Kanker van de eierstokken

Ovariumcarcinoom

Wat is eierstokkanker?

Ons lichaam is opgebouwd uit miljoenen bouwstenen, de cellen. Ons lichaam maakt
constant nieuwe cellen aan om te groeien en om beschadigde en verouderde cellen te
vervangen. Bij celdeling ontstaan uit één cel twee nieuwe cellen, uit deze twee cellen
ontstaan er vier, dan acht enz.
Normaal zorgen 'reparatiegenen' voor herstel van deze schade, soms faalt dit systeem.
Dan treden er fouten op in de genen die de deling, groei en ontwikkeling van een cel regelen. Als een cel zich dan overmatig gaat delen dan ontstaat een gezwel of tumor.
Kanker betekent steeds een ongeremde deling van lichaamscellen.

Wat zijn de mogelijke klachten bij eierstokkanker?

De eierstokken liggen min of meer vrij in de buikholte. Daarom zijn er doorgaans geen
klachten en wordt de ziekte pas vaak in een laat stadium ontdekt.
In een later stadium kunnen zich volgende klachten ontwikkelen:

  • Vage buikpijn
  • Opgeblazen gevoel en/of dikker worden van de buik
  • Misselijkheid
  • Obstipatie
  • Vaker dan normaal plassen
  • Vermoeidheid
  • Gewichtsverlies zonder enige verklaring

Bij wie komt eierstokkanker voor?

Eierstokkanker ontstaat meestal voor bij vrouwen ouder dan 60 jaar, maar kan op alle
leeftijden voorkomen.
De oorzaak van eierstokkanker is niet bekend. Statistisch gezien komt eierstokkanker
meer voor bij vrouwen die geen of weinig kinderen hebben gebaard.
Ook de leeftijd waarop de eerste maandstonden begonnen en de leeftijd van de menopauze
spelen een rol.
Vrouwen die draagster zijn van een erfelijke afwijking in bepaalde genen (BRCA1 of BRCA2
gen) hebben een verhoogd risico op eierstokkanker, alsook op borstkanker.

Er zijn een aantal typische kenmerken die kunnen wijzen op erfelijke eierstokkanker:

  • Eierstokkanker op vrij jonge leeftijd (voor 50ste levensjaar)
  • Verschillende bloedverwanten in verschillende generaties met eierstok- en/of borstkanker
  • Kanker in beide borsten, gelijktijdig of met enige tijd tussen
  • Mannelijke bloedverwanten met borstkanker

Eierstokkanker is niet besmettelijk. Er is geen risico dat de partner door geslachtsgemeenschap kanker krijgt.

De vrouwelijke geslachtsorganen

De baarmoeder is een peervormig orgaan met aan weerszijden de eierstokken en eileiders.
De eileiders verbinden de eierstokken met de baarmoeder.

Bouw van de eierstokken

  • Een buitenste laag die de eierstokken bekleedt, het oppervlakte-epitheel (a)
  • Een weefsellaag van cellen die hormonen produceren, stroma (b)
  • Onrijpe eicellen die in de loop van de tijd uitrijpen of verloren gaan, de kiemcellen (c)

Kan eierstokkanker uitzaaien naar andere delen van het lichaam?

Bij kanker kunnen uitzaaiingen op afstand (metastasen) ontstaan via het bloed en/of het
lymfestelsel. Het lymfestelsel bestaat uit lymfevaten, lymfeklieren en lymfeklierweefsel. Dit geheel speelt een belangrijke rol bij de afweer van ons lichaam:de afweer tegen virussen, bacteriën en andere organismen die ons ziek kunnen maken. Lymfevaten worden vanuit het lichaamsweefsel gevuld met een kleurloze vloeistof: lymfe. Deze vloeistof vervoert vocht en afvalstoffen uit het lichaam en komt via steeds grotere lymfebanen in de bloedbaan terecht.
Voordat het lymfe in het bloed terecht komt,is het minstens één lymfeklier gepasseerd.
Kankercellen kunnen losraken van een tumor en in een lymfevat terechtkomen. Dan kan
er in de lymfeklier een nieuwe tumor ontstaan, de uitzaaiing (metastase).

De buikholte en buikorganen worden bekleed door het buikvlies (het omentum). Daarop
kunnen uitzaaiingen ontstaan die zich kunnen uitbreiden. Ook kunnen er in de lymfeklieren
uitzaaiingen ontstaan via het lymfestelsel. Uitzaaiingen via het bloed komen bij eierstokkanker zelden voor.

