneer en waar moet u de geboorteaangifte doen?

De aangifte van uw baby moet binnen 15 kalenderdagen gebeuren. Is de 15de dag een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag, dan hebt u tijd tot de eerstvolgende werkdag. U kan de geboorteaangifte ook op de materniteit van het UZ Gent doen.

  • Maandag, woensdag en vrijdag
  • van 14 tot 16 uur

Past het u dan niet? Dan geeft u de geboorte aan bij de dienst Burgerlijke Stand van de Stad Gent.

Wie kan de geboorte aangeven?

De geboorteaangifte van uw kindje moet gebeuren door de wettige ouders (moeder en/of meeouder).

  • Bent u gehuwd? Dan kan uw partner de aangifte alleen doen.
  • Bent u niet gehuwd?
    • U hebt vooraf een erkenningsakte laten opmaken: uw partner kan de aangifte alleen doen.
    • U hebt vooraf geen erkenningsakte laten opmaken: u moet de aangifte zelf doen. Als uw partner uw kind wil erkennen, moet u beiden bij de geboorteaangifte aanwezig zijn.

Wat neemt u mee?

Om een geboorte te laten registreren, hebt u nodig:

  • het aangifte- en registratieformulier dat u van de vroedvrouw krijgt
  • de identiteitskaarten van de aangevers (vader en moeder)
  • als u gehuwd bent: het trouwboekje, als u niet gehuwd bent: eventueel de erkenningsakte (als u die vooraf hebt laten opmaken).

Gaat het om het eerste kind binnen het koppel? Dan hebt u ook het ingevulde en ondertekende formulier 'naamkeuze' nodig (zie verder).

Wat gebeurt er na de aangifte?

Bij de aangifte maakt de ambtenaar van de Burgerlijke Stand een geboorteakte op. U krijgt dan meteen ook de formulieren die u nodig hebt om:

  • bij het kinderbijslagfonds de geboortepremie (kraamgeld) en de kinderbijslag aan te vragen
  • uw kind te laten inschrijven bij het ziekenfonds
  • uw kind te laten inenten (verplichte poliovaccinatie).

U krijgt ook een attest voor werkverlet en een attest om mee-ouderschapsverlof op te nemen.

Voor meer informatie neemt u contact op met de dienst Bevolking – Burgerzaken van de Stad Gent: Woodrow Wilsonplein 1, 9000 Gent, tel. 09 210 10 10 (Gentinfo), burgerzaken@gent.be.

De naam van uw kind

U krijgt een formulier van naamkeuze op de materniteit. Dat geeft u ingevuld en ondertekend af bij de geboorteaangifte.

Wat zijn de mogelijkheden? U kunt kiezen voor:

  • de naam van de vader of de meemoeder
  • de naam van de moeder
  • een combinatie van beide namen, in de volgorde die u zelf wenst.

Als u niet kiest of u en uw partner het niet eens raken, draagt het kind de naam van de vader of de meemoeder, op voorwaarde dat u getrouwd bent of het kind erkend is door uw partner. Is dat niet het geval, dan draagt het kind automatisch de naam van de moeder.

De gemaakte keuze geldt voor alle gemeenschappelijke kinderen die nadien worden geboren. De keuze is onherroepelijk.

Verlofregeling

Moederschapsrust

Moederschapsrust is het wettelijke verlof waar u recht op hebt rond de bevallingsdatum.

Stop tijdig met werken vóór de vermoedelijke bevallingsdatum. Het is belangrijk dat u goed uitgerust bent. Niet alleen de bevalling, maar ook het prille ouderschap vergen veel van uw krachten.

De duur van de moederschapsrust bedraagt 15 weken of 105 dagen. Bij een meerling wordt dat 19 weken of 133 dagen. Die periode kan worden verdeeld in:

  • een verlof vóór de bevalling van maximaal 6 weken (meerling: 8 weken), waarvan u 1 week verplicht moet opnemen vóór de bevalling
  • een verlof na de bevalling van minimaal 9 weken (meerling: 11 weken)

U kunt dus maximaal 5 weken (bij een meerling maximaal 7 weken) van het verlof overdragen naar de periode na de bevalling.

De laatste twee weken kunt u spreiden over minimaal één maand halftijds werk. Verlenging is mogelijk bij opname van uw kindje(s) op de afdeling Neonatale intensieve zorg.

Het volledige zwangerschapsverlof wordt betaald door de mutualiteit. U krijgt een percentage van het basisloon. Statutaire ambtenaren worden doorbetaald door de werkgever.

Borstvoedingsverlof

Er bestaan 2 soorten borstvoedingsverlof: betaald en onbetaald.

  • Betaald borstvoedingsverlof (lactatieverlof)
    Alleen moeders met een risicoberoep (zoals laboranten) komen in aanmerking voor lactatieverlof. Of u een risicoberoep hebt, kunt u navragen bij de arbeidsgeneesheer op het werk. De duur van het lactatieverlof is variabel, maar het houdt in elk geval op zodra uw baby 5 maanden oud is. Uw arbeidsgeneesheer moet het lactatieverlof goedkeuren.
    Het lactatieverlof wordt betaald door de mutualiteit. U krijgt een percentage van het basisloon. Statutaire ambtenaren worden doorbetaald door de werkgever.
  • Onbetaald borstvoedingsverlof
    Moeders die geen risicoberoep hebben, kunnen onbetaald borstvoedingsverlof vragen. Daarvoor overlegt u met uw werkgever. Ook de duur van het verlof wordt in overleg bepaald.

Geboorteverlof voor mee-ouders

Mee-ouder noemen we de persoon die - op moment van de geboorte van het kind - met de moeder gehuwd is, wettelijk met de moeder samenwoont of al minstens drie jaar feitelijk met de moeder samenwoont. De mee-ouder kan zowel een man als een vrouw zijn.

Mee-ouders hebben recht op 10 werkdagen geboorteverlof. Die moeten worden opgenomen in de eerste 4 maanden na de geboorte. Dat hoeft niet noodzakelijk aaneensluitend te gebeuren – de manier waarop u het opneemt, bespreekt u met de werkgever. De eerste 3 dagen worden door de werkgever betaald, de resterende 7 door de mutualiteit. De uitkering bedraagt een percentage van het basisloon. Statutaire ambtenaren krijgen de volledige 10 dagen uitbetaald door de werkgever.

Voor zelfstandigen

Moederschapsrust
Sinds 1 januari 2009 hebben zelfstandigen recht op 8 weken moederschapsrust. Daarvan moet u 1 week vóór de geboorte opnemen en 2 weken na de geboorte. De resterende 5 weken mag u naar keuze opnemen in een periode die loopt van 3 weken vóór de verwachte bevallingsdatum tot 23 weken na de bevalling. U mag die 5 weken dus gespreid opnemen, maar dan wel in blokken van minstens 1 week.

Het verlof wordt betaald door de mutualiteit: u krijgt een forfaitair bedrag aan het einde van de moederschapsrust.

Borstvoedingsverlof
Zelfstandige mama's kunnen geen borstvoedingsverlof opnemen.

Geboorteverlof voor mee-ouders
Zelfstandige mee-ouders kunnen geen geboorteverlof opnemen.

Meer informatie

Uitgebreide informatie over onder meer kraamgeld, erkenning, moederschapsrust vindt u in een folder van Kind en Gezin, Sociaal aspect van zwangerschap en geboorte en op de website van FAMIFED.

Informatie over kinderopvang vindt u in bovenstaande brochure en op de website van Kind en Gezin.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 23-11-2018 12:24.