Radicale prostatectomie

Bij een radicale prostatectomie wordt de prostaat volledig weggenomen, samen met de zaadblaasjes, een stukje van de blaashals en de plasbuis die doorheen de prostaat loopt. Nadien maakt de uroloog een nieuwe verbinding tussen de plasbuis en de blaas. Wanneer de kans op uitzaaiing van de tumor naar de lymfeklieren groter is dan 15 procent worden tijdens deze operatie ook de lymfeklieren in de onderbuik weggenomen.

De ingreep gebeurt meestal via een robotgeassisteerde kijkoperatie. Dat wil zeggen dat de uroloog de kijkoperatie uitvoert door commando's te geven aan de robot, die de instrumenten beweegt. Bij deze minimaal invasieve heelkunde krijgt u alleen vijf kleine insnedes in de onderbuik.

Een kijkoperatie heeft nog meer duidelijke voordelen: er is minder bloedverlies tijdens de operatie en minder pijn erna. Dat verkort uw ziekenhuisopname, zodat u sneller opnieuw dagelijkse activiteiten kan uitvoeren. De kans op genezing na een een robotgeassisteerde ingreep is even hoog als na een open operatie. Een robotgeassisteerde ingreep vergroot wel de kans dat u erecties behoudt en verkleint het risico op urineverlies.

Uw arts zal de prostaat, de zaadblaasjes en eventueel de lymfeklieren verwijderen en ze laten onderzoeken in een laboratorium. Dat onderzoek is belangrijk om te weten in welk tumorstadium de prostaatkanker zich bevindt. Als er tumorcellen gevonden worden op het snijvlak, of als er lymfeklieren worden aangetroffen die ingenomen zijn door kwaadaardige cellen, dan beveelt de arts een bijkomende behandeling met uitwendige bestraling aan.

Praktisch

De avond voor de ingreep of de ochtend van de ingreep wordt u opgenomen op de verpleegafdeling. De opnameduur is doorgaans drie dagen, maar kan variëren, afhankelijk van uw algemene toestand en van de eventuele nevenwerkingen. De operatie zelf neemt twee tot vier uur in beslag. Na de operatie hebt u vijf kleine wondjes in de onderbuik. Tijdelijk zult u één of twee drains in de onderbuik hebben – om overtollig bloed en wondvocht af te voeren – en een sonde doorheen de plasbuis, om de urine uit de blaas in een zakje op te vangen. Doorgaans zijn deze drain(s) en de sonde verwijderd voordat u naar huis gaat.

Nevenwerkingen

Vroegtijdige nevenwerkingen kunnen tijdens of kort na de opname optreden. Ze komen weinig voor en zijn eigen aan een operatie: nabloeding, wondinfectie en diepe veneuze trombose. Door de aanwezigheid van de sonde kunt u last krijgen van een urineweginfectie of van blaaskrampen.

Laattijdige nevenwerkingen die zeker zullen voorkomen zijn onvruchtbaarheid en een droog orgasme. Andere nevenwerkingen zijn ongewild urineverlies, een vernauwing op de nieuwe verbinding tussen de plasbuis en de blaas en erectieproblemen.

Invloed op plassen

Nadat de blaassonde is verwijderd, zult u mogelijk last hebben van urineverlies. Dat kan variëren van enkele druppels tot de volledige blaasinhoud. Bij het merendeel van de mannen verbetert of verdwijnt het urineverlies in de loop van het jaar na de operatie. Na drie maanden heeft nog 40 tot 50 procent van de mannen er last van. Een half jaar na de operatie heeft nog 20 tot 30 procent van de mannen ongewild urineverlies en na één jaar 5 tot 15 procent.

Zolang u last hebt van ongewild urineverlies kunt u opvangmateriaal gebruiken, zoals incontinentieverbanden of een condoomkatheter. Ook kunt u oefeningen doen om uw bekkenbodemspieren te verstevigen, zodat u de urine gemakkelijker kunt ophouden.

