Knieprothese door artrose

Wat is artrose?

Bij artrose van de knie brokkelt het kraakbeen af. Het kraakbeen verdwijnt beetje bij beetje en kan steeds minder zijn rol als schokdemper opnemen. Het glijoppervlak van de knie wordt ook minder glad. Hierdoor wordt de ruimte tussen de botten kleiner en kan er bot-op-botcontact ontstaan.

Meestal is er ook slijtage van de menisci. Die slijtage kan veralgemeend zijn of uitsluitend in één compartiment voorkomen. De knie telt drie compartimenten: het patellofemorale compartiment, het mediale (binnenste) tibiofemorale compartiment en het laterale (buitenste) tibiaofemorale compartiment.

Wat zijn de oorzaken?

Er zijn verschillende oorzaken mogelijk. Bijvoorbeeld:

  • Slijtage
  • Een breuk in het gewricht (posttraumatische artrose)
  • Standafwijkingen zoals X-benen, O-benen of platvoeten
  • Aangeboren afwijkingen
  • Reumatische aandoeningen
  • Herhaalde bloedingen in het gewricht

Wanneer wordt een knieprothese geplaatst?

De dokter zal u een knieprothese voorstellen als er sprake is van uitgesproken artrose met bot-op-botcontact. Alleen als de klachten en beperkingen ernstig zijn en een niet-operatieve behandeling niet meer helpt, wordt de operatie overwogen.

Wat mag u verwachten?

Het doel van de prothese is dat de pijn in uw knie vermindert en de functionaliteit verbetert. Zo kunt u weer de normale dagelijkse activiteiten uitvoeren en gaat uw levenskwaliteit erop vooruit.

Een goede revalidatie is daarbij essentieel. Om de knie weer goed te kunnen gebruiken, zijn spierkracht en spiercontrole minstens even belangrijk als een goed geplaatste prothese. Hoe beweeglijk uw knie wordt, hangt grotendeels af van hoe beweeglijk hij was voor de operatie. Al mag u wel een kleine winst verwachten.

Lage impactsporten zoals fietsen, zwemmen, golfen en recreatief tennis zijn toegelaten.

Het duurt minstens een jaar voor uw knie helemaal genezen is. U hoeft zich dus niet meteen zorgen te maken als u het eerste jaar na de operatie af en toe nog klachten hebt.

Wat is een knieprothese?

Een knieprothese vervangt de glijlaag. Dat is het kraakbeen met enkele millimeters onderliggend bot.

De prothese bestaat uit verschillende componenten:

  • een op het bovenbeen 
  • een op het onderbeen 
  • een tussenin om de beide componenten op elkaar te laten aanpassen

Bij een totale knieprothese wordt meestal ook een component op de knieschijf geplaatst.

Welke soorten knieprothesen zijn er?

Als de slijtage veralgemeend is, wordt het gehele glijoppervlak van de knie vervangen.

Beperkt de slijtage zich tot een compartiment, dan kan de arts beslissen om alleen dat deel te vervangen.

  • De mediale prothese vervangt de binnenkant 
  • De laterale prothese vervangt de buitenkant 
  • De petellofemorale prothese vervangt de groeve van de knieschijf en de knieschijf

Of zo’n gedeeltelijke knieprothese een optie is, hangt af van verschillende factoren. Dat wordt met u besproken op de preoperatieve raadpleging en infosessie.

Afhankelijk van de kwaliteit en functie van uw ligamenten, kan de arts ook beslissen om de uw ligamenten en kruisbanden te bewaren of te vervangen in de prothese. Door eventueel botverlies of zeer uitgesproken slijtage kan ook een meer gespecialiseerd type van prothese nodig zijn.

Hoe verloopt de revalidatie?

De revalidatie start al op de dag van de operatie, tenzij er tegenindicaties zijn. Al op de ontwaakruimte wordt de beweeglijkheid geoefend. Als uw algemene toestand dat toelaat, mag u later op de dag uit bed komen en met hulp enkele stappen zetten.

De dag na de ingreep start de intensieve revalidatie. Zorg voor makkelijke kledij en goede schoenen zodat u kunt oefenen. Zodra de revalidatie vordert, de wonde goed genezen is en de pijn onder controle is, mag u het ziekenhuis verlaten.

Daarna revalideert u verder thuis met de kinesist of – al dan niet opgenomen - in een revalidatiecentrum. Dat wordt bij de planning van uw operatie besproken, zodat de nodige aanvragen op voorhand kunnen geregeld worden.

Hoe verloopt de verdere opvolging?

Normaal gezien komt u ongeveer 5 à 6 weken na de operatie op controle. De volgende controles vinden ongeveer 3 à 4 maanden na de ingreep plaats en een jaar na de ingreep. In specifieke gevallen of bij problemen wordt daarvan afgeweken.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 23-10-2018 18:32.