Eierstokkanker kan een abnormale hoeveelheid vocht (ascites) in de buikholte veroorzaken.
Er is enerzijds een verhoogde aanmaak van vocht en anderzijds kunnen de kankercellen
de afvoerwegen voor dit vocht verstoppen.

De buik kan opzetten en zwaar aanvoelen. De hoeveelheid kan variëren van een geringe
hoeveelheid tot enkele liters. Via een naald door de buikwand (een ascitespunctie) is het
mogelijk dit vocht te laten afvloeien maar dat is slechts een tijdelijke oplossing.

Het belang van een goede diagnosestelling

Om tot een juiste diagnosestelling te komen en de juiste behandeling te bepalen, moeten
we het resultaat van alle onderzoeken afwachten. Eén van de eerste stappen is vaststellen
in welk stadium de eierstokkanker zich bevindt. Het vaststellen van het stadium is
gebaseerd op:

  • de grootte van de tumor
  • de mate van doorgroei in het omringende weefsel
  • de aanwezigheid van kankercellen in de lymfeklieren
  • en/of de aanwezigheid van kankercellen in organen elders in het lichaam.

Aan de hand van alle resultaten legt een multidisciplinair team van artsen een aangepast
behandelingsplan voor u vast, tijdens een Multidisciplinair Oncologisch Overleg (MOC).

Dit behandelingsplan wordt bepaald aan de hand van volgende criteria:

  • het type van eierstokkanker
  • de differentiatiegraad van eierstokkanker: de kankercellen worden met gezonde eierstokcellen vergeleken en op basis daarvan wordt een gradatie toegekend, een mate van kwaadaardigheid.
    • goed gedifferentieerd: de kankercellen groeien in het algemeen langzaam en hebben nog veel gelijkenissen met de gezonde cellen
    • matig gedifferentieerd: de kankercellen groeien sneller en vertonen reeds minder gelijkenissen met de gezonde cellen
    • weinig gedifferentieerd: de kankercellen hebben een ongebruikelijke vorm en plakken aan elkaar. Ze vertonen haast geen gelijkenis met de gezonde eierstokcellen.
  • de grootte van de tumor
  • uitzaaiingen

Welke onderzoeken moet u mogelijks ondergaan?

Lichamelijk onderzoek

Door het voelen en bekloppen van de buik kan vocht of een
eventueel gezwel van de baarmoeder worden waargenomen. Zo wordt ook nagekeken of er vergrote klieren zijn.

Een vaginaal onderzoek

De gynaecoloog gaat met een of twee vingers in de vagina en legt de andere hand op uw buik, om de grootte en de ligging van de baarmoeder te voelen. Ook brengt de arts een eendebek (speculum) in de vagina om de vagina en baarmoedermond beter te kunnen zien.

Rectaal onderzoek

De gynaecoloog gaat met één vinger in de endeldarm, om rectovaginale tumoren uit te sluiten.

Vaginale echografie

Een eventuele uitbreiding van de tumor en soms ook uitzaaiingen
kunnen zo in beeld gebracht worden.

Bloedonderzoek

Een algemeen bloedonderzoek, alsook bepaling van het Ca125-gehalte. Dit is een stof die door eierstokkankercellen kan aangemaakt worden en aan het bloed kan afgegeven worden. Het Ca125-gehalte is bij 80% van de patiënten met eierstokkanker verhoogd.

CT/scan (computertomografie)

De CT-scan is een apparaat waarmee organen en/of weefsels zeer gedetailleerd in beeld worden gebracht. Het apparaat heeft een ronde opening waar u, liggend op een beweegbare tafel, doorheen wordt geschoven. Terwijl de tafel verschuift, maakt het apparaat een serie foto’s waarop telkens een ander ‘plakje’ van het orgaan of weefsel staat afgebeeld. Deze beelden geven een idee van de plaats, grootte en uitbreiding van de tumor en eventuele uitzaaiingen. Vaak krijgt u vooraf een contraststof te drinken en tijdens het onderzoek wordt contraststof in uw ader ingespoten. Dit kan een warm en weeïg gevoel veroorzaken en soms een beetje misselijkheid.

Welke behandeling kan u verwachten?