Blijft het urineverlies langer dan één jaar aanhouden, dan mag u veronderstellen dat het definitief is. In dat geval kan er eventueel een kunstsluitspier of een netje ter ondersteuning van de plasbuis worden geplaatst.

Een bijkomend probleem, dat niet zo vaak voorkomt, is een vernauwing op de verbinding plasbuis-blaas. Dat komt voor bij 1 tot 10 procent van de mannen die een radicale prostatectomie hebben gehad. Die vernauwing kan voor lichte klachten zorgen, zoals een verminderde straal bij het plassen. In uitzonderlijke gevallen kan ze de blaas ook afsluiten en het plassen onmogelijk maken.

Invloed op de stoelgang

Kort na de operatie kunt u tijdelijk wat moeite hebben bij de stoelgang. Als u dat wilt, zal de arts u medicatie voorschrijven om de stoelgang zachter te maken.

Invloed op seksualiteit

Doordat tijdens de operatie de prostaat en de zaadblaasjes worden verwijderd hebt u na de ingreep geen zaadlozing meer. Het orgasme kan behouden blijven, maar het gevoel kan veranderen omdat u klaarkomt zonder zaadlozing.

Door de prostaatoperatie kunnen zenuwen die instaan voor een erectie beschadigd raken. Als dat mogelijk is – bij kleine tumoren –  zal uw uroloog een zenuwsparende operatie uitvoeren. Ook dan bestaat het risico dat de erecties van mindere kwaliteit zijn of dat u zelfs helemaal geen erectie meer kunt krijgen. Wanneer een zenuwsparende ingreep niet mogelijk was, zijn spontane erecties voortaan uitgesloten.

Als de beide zenuwen gespaard blijven, krijgt 32 tot 86 procent van de patiënten een erectie. Indien slechts één zenuw gespaard blijft, heeft nog 13 tot 56 procent van de patiënten een erectie. Tot twee jaar na de operatie kunt u nog verbetering verwachten. Indien gewenst kan de uroloog u hulpmiddelen voorschrijven om op een kunstmatige manier een erectie te krijgen: medicatie, spuitjes in de penis, een vacuümpomp of een operatie.

De operatie tast uw libido niet aan. U kunt echter wel minder zin in seks ervaren, omdat u moeilijkheden hebt om een erectie te krijgen of omdat u helemaal geen erectie meer kunt krijgen. Ook emoties zoals angst of verdriet kunnen het libido verlagen.

Invloed op het dagelijkse leven

Lichte huishoudelijke taken kunnen na een kijkoperatie redelijk snel worden hervat. Zware arbeid of intensief sporten mag vanaf zes weken na de operatie. Dat hangt vooral af van de mate van urineverlies. U bent mogelijk arbeidsongeschikt gedurende de herstelperiode van zes weken na de operatie, afhankelijk van het werk dat u doet. Ook kunnen bepaalde hobby's tijdelijk uitgesloten zijn.

Opvolging

Tijdens de eerste controleafspraak op de polikliniek zal de uroloog u het resultaat van het microscopisch onderzoek meedelen. U hoort dan ook of de prostaattumor volledig werd verwijderd. Als dat niet zo is, kan de uroloog u meteen een bijkomende bestralingstherapie voorstellen.

De uroloog zal u regelmatig terugzien ter controle van het PSA. Uw PSA zal na de operatie in principe onmeetbaar laag zijn (<0,03 ng/dl). Wanneer het PSA toch zou oplopen na een radicale prostatectomie zal de uroloog u bijkomende onderzoeken en behandelingen voorstellen om de prostaatkanker alsnog onder controle te krijgen.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 23-10-2018 18:31.

Dienst contacteren

Tel. 09 332 22 76

Afspraak maken

09 332 22 76

Locatie

Ingang 71 (gebouw P3)

Verdieping 0