Virale hepatitis

Hepatitis A

Het hepatitis A-virus wordt overgedragen via besmet voedsel of water en kan na een incubatieperiode van 2-6 weken een acute hepatitis of leverontsteking veroorzaken. De besmetting wordt vaak opgelopen tijdens een reis naar ontwikkelingslanden.

De symtomen van acute hepatitis zijn geelzucht en algemene zwakte met vermoeidheid, die tot 4 weken en soms langer kan aanhouden. Een hepatitis A-infectie is zelflimiterend en wordt niet chronisch.

De behandeling bestaat uit relatieve bedrust en een tijdelijk alcoholverbod. In extreem zeldzame gevallen ontstaat een acuut leverfalen. Hepatitis A-infectie kan worden voorkomen met een vaccin, al dan niet in combinatie met een vaccin tegen hepatitis B-infectie.

Hepatitis B

Het hepatitis B-virus wordt overgedragen door bloed, seksueel contact of contact met besmette naalden. Tijdens de bevalling kan de baby van een besmette moeder hepatitis B oplopen. De incubatieduur bedraagt 2 tot 6 maanden. De ziekte komt het meest voor in Azië en Afrika. De presentatie is zeer wisselend, van een besmetting die zonder symptomen voorbijgaat, tot een ernstige leverontsteking zoals bij het hepatitis A-virus.

Diagnose

Om de diagnose te stellen wordt het bloed getest op de aanwezigheid van antilichamen tegen hepatitis B.

De meerderheid (90 procent) van de patiënten met acute hepatitis geneest binnen drie maanden. In zeer zeldzame gevallen ontstaat een acuut leverfalen.

Preventie en behandeling

In de acute fase van hepatitis B zijn relatieve bedrust en een alcoholverbod aangewezen. Ook belangrijk zijn preventieve maatregelen om andere personen niet te besmetten. Het is raadzaam om mensen die onder hetzelfde dak wonen of frequent met de patiënt in contact komen te vaccineren tegen hepatitis B. Ook nabije familie en seksuele contacten moeten – als dat nog niet is gebeurd – tegen het hepatitis B-virus worden gevaccineerd. Intussen maakt het hepatitis B-vaccin in Vlaanderen deel uit van het standaard vaccinatieschema.

Een minderheid van de patiënten blijft chronisch besmet met het hepatitis B-virus. Dat kan in verschillende stadia en met verschillende graden van activiteit gebeuren. Afhankelijk daarvan wordt een patiënt gewoon opgevolgd of krijgt hij of zij een therapie met virusremmers voorgeschreven, zoals tenofovir (Viread) of entecavir (Baraclude). Soms wordt ook het oudere lamivudine (Zeffix) nog gebruikt. Deze geneesmiddelen dienen in principe levenslang te worden genomen. Indien een chronische hepatitis B-virusinfectie niet correct wordt behandeld kan ze leiden tot levercirrose en hepatocellulair carcinoom.

Hepatitis C

Het Hepatitis C-virus (HCV) wordt parenteraal – dus buiten het maag-darmstelsel om – overgedragen, vooral via transfusie van besmet bloed, via intraveneus drugsgebruik (besmette naalden) en via bloed-bloedcontact tijdens seks. Sinds 1990 wordt bloed dat in België wordt gebruikt voor bloedtransfusie gescreend op het hepatitis C-virus, zodat deze transmissievorm niet meer voorkomt. Mensen die voor 1990 bloed of bloedproducten kregen toegediend, kunnen wel nog via deze weg besmet zijn geraakt. Doordat het virus jarenlang kan sluimeren, weten mensen in dat geval niet dat ze hepatitis C hebben opgelopen.

Voor hepatitis C bestaat nog geen vaccin. Er bestaan 7 genotypes van het virus, wat een impact heeft op de keuze van de behandeling. Bij ons komt genotype 1b het vaakst voor.

De acute infectie met het hepatitis C-virus gaat meestal ongemerkt voorbij. Heel zelden ontstaat er een ziektebeeld met de symptomen van een banale virale infectie: onwel zijn, spierpijn, lichte koorts en in zeldzame gevallen een beperkte geelzucht. Anders dan bij een infectie met hepatitis B ontwikkelt bij hepatitis C tot 80 procent van de patiënten een chronische infectie. Ook dat gebeurt meestal zonder symptomen, behalve vermoeidheid. Bij een minderheid van de patiënten verdwijnt het HCV-virus spontaan.

Diagnose

De diagnose gebeurt door het bloed te screenen op HCV-antilichamen. Die verschijnen een zestal weken na de besmetting en blijven levenslang in het bloed, ook als de patiënt spontaan of na een behandeling van het hepatitis C-virus verlost wordt. Om te weten of een patiënt nog een actieve HCV-infectie heeft, moet dus een dosage van het virus gebeuren (HCV-RNA-bepaling).

De chronische ontsteking kan leiden tot progressieve fibrose in de lever en uiteindelijk tot levercirrose. Dit gebeurt bij 20 procent van de patiënten met een hepatitis C-virus infectie na gemiddeld 20 jaar. De progressie kan sneller verlopen bij patiënten met zwaarlijvigheid, bij rokers of bij patiënten die regelmatig alcohol drinken. Wanneer de ontsteking tot levercirrose leidt, wordt meteen ook het risico op een hepatocellulair carcinoom groter.

Behandeling

De behandeling van het hepatitis C virus is de jongste sterk geëvolueerd. Tot voor kort was ze gebaseerd op het gebruik van interferon en ribavirine. De therapie had veel bijwerkingen en kende een matig succes.

Voor een omwenteling zorgde een nieuwe klasse medicatie, de direct-acting antivirals (DAA), die oraal worden ingenomen. Ze hebben minder bijwerkingen en vragen een kortere behandelingsduur (meestal 12 weken).

Sinds 2015 worden ze in België voor bepaalde groepen patiënten terugbetaald. Op 1 januari 2017 werden de terugbetalingscriteria voor deze medicatie verder versoepeld. Met deze interferonvrije behandelingen is het mogelijk om hepatitis C te behandelen met een succesratio van meer dan 95 procent en zonder noemenswaardige bijwerkingen. Een patiënt beschouwen we als volledig genezen als het hepatitis C-virus drie maanden na het beëindigen van de behandeling niet meer kan worden opgespoord.

De dienst Hepatologie van het UZ Gent heeft een ruime ervaring opgebouwd in de behandeling van HCV patiënten met DAA's. We namen al deel aan internationale klinische studies nog voor deze medicatie in België beschikbaar was.

Meer informatie

Om vaak voorkomende vragen over hepatitis C te beantwoorden, schreven Belgische leverspecialisten – onder wie ook dr. Xavier Verhelst – de brochure 95 vragen over hepatitis C.

Hepatitis D

Het hepatitis Delta virus is een zogenaamd 'defectief' virus, dat enkel kan overleven bij patiënten die besmet zijn met het hepatitis B-virus. Het wordt op dezelfde manier overgedragen als hepatitis B.

Hepatitis E

Het hepatitis E-virus wordt net als het hepatitis A virus doorgegeven door besmette voeding. Het virus wordt niet chronisch, behalve bij patiënten met een sterk onderdrukt immuunsysteem. In België is dit virus vermoedelijk afkomstig uit een reservoir van varkens en wild. Het wordt de jongste jaren wel frequenter gediagnosticeerd.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 10-2-2017 09:36.