Neuscorrecties

Wie komt in aanmerking voor een neuscorrectie?

Een neuscorrectie (rhinoplastie en rhinoseptoplastie) wordt om verschillende redenen uitgevoerd. Meestal wordt de neus gecorrigeerd om functionele klachten aan te pakken, zoals een verstopte neus, problemen met de neusvorm of een combinatie van beide.

U komt in aanmerking voor een neuscorrectie vanaf de leeftijd van 17 jaar. Pas dan is de neus volledig volgroeid. De ingreep duurt gemiddeld twee à drie uur en gebeurt onder algemene verdoving. U wordt hiervoor twee nachten (drie dagen) opgenomen in het ziekenhuis.

De neusvorm is zeer persoonlijk en wordt patiënt per patiënt bekeken. U bespreekt uw verwachtingen in detail met uw chirurg. Hij oordeelt of ze realistisch en technisch realiseerbaar zijn.

Voor de operatie worden er vanuit verschillende hoeken foto’s van het aangezicht genomen. U ondergaat ook een ademhalingstest om de neusdoorgankelijkheid te meten.

Een open of gesloten neuscorrectie?

Uw chirurg bespreekt vooraf met u welke techniek hij kiest.

Een gesloten neuscorrectie

Met een gesloten neuscorrectie wordt de neustip gecorrigeerd, al zijn de mogelijkheden eerder beperkt. Ook het neustussenschot kan gecorrigeerd worden. Het tussenschot speelt een belangrijke rol in de vorm en stand van de neus.

Deze operatie laat geen zichtbare littekens na. Meestal wordt aan elke kant van het neustussenschot een sneetje (minder dan 3 mm) gemaakt. Af en toe moeten er ook verschillende kleine sneetjes gemaakt worden op zichtbare plaatsen.

Een open neuscorrectie

Een open neuscorrectie wordt uitgevoerd wanneer een esthetische correctie van de neustip vereist is of bij revisiechirurgie (correctiechirurgie na een eerdere ingreep). Ze kan ook gepaard gaan met een tussenschotcorrectie.

Deze operatie geeft een veel beter zicht op de kraakbeenstructuren van de neus. Daarvoor wordt een klein sneetje gemaakt onderaan de neus. Die vormen later zeer kleine littekentjes die niet of nauwelijks zichtbaar zijn. Een open tipcorrectie veroorzaakt een iets langere zwelling van de neus en heeft een langer genezingsproces.

Uitzonderlijk wordt er kraakbeen uit de oorschelp genomen. In dat geval leggen we het verloop en de procedure voor de wond- en nazorg uitgebreid uit.

Wat zijn de mogelijke complicaties?

Bij iedere operatie, ook een neusoperatie, bestaan er risico’s. In de praktijk zijn complicaties bij een neusoperatie zeldzaam. Door de controles na de operatie worden ze vroeg opgespoord. Mogelijke complicaties zijn:

  • een onverwachte bloeding
  • 48 uur na de ingreep nog altijd 38 graden of meer koorts
  • een rode en gezwollen wondrand

Neem contact op met uw arts als u dergelijke complicaties ondervindt. Ze kunnen goed behandeld worden. Er kan ook tijdelijk reukverlies optreden. Permanent reukverlies na neuschirurgie wordt beschreven in de literatuur, maar is zeer zeldzaam.

Wat gebeurt er na de operatie?

  • Onmiddellijk na de operatie krijgt u medicatie om de pijn te verzachten. Indien nodig kan u deze medicatie nog enkele dagen innemen. Doorgaans volstaat paracetamol. Soms is een antibioticakuur nodig tegen infecties. Verwittig uw arts tijdig als u overgevoelig bent voor een bepaald antibioticum.
  • In de neus worden twee tampons geplaatst om eventueel bloedverlies op te vangen. Deze tampons blijven 48 uur zitten en worden een paar uur voor uw ontslag uit het ziekenhuis verwijderd. De tampons in de neus verplichten u om tijdelijk door de mond te ademen. Omdat dit een droge mond en keel veroorzaakt, moet u voldoende drinken.
  • Als de tampons verwijderd zijn, kan u de neusgaten voorzichtig schoonmaken en met wat zalf verzorgen. Omdat het slijmvlies door de operatie nog opgezwollen is, kan uw neus nog een tijdje verstopt blijven. Een zoutoplossing verhelpt dit probleem. U snuit uw neus de eerste twee weken beter niet.
  • Vaak wordt er na een neuscorrectie een spalk op de neus geplaatst. Die moet ongeveer zeven tot tien dagen blijven zitten. U mag niet douchen met de spalk.
  • Na een neuscorrectie is uw gezicht gezwollen en verkleurd. Het is normaal dat deze effecten de eerste 48 uur na de ingreep wat erger worden. Een ijsbril kan verlichting brengen. Meestal verdwijnt de verkleuring na twee weken.
  • Bukken, tillen en zware inspanningen die te veel druk geven op het hoofd, doet u gedurende een drietal weken beter niet. Daarnaast moet u de eerste zes weken voorzichtig zijn bij het sporten. De eerste twee maanden na de ingreep mag u zeker geen bril dragen. Daarna kan u weer brillen, na overleg met uw arts.
  • Na de operatie komt u nog enkele keren op de raadpleging voor postoperatieve controle en worden de hechtingen verwijderd. Uw neustip kan enkele maanden tot een jaar na de ingreep gevoelloos zijn, maar dat verdwijnt vanzelf.

Meer informatie vindt u in de folder ‘Septoplastie/conchotomie’ (pdf).

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 23-10-2018 18:33.

Dienst contacteren

09 332 23 32

Afspraak maken

09 332 23 32

Locatie

Ingang 68

Route 690