​Uitwendige bestraling van de prostaat

Bij uitwendige bestraling wordt de prostaat door een bestralingstoestel buiten het lichaam bestraald. Dat gebeurt met een hoge, maar gerichte dosis: de te bestralen plaats wordt nauwkeurig bepaald en de omliggende zones worden afgeschermd.

Enkele weken lang wordt de prostaat zo dagelijks bestraald, telkens voor een korte periode. De cellen in de prostaat en de tumorcellen worden op die manier vernietigd. Dankzij intensiteitsgemoduleerde radiotherapie wordt gezond weefsel dat in de buurt van de te bestralen tumor of lymfeklieren ligt, zo weinig mogelijk belast met straling.

Aanvullende hormoontherapie

Voor de behandeling van prostaatkanker met agressieve groeikenmerken kan die uitwendige bestraling worden gecombineerd met hormoontherapie. Dat moet de  genezings- en overlevingskansen verhogen. De radiotherapeut zal bij elke patiënt beoordelen of hij al dan niet baat heeft van bijkomende hormoontherapie. De hormoontherapie wordt gedurende minimum 6 maanden tot 2 jaar gegeven.

Uitzaaiing naar lymfeklieren

Hebt u een verhoogde kans op uitzaaiing van de tumor naar de lymfeklieren, dan worden de lymfeklieren die in de omgeving van de prostaat liggen operatief verwijderd (lymfadenectomie). Deze operatie gebeurt enkele weken voor de bestraling. Met de ingreep wil men nagaan of de prostaattumor uitgezaaid is naar de lymfeklieren. Als dat zo is, worden naast de prostaat ook de lymfeklieren bestraald.

Organen die in de nabijheid van de prostaat liggen, zijn de endeldarm (rectum) en de blaas. Deze organen krijgen ook een deel van de straling te verwerken, zij het dan in een veel lagere dosis. Om de endeldarm en de blaas zoveel mogelijk te beschermen, tekent de radiotherapeut ze op CT- en MR-beelden in. Bij het berekenen van het bestralingsplan wordt daar rekening mee gehouden.

Praktisch

Bij de eerste consultatie bij de radiotherapeut vindt een verkennend gesprek plaats. U maakt meteen ook afspraken om de te bestralen velden in te tekenen en voor de bestraling zelf.

Om de situatie van de plannings-CT zoveel mogelijk na te bootsen en de gezonde organen maximaal uit het bestralingsveld te houden, moeten de endeldarm en de blaas voor elke bestraling voorbereid worden. Daarvoor komt u ongeveer één uur voordat u bestraald wordt naar de bestralingsafdeling. U doet eerst de voorbereiding van de endeldarm en dan van de blaas. De bestraling zelf duurt minder dan 10 minuten. Het aantal bestralingen varieert van 36 tot 38 keer.

Nevenwerkingen

Normale bijwerkingen

Bijwerkingen die tijdens of tot drie maanden na de bestralingsperiode kunnen optreden, zijn frequentere stoelgang, lossere stoelgang, haast hebben om op tijd op het toilet te raken of slijmen bij de stoelgang. Pijn of bloed bij stoelgang komen zelden voor.

Gelijkaardige bijwerkingen kunt u ondervinden bij het plassen. U moet vaker gaan plassen en u moet sneller reageren bij plasdrang. Wat bloed bij de urine of pijn bij het plassen zijn ook niet abnormaal. Het kan ook dat u 's nachts één of enkele keren moet opstaan om te plassen.

Al die bijwerkingen kunnen in meer of mindere mate voorkomen, afhankelijk van de persoon. We noemen ze acute bijwerkingen omdat ze ofwel tijdens, ofwel tot drie maanden na de bestraling kunnen optreden. Daarna neemt de ernst van de klachten meestal af.

De radiotherapeut die u opvolgt tijdens de bestraling zal die klachten wekelijks bij u navragen. Als u tussen die wekelijkse consultaties in toch nood hebt aan advies, dan maakt u een extra afspraak, via de verpleegkundige aan het bestralingstoestel.

Krijgt u te veel last van de bijwerkingen, dan kan de radiotherapeut u medicatie voorschrijven. Start nooit op eigen houtje met medicatie.

Alarmsignalen

Ernstig bloedverlies bij het plassen of stoelgang maken is zeer uitzonderlijk maar moet onmiddellijk gemeld worden aan de radiotherapeut.

Samengevat

  • Ongeveer één uur voor de bestraling komt u naar de bestralingsafdeling voor de voorbereiding van endeldarm en blaas.
  • U brengt de zetpil in bij aankomst op de bestralingsafdeling.
  • Nadat u stoelgang hebt gemaakt, drinkt u 3 bekers water.
  • Tijdens de bestralingsperiode drinkt u dagelijks 1,5 liter water.
  • Bijwerkingen die u kunt verwachten zijn frequente stoelgang, lossere stoelgang, sterke aandrang om stoelgang te maken, pijn, bloed of slijmen bij de stoelgang, vaak moeten gaan plassen, sterke aandrang en 's nachts opstaan om te plassen, pijn of bloed bij het plassen.
  • Alarmsignalen waarvoor u uw radiotherapeut direct moet raadplegen zijn ernstig bloedverlies bij plassen of via de anus.
De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 23-10-2018 18:31.

Dienst contacteren

Tel. 09 332 22 76

Afspraak maken

09 332 22 76

Locatie

Ingang 71 (gebouw P3)

Verdieping 0