Non-Hodgkinlymfoom

​Het non-Hodgkinlymfoom is een vorm van kanker van de lymfeklieren.

Het lymfestelsel – lymfeklieren, lymfevaten en lymfe – vormt een belangrijk onderdeel van het natuurlijk afweersysteem, dat het lichaam tegen allerlei infecties moet beschermen. Wanneer de lymfocyten – een soort witte bloedcellen – abnormaal groeien, kunnen ze niet goed meer functioneren. Dat verzwakt de afweer tegen bacteriën en virussen, zodat het lichaam vatbaarder wordt voor infecties.

Het non-Hodgkinlymfoom ontstaat meestal in de lymfeklieren, maar de ziekte kan ook ontstaan in het lymfeweefsel van maag- en darmkanaal, de longen, de lever, de schildklier of ergens anders in het lichaam. Ze kan zich ook in het beenmerg bevinden. Via de lymfevaten en het bloed kunnen de zieke cellen zich door het hele lichaam verspreiden. In het beenmerg worden de voorlopers van alle bloedcellen gevormd – dus ook van de lymfocyten. Ook daar kunnen zich dus lymfoomcellen bevinden.

Er bestaan verschillende soorten non-Hodgkinlymfomen, met elk een verschillend verloop en een verschil in behandeling. De frequentste types zijn:

  • diffuus grootcellig B-cellymfoom (35-40%)
  • folliculair lymfoom (30%)
  • mantelcellymfoom (5%)
  • marginale zone lymfoom (8%)

Over de oorzaken is weinig met zekerheid bekend. Van erfelijke oorzaken is meestal geen sprake, al is in een klein aantal families toch erfelijkheid in het spel. In zeldzame gevallen kan een infectie mee aan de oorzaak liggen.

Vele non-Hodgkinlymfomen kunnen curatief worden behandeld: na aangepaste behandeling is de patiënt definitief. Andere types keren na de behandeling jammer genoeg terug. Meestal kunnen ze dan wel opnieuw worden behandeld: dat hangt af van het soort lymfoom, het stadium en de gevoeligheid voor therapie. Dat wordt voor elke individuele patiënt met de arts besproken.

Symptomen

De klachten van patiënten met non-Hodgkinlymfoom zijn zeer uiteenlopend.

Kliervergroting is meestal het eerste symptoom. De meest voorkomende plaatsen zijn de hals, de oksel of een van de liezen. De zwellingen zijn doorgaans niet pijnlijk, maar ze kunnen wel gevoelig zijn als erop gedrukt wordt. De snelheid waarmee de kliervergroting opkomt is zeer wisselend.

Een non-Hodgkinlymfoom dat elders in het lichaam ontstaat, zorgt voor klachten doordat het orgaan waarin het lymfoom ontstaat beschadigd wordt of zwelt.

Daarnaast kunnen zich ook algemene symptomen voordoen:

  • koorts
  • vermagering en gebrek aan eetlust
  • sterke vermoeidheid zonder aanwijsbare reden
  • jeuk
  • hevige transpiratie, vooral 's nachts
  • veelvuldige infecties, als gevolge van de verminderde weerstand.

Een aantal van die symptomen noemen we B-symptomen: ze kunnen ook bij andere ziekten voorkomen en ze hoeven zeker niet altijd op een lymfoom te wijzen.

Diagnose

De arts verricht een algemeen lichamelijk onderzoek waarbij hij controleert of de lymfeklieren, de milt en de lever al dan niet vergroot zijn. Daarnaast wordt uw bloed onderzocht. Deze onderzoeken kunnen aanwijzingen geven over mogelijke oorzaken van de klachten.

Het resultaat van het bloedonderzoek kan verder onderzoek nodig maken. U wordt dan doorverwezen naar een hematoloog (een specialist in bloedziekten). Die zal u verder onderzoeken om de juiste diagnose te stellen. De hematoloog het soort non-Hodgkin lymfoom te bepalen. Dat gebeurt via aspiraat, maar meestal via biopsie. Met behulp van beeldvorming wordt nagegaan hoe uitgebreid het lymfoom is. Dat noemen we de stagering: ze stelt ons in staat om het stadium (1 tot 4) van de ziekte te bepalen.

Klierbiopsie

Om uit te maken of er sprake is van een non-Hodgkinlymfoom en om het type te bepalen, is altijd een biopsie nodig. Dat betekent dat een lymfeklier – al dan niet volledig – wordt verwijderd wordt of dat een stukje van het aangetaste orgaan wordt weggenomen. Afhankelijk van de plaats waar de biopsie wordt genomen, gebeurt dat onder plaatselijke of algemene narcose. Als de klier goed bereikbaar is, wordt u plaatselijk verdoofd en neemt de chirurg via een klein sneetje een stukje weefsel weg om het te onderzoeken.

Een biopsie kan pijnlijk zijn, ook als die onder plaatselijke verdoving gebeurt.

De klierbiopsie maakt een definitieve diagnose mogelijk. Het resultaat van het onderzoek is meestal binnen de week bekend.

Behandeling

De meest toegepaste behandelingen bij Non-Hodgkinlymfomen zijn:

Vaak krijgt u een combinatie van behandelingsmethoden.

Indien u in de vruchtbare leeftijd bent, overleg dan met uw arts welke consequenties de behandeling met chemotherapie voor u heeft. Bespreek het gebruik van anticonceptiemiddelen met uw arts.

