Blaasinstillatie met chemotherapie

Chemotherapie heeft een antitumorale werking bij de meeste oppervlakkige kankergezwellen in de blaas. De chemotherapie kan kleine tumorcellen op de blaaswand vernietigen.

Een blaasinstillatie is het inbrengen van een vloeistof in de blaas doorheen een sonde (hol, soepel buisje). De behandeling met chemotherapie wordt gespreid over verschillende weken of maanden. Uw uroloog zal een individueel schema voor u opmaken.

Voor de blaasinstillatie

Op de dag dat u naar het ziekenhuis komt, belt u 's morgens vóór 9.30 uur naar de polikliniek om te bevestigen dat u op de afspraak zult zijn (tel. 09 332 22 78). We kunnen de apotheker dan vragen om de chemotherapie alvast klaar te maken.

Als u de afgelopen week koorts of tekenen van een blaasontsteking hebt gehad, kunt u dat beter al tijdens het telefoongesprek vertellen. Tekenen die kunnen wijzen op een blaasontsteking zijn frequent, branderig, pijnlijk, moeilijk of bloederig plassen.

Om het product optimaal te laten werken, mag het niet te veel worden verdund met urine. In de zes uur voor de toediening van de chemotherapie drinkt u daarom het best niet meer dan één kop of glas. Vochtafdrijvende medicatie neemt u pas een uur na de instillatie in.

De blaasinstillatie

Vóór het toedienen van de chemotherapie vraagt de verpleegkundige u of u bijwerkingen hebt gehad van de vorige instillatie. U verwijdert vervolgens uw onderkleding en gaat op de behandelingstafel liggen. De toediening zelf duurt ongeveer 10 minuten. Het product wordt plaatselijk toegediend: een verpleegkundige schuift een sonde (hol, soepel buisje) doorheen de plasbuis tot in de blaas. Als de sonde geplaatst en de blaas geledigd is, krijgt u de chemotherapie doorheen de sonde toegediend. Het product is een blauwe, rode of heldere vloeistof en zit in een spuit die op de sonde geplaatst wordt. Na de toediening wordt de sonde verwijderd.

Het plaatsen en verwijderen van de sonde is niet pijnlijk, maar kan wel als onaangenaam worden ervaren. Het toedienen van de chemotherapie is evenmin pijnlijk, maar u kun het wel voelen. Het product chemotherapie is niet onschadelijk en komt beter niet in contact met de huid. De verpleegkundige zal daarom beschermingsmaatregelen nemen. Zodra de chemotherapie ingespoten is in de blaas, is er geen gevaar voor uw gezondheid. Uw blaaswand vormt een natuurlijke barrière die voorkomt dat uw lichaam het product opneemt.

Na de blaasinstillatie

De chemotherapie moet één uur in de blaas blijven. Krijgt u het gevoel dat u moet plassen, dan moet u dit proberen uit te stellen. Uw blaas wordt geprikkeld door het product en kan u daarom het gevoel geven dat u moet plassen. Weet dat er op dat ogenblik slechts 60 ml in uw blaas zit – een normale plas is ongeveer 350 ml. U hebt immers weinig gedronken in de uren voor de toediening van de chemotherapie.

Nadat u het product één uur in uw blaas gehouden hebt, gaat u plassen. U plast zittend op het toilet (ook mannen moeten zittend plassen) om spatten te voorkomen. De urine heeft nu een andere kleur dan normale urine. Nadien spoelt u het toilet twee maal door met gesloten deksel. U wast uw handen en uw schaamstreek met water en zeep om eventuele spatten van het product te verwijderen. Deze hygiënische maatregelen volgt u tot acht uur na het uitplassen van het product. Als u het product hebt uitgeplast, drinkt u de rest van de dag minstens één liter water. Zo worden de resten van de chemotherapie zo snel mogelijk uit de blaas gespoeld.

Bij seksuele betrekkingen draagt de man tijdens de eerste week na de behandeling een condoom. De mannelijke partner van een vrouw die vruchtbaar is, moet gedurende de hele behandelingsperiode (van de man of de vrouw) een condoom dragen.

Nevenwerkingen

Normale bijwerkingen

Het is niet vreemd dat u na de behandeling met chemotherapie plasklachten hebt. Die zijn normaal, maar mogen niet langer dan twee dagen duren. Is dat wel het geval, raadpleeg dan uw arts. Plasklachten zijn pijnlijk of branderig, vaker of moeilijk plassen. Soms is er een beetje bloed bij de urine.

Alarmsignalen

U kunt plots niet meer plassen. Dat hoeft niet aan de chemotherapie te liggen. Als u een uur na het toedienen van het product niet kunt plassen, drinkt u veel water. Kunt u twee uur na het toedienen nog niet plassen, dan komt u terug naar de polikliniek of belt u uw huisarts. U vermeldt dan zeker ook dat u een instillatie kreeg met chemotherapie.

Een andere, weinig voorkomende nevenwerking is een allergische reactie aan handen en genitaliën. Deze reactie kan 1 tot 2 dagen duren. Voordat u de volgende instillatie krijgt, brengt u uw arts op de hoogte.

Samengevat

  • U belt het secretariaat de ochtend voor uw instillatie om uw afspraak te bevestigen op het nummer 09 332 22 78 (uiterlijk om 9.30 uur). U meldt eventuele klachten van koorts of blaasontsteking.
  • Vanaf zes uur voor de toediening beperkt u wat u drinkt tot maximaal 200 ml. Met het innemen van vochtafdrijvende medicatie wacht u tot na de instillatie.
  • Chemotherapie blijft één uur in de blaas, daarna gaat u plassen.
  • Volg de hygiënische voorzorgsmaatregelen (handhygiëne en intieme hygiëne) tot 8 uur nadat u het product uitgeplast hebt.
  • Alarmsignalen: niet meer kunnen plassen.

 

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 23-10-2018 18:31.

Dienst contacteren

Tel. 09 332 22 76

Afspraak maken

09 332 22 76

Locatie

Ingang 71 (gebouw P3)

Verdieping 0