Kanker van de baarmoeder

Endometriumcarcinoom

Wat is baarmoederkanker?

Ons lichaam is opgebouwd uit miljoenen bouwstenen, de cellen. Ons lichaam maakt
constant nieuwe cellen aan om te groeien en om beschadigde en verouderde cellen te
vervangen. Bij een celdeling ontstaan uit één cel twee nieuwe cellen, uit deze twee cellen
ontstaan er vier, dan acht enz.

Gewoonlijk zorgen 'reparatiegenen' voor herstel van die schade, soms faalt dit systeem.
Dan treden er fouten op in de genen die de deling, groei en ontwikkeling van een cel regelen. Als een cel zich dan overmatig gaat delen dan ontstaat een gezwel of tumor.
Kanker betekent steeds een ongeremde deling van lichaamscellen.

Baarmoederkanker is een kwaadaardige aandoening van het slijmvlies van de baarmoeder,
het endometrium. Minder vaak ontstaat baarmoederkanker in de wand van de baarmoeder,
in de bindweefselspierlaag.

Bij wie komt baarmoederkanker voor?

Baarmoederkanker komt het vaakst voor bij vrouwen tussen de 55 en 80 jaar, zelden bij
vrouwen jonger dan 40 jaar.
Bepaalde factoren kunnen het risico op de ziekte vergroten:

  • geen of weinig kinderen
  • late menopauze, later dan de gemiddelde leeftijd van 52 jaar
  • langdurig gebruik van vrouwelijke hormonen (oestrogenen), bv. bij menopauzale klachten
  • bepaalde erfelijke aandoeningen (o.a. Lynch-syndroom)
  • gedurende een aantal jaar Tamoxifen gebruikt hebben (borstkankerpatiënten)
  • overgewicht, waarschijnlijk omdat in het vetweefsel meer oestrogene stoffen worden
    aangemaakt
  • combinatie van overgewicht, hoge bloeddruk en suikerziekte

Wat zijn de mogelijke klachten bij baarmoederkanker?

De meest voorkomende klacht bij baarmoederkanker is vaginaal bloedverlies, rode of
bruine afscheiding na de overgang. Ook onregelmatig bloedverlies tussen de menstruaties
door kan eventueel wijzen op kanker van het baarmoederslijmvlies. Abnormaal bloedverlies
is altijd een reden om een dokter te bezoeken.
Minder duidelijke klachten die kunnen optreden zijn vermoeidheid, gewichtsverlies of
buikpijn. Deze klachten treden in het algemeen pas op in een later stadium van de ziekte.

De vrouwelijke geslachtsorganen

De baarmoeder is een peervormig orgaan met aan weerszijden de eierstokken en eileiders.
De eileiders verbinden de eierstokken met de baarmoeder. Het baarmoederlichaam gaat over in de baarmoederhals, het onderste, smalle deel van de baarmoeder. De baarmoederhals vormt de verbinding tussen het baarmoederlichaam en de vagina.

Kan baarmoederkanker uitzaaien naar andere delen van het lichaam?

Kanker van het slijmvlies van de baarmoeder wordt meestal in een vroeg stadium ontdekt,
omdat er abnormaal bloedverlies via de schede optreedt. Wanneer baarmoederkanker in
het slijmvlies van de baarmoederholte ontstaat, kan de kanker zich plaatselijk uitbreiden
naar de spierlaag, naar de baarmoederhals of naar de eileiders en eierstokken. In een
later stadium kan de kanker zich ook uitbreiden naar de omliggende organen, zoals de
blaas of de darmen. Baarmoederkanker kan zich ook via de lymfbanen verspreiden naar lymfklieren in de buik.

Het lymfestelsel bestaat uit lymfevaten, lymfeklieren en lymfeklierweefsel. Dit geheel speelt een belangrijke rol bij de afweer van ons lichaam: de afweer tegen virussen, bacteriën en andere organismen die ons ziek kunnen maken.
Lymfevaten worden vanuit het lichaamsweefsel gevuld met een kleurloze vloeistof: lymfe.
Die vloeistof vervoert vocht en afvalstoffen uit het lichaam en komt via steeds grotere
lymfebanen in de bloedbaan terecht. Voordat het lymfe in het bloed terecht komt is het
minstens één lymfeklier gepasseerd. Kankercellen kunnen losgeraken van een tumor en in een lymfevat terechtkomen. Dan kan er in de lymfeklier een nieuwe tumor ontstaan, de uitzaaiing (metastase).

Het belang van een goede diagnosestelling

Om tot een juiste diagnosestelling te komen en de juiste behandeling te bepalen, moeten
we het resultaat van alle onderzoeken afwachten. Eén van de eerste stappen is vaststellen
in welk stadium de baarmoederkanker zich bevindt. Het vaststellen van het stadium
is gebaseerd op:

  • de grootte van de tumor
  • de mate van doorgroei in het omringende weefsel
  • de aanwezigheid van kankercellen in de lymfeklieren
  • en/of de aanwezigheid van kankercellen in organen elders in het lichaam

Aan de hand van alle resultaten legt een multidisciplinair team van artsen een aangepast
behandelingsplan voor u vast, tijdens een Multidisciplinair Oncologisch Overleg (MOC).