Met u arts bespreekt u welke behandeling voor u het meest geschikt is. Dat hangt af van:

  • het stadium van de ziekte
  • het type cellen waaruit het lymfoom bestaat
  • de groeisnelheid van het lymfoom
  • uw leeftijd en conditie
  • uw persoonlijke inspraak

Chemotherapie bij non-Hodgkinlymfomen

Chemotherapie is de behandeling van kanker met cytostatica. Dat zijn medicijnen die schade toebrengen aan het genetisch materiaal (DNA) van sneldelende cellen, zodat de celdeling geremd wordt. Er zijn verschillende soorten cytostatica die elk een eigen invloed hebben op het genetisch materiaal.

De behandeling met chemotherapie is erop gericht u in 'remissie' te brengen. Dat betekent dat er geen kankercellen meer aangetoond kunnen worden.

Bij de behandeling van een non-Hodgkinlymfoom zijn verschillende cytostaticakuren mogelijk. De duur van de totale kuur kan variëren. Wordt de medicatie intraveneus toegediend, dan wordt u voor de duur van de kuur opgenomen op de afdeling of komt u naar de dagkliniek. De standaard basisbehandeling voor een non-Hodgkinlymfoom bestaat uit 4 middelen, die worden afgekort in het letterwoord CHOP, maar er zijn diverse modificaties en nuances mogelijk. Bij B-Cel Non-Hodgkin lymfomen (de meerderheid) wordt dit aangevuld met Rituximab of Mabthera.

Doorgaans worden de cytostatica gedurende een aantal dagen toegediend, volgens een vooraf vastgesteld schema. Daarna volgt een rustperiode van een aantal dagen tot weken waarin u geen cytostatica toegediend krijgt. Zo'n kuur wordt een paar keer herhaald.

Uiteraard bespreekt de arts vooraf met u welke kuur bij u precies wordt toegepast. U krijgt ook een document met informatie.

Voor een aantal lymfomen (zoals het mantelcellymfoom) beschikken we intussen over nieuwere, gerichte en niet-chemotherapeutische middelen. Ze kunnen in de vorm van tabletten worden ingenomen. Veel van deze producten zijn nog in ontwikkeling en zijn daarom niet zonder meer verkrijgbaar. Sommige middelen kunnen worden voorgesteld in het kader van een klinische studie.

Radiotherapie bij non-Hodgkinlymfomen

Radiotherapie of bestraling is een plaatselijke behandeling die erop is gericht om de kankercellen op die plaats te vernietigen.

De toestellen worden alsmaar preciezer afgesteld, zodat vooral de kwaadaardige cellen worden bestraald. Toch blijft schade aan de omringende gezonde cellen moeilijk te vermijden. Gezonde cellen herstellen zich over het algemeen wel goed.

Bij een non-Hodgkinlymfoom wordt radiotherapie specifiek gericht op de plaatsen waar het lymfoom actief is. Het bestralingsgebied zal dus van patiënt tot patiënt verschillen.

De totale bestralingsbehandeling duurt meestal drie tot vier weken. Meestal vindt de bestraling vijf keer per week plaats. Dit aantal kan uiteraard variëren, afhankelijk van het behandelingsschema dat de arts heeft opgesteld.

Lees meer op de website van de dienst Radiotherapie.

Immunotherapie bij non-Hodgkinlymfomen

Het immuunsysteem is een verdedigingssysteem dat uit verschillende witte bloedcellen bestaat. Het verzet zich tegen bacteriën, virussen en andere organismen die ons ziek kunnen maken.

Immunotherapie maakt gebruik van het eigen afweersysteem (immuunsysteem) om kankercellen te herkennen, aan te vallen en te vernietigen. Vaak kan het immuunsysteem kankercellen onderscheiden van gewone, gezonde cellen. Soms kan het systeem die kankercellen zelfs vernietigen. Maar in veel gevallen worden de kankercellen wel als 'vreemd' herkend, maar volstaat de afweerreactie niet om de cellen op te ruimen. Deze kankercellen ontsnappen dus aan het immuunsysteem, net zoals de kankercellen die geen enkele afweerreactie oproepen.

Immunotherapie is een behandeling met medicijnen die afweerreacties tegen kankercellen stimuleert. In combinatie met chemotherapie spreekt men van chemo-immunotherapie. Bij de meeste patiënten met een non-Hodgkinlymfoom maakt de behandeling met antistoffen tegen CD20 (Rituximab, ofatumumab) deel uit van de standaardbehandeling.

Stamceltransplantatie

Wanneer een gewone behandeling voor Non-Hodgkin Lymfoom niet voldoende effect heeft of de kanker na verloop van tijd terugkeert, wordt bij bepaalde patiënten een stamceltransplantatie voorgesteld.

Lees meer over:

Doel van de behandeling

Wanneer een behandeling bedoeld is om genezing te bereiken, noemen we ze een curatieve behandeling genoemd.

Als de ziekte niet (meer) curatief kan worden behandeld, hoeft dat niet meteen te betekenen dat ze helemaal niet meer behandeld kan worden. Een stamceltransplantatie is erop gericht de ziekte terug te dringen en u ziektevrije periodes te bezorgen die vele jaren kunnen duren.

Na de behandeling

Na de behandeling zult u regelmatig op controle moeten bij uw behandelend arts. U kunt nog een tijdlang last hebben van mogelijke nevenwerkingen.

In een aantal gevallen wordt een onderhoudsbehandeling voorgesteld, meestal in de vorm van immunotherapie, om de 2 of 3 maanden.

Wie raadplegen?

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 23-10-2018 18:36.