TUR blaas

De blaas

De blaas is het reservoir voor de urine die de nieren aanmaken. De blaas is een hol orgaan. De binnenbekleding bestaat uit urotheel. Daaronder ligt de lamina propria. De blaas zelf is een spier (detrusor), die omgeven is door een dunne vetlaag.

De ingreep

Wegsnijden te onderzoeken letsels met lusjeBij een TUR of transurethrale resectie worden een of meerdere letsels ter hoogte van de blaaswand weggenomen via de plasbuis. Dat gebeurt onder volledige verdoving. Uw uroloog zal tijdens de operatie via de natuurlijke plasopening de letsels die hij wil laten onderzoeken wegsnijden met een lusje (zie figuur). Deze ingreep wordt door de zorgverleners vaak een TUR blaas genoemd.

Het doel van de operatie is tweevoudig. Uw arts zal de zichtbare letsels verwijderen en laten onderzoeken in een laboratorium. Dat onderzoek is belangrijk om te weten of de letsels goed- of kwaadaardig zijn. Zijn de letsels kwaadaardig, dan kan het labo ook de graad van kwaadaardigheid bepalen en aangeven hoe diep de tumor ingegroeid is in de blaaswand. Die gegevens zijn belangrijk voor een eventuele nabehandeling. Ook kunnen ze helpen voorspellen of de tumor snel kan terugkeren of kan ontaarden in een meer kwaadaardige gedaante (doorgroei in de blaasspier).

In sommige gevallen volgt daarom kort na de eerste TUR een tweede TUR, omdat het laboratorium intussen heeft gemerkt dat een tumor mogelijk niet volledig verwijderd werd, omdat de arts de microscopische groei van de tumor niet kan zien. Een tweede TUR kan ook nodig zijn als de tumor erg kwaadaardig is of diep ingegroeid is in de blaaswand.

Fluorescentie

Soms maakt de arts tijdens de ingreep gebruik van fluorescentie. Hij of zij beschijnt de blaaswand met een licht van een bepaalde golflengte (blauw licht). Daardoor stralen letsels die onzichtbaar zijn voor het blote oog zelf licht uit (roze vlekken). Deze techniek is slechts nuttig in bepaalde omstandigheden, vaak alleen bij vlakke letsels die niet of nauwelijks zichtbaar zijn. In de vaktaal worden ze 'carcinoma in situ' genoemd.

​Als uw arts beslist om gebruik te maken van fluorescentie, dan bereidt de verpleegkundige u daar één uur voor de ingreep op voor. Hij of zij schuift een sonde (hol, soepel buisje) doorheen de plasbuis in de blaas. Nadat de sonde geplaatst is en de blaas geledigd werd, krijgt u doorheen de sonde een product toegediend. Het gaat om een stof die een gewone blaaswandcel anders opneemt dan een tumorcel. Als de blaaswand wordt beschenen, is daardoor een verschil in verkleuring te zien (zie afbeelding). Nadat het product toegediend is, wordt de sonde verwijderd. ​

Afbeelding letsel met en zonder fluorescentie
Figuur 2: Links zonder fluorescentie, rechts met fluorescentie (blauw: normale blaaswand, roze: letsel) (afbeelding van www.snf.ch)

Het product moet één uur in de blaas blijven. Krijgt u het gevoel dat u moet plassen, dan moet u dat proberen uit te stellen. Uw blaas wordt geprikkeld door het product en kan u daarom het gevoel geven dat u moet plassen. Weet dat er op dat ogenblik slechts 60 ml in uw blaas zit – een normale plas is ongeveer 350 ml. U hebt immers weinig gedronken in de uren voor de toediening.

Praktisch

Voor deze ingreep wordt u opgenomen op de hospitalisatieafdeling, omdat u één nacht in het ziekenhuis moet blijven. De ingreep duurt ongeveer 20 tot 60 minuten. De duur hangt af van het aantal letsels dat uw arts zal verwijderen. Na de ingreep blijft er tijdelijk een blaassonde achter. U hoeft dus niet uit bed om te gaan plassen. De sonde is niet pijnlijk, maar kan als onaangenaam worden ervaren. In sommige gevallen is de sonde verbonden met een grote spoelzak en een grote urineopvangzak. Dat zorgt voor een continue spoeling, zodat de sonde niet verstopt. Zodra de urine helder is, wordt de spoeling stopgezet.

Tijdens de vervolgafspraak vertelt de uroloog u wat het lab, dat de stukjes weggenomen weefsel heeft onderzocht, heeft vastgesteld.

Chemotherapie

Soms zal de arts beslissen om u kort na de ingreep – enkele uren later – chemotherapie toe te dienen via de blaassonde. Chemotherapie heeft een antitumorale werking bij de meeste oppervlakkige kankergezwellen in de blaas. De chemotherapie kan rondzwevende en kleine tumorcellen op de blaaswand vernietigen.

Het toedienen van de chemotherapie is niet pijnlijk, maar u kunt het wel voelen. De chemotherapie is niet onschadelijk en komt best niet in contact met de huid. De verpleegkundige zal daarom beschermingsmaatregelen nemen. Tijdens de ingreep maakt de arts kleine wondjes in de blaaswand, zodat u het risico loopt dat u dit product opneemt in uw lichaam. De verpleegkundige zal u daarom observeren tijdens en na de toediening van de chemotherapie.

De chemotherapie moet één uur in de blaas blijven. In die tijd kunt u het gevoel krijgen dat u moet plassen. Die plasdrang krijgt u omdat uw blaas geprikkeld wordt door het product. Zodra het uur voorbij is, laat de verpleegkundige het product weglopen in de urineopvangzak die verbonden is met de blaassonde. Het is belangrijk dat alle chemotherapie gedraineerd wordt. Nadien zal de verpleegkundige de continue spoeling weer laten lopen of u aansporen om te drinken, zodat eventuele resten van het product uit de blaas verwijderd worden.

Thuis

Als de sonde binnen acht uur na het draineren van het product verwijderd wordt, moet u bijkomende hygiënische maatregelen in acht nemen. U plast zittend op het toilet – ook mannen – om spatten te voorkomen. Nadien spoelt u het toilet twee maal door met gesloten deksel. U wast uw handen en uw schaamstreek met water en zeep om eventuele spatten van het product te verwijderen.

Wordt de sonde later dan acht uur na het draineren van de chemotherapie verwijderd, dan zijn extra hygiënische maatregelen niet nodig. Bij seksuele betrekkingen draagt de man een condoom tijdens de eerste week na de behandeling met chemotherapie. De mannelijke partner van een vrouw die vruchtbaar is, moet gedurende de hele behandelingsperiode (van de man of de vrouw) een condoom dragen.

Nevenwerkingen

Het is niet vreemd dat u na de behandeling met chemotherapie plasklachten hebt. Deze klachten zijn normaal, maar mogen niet langer dan twee dagen duren. Doen ze dat wel, raadpleeg dan uw arts. De plasklachten zijn pijnlijk of branderig, vaker of moeilijk plassen. Soms is er een beetje bloed bij de urine. Een andere weinig vorkomende nevenwerking is een allergische reactie aan handen en genitaliën. Deze reactie kan een tot twee dagen duren.

 

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 23-10-2018 18:31.

Dienst contacteren

Tel. 09 332 22 76

Afspraak maken

09 332 22 76

Locatie

Ingang 71 (gebouw P3)

Verdieping 0