Dit behandelingsplan wordt bepaald aan de hand van volgende criteria:

  • de differentiatiegraad van de baarmoederkanker: de kankercellen worden met gezonde baarmoedercellen vergeleken en op basis daarvan wordt een gradatie toegekend, een mate van kwaadaardigheid.
    • goed gedifferentieerd: de kankercellen groeien in het algemeen langzaam en hebben
      nog veel gelijkenissen met de gezonde cellen
    • matig gedifferentieerd: de kankercellen groeien sneller en vertonen reeds minder gelijkenissen met de gezonde cellen.
    • weinig gedifferentieerd: de kankercellen hebben een ongebruikelijke vorm en plakken aan elkaar. Ze vertonen haast geen gelijkenis met de gezonde eierstokcellen.
  • de grootte van de tumor
  • uitzaaiingen?

Welke onderzoeken moet u mogelijks ondergaan?

Lichamelijk onderzoek

Door het voelen en bekloppen van de buik kan vocht of een eventueel gezwel van de baarmoeder worden waargenomen. Zo wordt ook nagekeken of er vergrote klieren zijn.

Een vaginaal onderzoek

De gynaecoloog gaat met een of twee vingers in de vagina en legt de andere hand op uw buik, om de grootte en de ligging van de baarmoeder te voelen. Ook brengt de arts een eendebek (speculum) in de vagina om de vagina en baarmoedermond beter te kunnen zien.

Rectaal onderzoek

De gynaecoloog gaat met één vinger in de endeldarm, om rectovaginale
tumoren uit te sluiten.

Vaginale echografie

Een eventuele uitbreiding van de tumor en soms ook uitzaaiingen
kunnen zo in beeld gebracht worden.

Bloedonderzoek

CT/scan (computertomografie)

De CT-scan is een apparaat waarmee organen en/of weefsels zeer gedetailleerd in beeld worden gebracht. Het apparaat heeft een ronde opening waar u, liggend op een beweegbare tafel, doorheen wordt geschoven. Terwijl de tafel verschuift, maakt het apparaat een serie foto’s waarop telkens een ander ‘plakje’ van het orgaan of weefsel staat afgebeeld. Deze beelden geven een idee van de plaats, grootte en uitbreiding van de tumor en eventuele uitzaaiingen. Vaak krijgt u vooraf een contraststof te drinken en tijdens het onderzoek wordt contraststof in uw ader ingespoten. Dit kan een warm en weeïg gevoel veroorzaken en soms een beetje misselijkheid.

MRI (Magnetic Resonance Imaging)

Deze techniek maakt dwars- of lengtedoorsneden van het lichaam zichtbaar. Tijdens dit onderzoek ligt u in een soort koker. Het apparaat maakt behoorlijk veel lawaai. U krijgt oordopjes en via een intercom blijft u in contact met de verpleegkundige. Soms wordt tijdens het onderzoek via een ader in de arm een contrastvloeistof toegediend.

Welke behandeling kan u verwachten?

De meest toegepaste behandelingen bij baarmoederkanker zijn:

  • Operatie, vaak met wegname van lymfeklieren. De ingreep kan via een openbuikoperatie uitgevoerd worden of minimaal invasief, via een (robotgeassisteerde) kijkoperatie. 
  • Chemotherapie, een behandeling met celremmende/celdodende medicatie
  • Bestraling (radiotherapie)
  • Hormoontherapie

Meestal wordt een combinatie gegeven van chirurgie, radiotherapie en/of chemotherapie.
Wanneer de behandeling tot doel heeft om te genezen wordt dit een curatieve behandeling genoemd.
Chemotherapie na een operatie, om (eventuele) niet-waarneembare uitzaaiingen te bestrijden, noemt men adjuvante therapie.
Chemotherapie voor een operatie, met het doel om de tumor te verkleinen, noemt men
neo-adjuvante therapie

Emotionele reacties op de diagnose

Het bericht dat u kanker heeft is meestal emotioneel ingrijpend. Verschillende gevoelens
kunnen afwisselend voorkomen. Het ene moment bent u boos, het andere moment verdrietig en op weer een ander moment is er vooral angst en paniek.
De meest voorkomende gevoelens zijn:

  • Verdriet om wat u verloren heeft, uw gezondheid, uw toekomstplannen, … U kan ook
    huilen of emotioneel zijn zonder te weten waarom.
  • Angst voor controleverlies, de onbekende wereld van ziek zijn, angst om gek te worden, dat het nooit meer goed zal gaan, angst voor pijn, angst om dood te gaan.
  • Machteloosheid omdat u niet kan veranderen wat er is gebeurd.
  • Schuldgevoel omdat u denkt dat u de ziekte zelf hebt veroorzaakt, omdat andere mensen dat tegen u zeggen.
  • Onbegrip dat het heeft kunnen gebeuren. U stelt zich de vraag waarom het is gebeurd en waarom bij u.
  • Boosheid dat het heeft kunnen gebeuren, boosheid op de situatie, op de hele wereld, op uzelf, op God, boos op uw lichaam omdat het u in de steek heeft gelaten.
  • Hoop dat de dokters iets kunnen doen voor u, op genezing en dat alles weer goed komt.

Deze gevoelens kunnen zeer verwarrend en intens zijn, maar zijn heel normaal na de
schok van de diagnose.
Een aantal mensen hebben naast de steun van hun partner, kinderen, naasten en de zorg
van artsen en verpleegkundigen, professionele hulp nodig om de situatie het hoofd te
kunnen bieden. Aarzel niet om contact op te nemen met één van de hulpverleners.

De inhoud van deze pagina werd samengesteld door de betrokken dienst(en). Laatste update: 17-9-2019 10:00.

Dienst contacteren

09 332 37 83

Locatie

Ingang 71 (gebouw P4)

Route 728