​​​Speciale technieken

Pre-implantatie genetische testing (PGT)

Als we weten dat er een risico bestaat op genetische afwijkingen, onderzoeken we de embryo's met gespecialiseerde technieken. Dat doen we voordat ze in de baarmoeder worden teruggeplaatst (pre-implantatie).

De techniek kan ook toegepast worden bij herhaalde miskramen en als een zwangerschap na meerdere embryotranfers uitblijft.

Afhankelijk van de indicatie zijn verschillende toepassingen mogelijk:

  • PGT voor aneuploidie screening (PGT-A), selectie voor embryo’s met een normaal aantal chromosomen
  • PGT voor ongebalanceerde chromosomale afwijkingen (PGT-SR), bijvoorbeeld voor chromosomale translocaties
  • PGT voor monogene aandoeningen (PGT-M), single-gene disorders

VProfectofermbiopsieoor deze onderzoeken hebben we celmateriaal van de embryo's nodig. Dat verkrijgen we via een biopsie – de trofectodermbiopsie.

In de hoogtechnologische cleanroom van het UZ Gent zijn de omstandigheden ideaal om tot embryo's van een goede kwaliteit te komen. Op de vijfde dag na de bevruchting zijn de embryo's doorgegroeid tot blastocysten. Op een blastocyste kunnen we de trofectodermbiopsie doen, waarbij we meerdere cellen wegnemen (zie afbeelding).

De weggenomen cellen worden in het lab onderzocht. Sinds kort gebeurt dat in samenwerking met de dienst Medische genetica via next generation sequencing (NGS). Deze methode laat toe om alle chromosomen tegelijk te beoordelen. Ze is geschikt om zowel een PGD als een PGS uit te voeren en geeft snel betrouwbare resultaten.

Muizentest (Mouse Oocyte Activation, MOAT)

Onderzoekers van de afdeling Reproductieve geneeskunde kunnen aan de hand van een zelfontwikkelde diagnosetest bepalen hoe groot de eicelactiverende capaciteit van de zaadcellen is. Aan de hand daarvan kunnen ze inschatten waarom ICSI-behandelingen falen. Met die zogenoemde ‘muizentest’ heeft onze afdeling een wereldwijde reputatie opgebouwd.

Humane zaadcellen worden in muizeneicellen geïnjecteerd om hun eicelactiverende capaciteit na te gaan. Humane zaadcellen zijn immers in staat om muizeneicellen te activeren. De te onderzoeken zaadcellen worden dan vergeleken met humane zaadcellen waarvan is aangetoond dat ze in staat zijn om te bevruchten.

Als de muizentest aantoont dat de zaadcellen geen of een verminderd activatievermogen bezitten, dan weten we dat tijdens de volgende ICSI-poging geassisteerde eicelactivatie​ nodig zal zijn.

Wijst de test uit dat de zaadcellen wél genoeg activatievermogen hebben, dan vermoeden we dat het falen van de ICSI-behandeling samenhangt met een eicelfactor. Op basis van de voorgeschiedenis van de patiënt beslissen we dan om bij de volgende ICSI-poging al dan niet geassisteerde eicelactivatie toe te passen op alle of op een deel van de eicellen.

Geassisteerde eicelactivatie (Assisted Oocyte Activation, AOA)

Met deze techniek – waarin de afdeling Reproductieve Geneeskunde aan de wereldtop staat – is zwangerschap toch mogelijk, hoewel de eicelactiverende capaciteit van de zaadcellen beperkt is.

Bij geassisteerde eicelactivatie wekken we tijdens de ICSI kunstmatig een aantal calciumstijgingen op. Dat moet de gefaalde bevruchting verhelpen. Samen met de zaadcel injecteren we een hoeveelheid calcium. Na de ICSI worden de eicellen twee keer blootgesteld aan een calcium-ionofoor, zodat zich in het cytoplasma van de eicel calciumstijgingen voordoen. Onderzoek heeft aangetoond dat baby’s die na deze eicelactivatie geboren worden geen afwijkingen vertonen.

ICSI met heelkundig verkregen zaadcellen (MESA en TESE)

Bij sommige mannen vinden we geen enkele zaadcel in het ejaculaat (azoöspermie). Verstopping van de zaadleiders (na infectie, sterilisatie of aangeboren) is een van de oorzaken. In andere gevallen produceren de teelballen geen of te weinig zaadcellen. De precieze oorzaak moeten we via voorafgaand onderzoek achterhalen. Dat onderzoek gebeurt in het Andrologisch centrum van het UZ Gent of bij een androloog of uroloog van uw keuze.

Als de zaadleider verstopt is, kunnen zaadcellen via een eenvoudige heelkundige ingreep uit de bijbal worden geaspireerd (MESA of microchirurgische epididymaire sperma-aspiratie; een ingreep onder algemene verdoving).
Wanneer in de zaadvloeistof bij routineonderzoek helemaal geen zaadcellen worden aangetroffen, kunnen we bij ongeveer 40 procent van de patiënten toch eilandjes van beperkte zaadcelproductie vinden (TESE of testiculaire sperma-extractie). De extractie gebeurt met een relatief kleine heelkundige ingreep in het dagziekenhuis.


Om de eicel te bevruchten passen we ICSI toe. Zowel het aantal zaadcellen als de kwaliteit ervan is onvoldoende voor ivf. De resultaten van deze behandeling zijn bijna even goed als bij het gebruik van zaadcellen na ejaculatie.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 1-8-2019 10:27.