Ouderdomsslechthorendheid

Veroudering heeft een invloed op het hele oor.

  • De oorschelp wordt groter en stijver.
  • De uitwendige gehoorgang wordt slapper. Daardoor kan de gehoorgang vernauwen.
  • Het middenoor (trommelvlies en de gehoorbeentjes) wordt vaak wat stijver.
  • De belangrijkste verandering speelt zich af in het binnenoor: de zintuig- en zenuwcellen sterven af.

Ouderdomsslechthorendheid is dus een binnenoorslechthorendheid. U hoort niet alleen minder goed, u kunt ook moelijker geluid onderscheiden. Mensen klagen wel eens over het zogeheten cocktailparty-effect: in een lawaaierige omgeving horen ze wat er gezegd wordt, maar ze verstaan het niet.

Ouderdomsslechthorendheid doet zich altijd gelijkmatig voor aan beide oren en kan gepaard gaan met oorsuizen of tinnitus. Een hoorapparaat is de meest voorkomende behandeling.

Meer informatie vindt u in de folder ‘Ouderdomsslechthorendheid’ (pdf).

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 23-10-2018 18:33.