De meest toegepaste behandelingen bij eierstokkanker zijn:

  • Operatie (debulking), vaak gecombineerd met een wegname van de lymfeklieren in de buikholte en liezen
  • Chemotherapie, behandeling met celremmende/celdodende medicatie
  • Bestraling

Meestal wordt een combinatie gegeven van chirurgie en chemotherapie. Wanneer de behandeling tot doel heeft om te genezen wordt dit een curatieve behandeling genoemd.
Chemotherapie na een operatie, om (eventuele) niet-waarneembare uitzaaiingen te bestrijden, noemt men adjuvante therapie.
Chemotherapie voor een operatie, met het doel om de tumor te verkleinen, noemt men
neo-adjuvante therapie.

Operatie

Hoe ingrijpend de operatie zal zijn, hangt af van het stadium van de ziekte. Er wordt steeds ook ruim rond de tumor gezond weefsel weggenomen, omdat tijdens de operatie niet te zien is of het weefsel net buiten het tumorgebied vrij is van kankercellen. Ruim opereren vergroot de kans dat alle kankercellen weg zijn.

Een operatie is de meest voorkomende behandeling van eierstokkanker. De ingreep wordt ook wel debulking genoemd. Meestal worden de baarmoeder, de eierstokken en het grote inwendige vetschort (het omentum) verwijderd.Een patholoog onderzoekt het weggehaalde weefsel onder de microscoop. Het duurt minimum een week voordat de uitslag bekend is.
De totale opname ligt ongeveer tussen de 7 en 10 dagen.

Bestraling

Bestraling is een plaatselijke behandeling met als doel de kankercellen te vernietigen, terwijl de gezonde cellen zoveel mogelijk gespaard blijven. Kankercellen verdragen straling slechter dan gezonde cellen en herstellen zich er minder goed van. Gezonde cellen herstellen zich over het algemeen wel.
Bestraling wordt zelden toegepast als behandeling voor eierstokkanker, maar wordt toch
soms gegeven om bv. pijnklachten te verminderen.
Soms wordt ook bestraling gegeven om ev. kankercellen die achtergebleven zijn na een
operatie te vernietigen.

Chemotherapie

Chemotherapie zijn medicijnen met een celdodende of celdelingsremmende werking. Dit
wordt meestal gegeven via een infuus (baxter).
Het nadeel van chemotherapie is dat naast de kankercellen ook de gezonde cellen worden
aangetast. Dit geeft enkele onaangename bijwerkingen. De meest voorkomende zijn
misselijkheid, braken, vermoeidheid, darmstoornissen, haaruitval en een verhoogde kans
op infecties.

Emotionele reacties op de diagnose

Het bericht dat u kanker heeft is meestal emotioneel ingrijpend. Verschillende gevoelens
kunnen afwisselend voorkomen. Het ene moment bent u boos, het andere moment verdrietig en op weer een ander moment is er vooral angst en paniek.
De meest voorkomende gevoelens zijn:

  • Verdriet om wat u verloren heeft, uw gezondheid, uw toekomstplannen, … U kan ook
    huilen of emotioneel zijn zonder te weten waarom.
  • Angst voor controleverlies, de onbekende wereld van ziek zijn, angst om gek te worden, dat het nooit meer goed zal gaan, angst voor pijn, angst om dood te gaan.
  • Machteloosheid omdat u niet kan veranderen wat er is gebeurd.
  • Schuldgevoel omdat u denkt dat u de ziekte zelf hebt veroorzaakt, omdat andere mensen dat tegen u zeggen.
  • Onbegrip dat het heeft kunnen gebeuren. U stelt zich de vraag waarom het is gebeurd en waarom bij u.
  • Boosheid dat het heeft kunnen gebeuren, boosheid op de situatie, op de hele wereld, op uzelf, op God, boos op uw lichaam omdat het u in de steek heeft gelaten.
  • Hoop dat de dokters iets kunnen doen voor u, op genezing en dat alles weer goed komt.

Deze gevoelens kunnen zeer verwarrend en intens zijn, maar zijn heel normaal na de
schok van de diagnose.
Een aantal mensen hebben naast de steun van hun partner, kinderen, naasten en de zorg
van artsen en verpleegkundigen, professionele hulp nodig om de situatie het hoofd te
kunnen bieden. Aarzel niet om contact op te nemen met één van de hulpverleners.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 23-10-2018 18:36.

Dienst contacteren

09 332 37 83

Locatie

Ingang 71 (gebouw P4)

Route 728