Urologische tumoren

Prostaatcarcinoom

XL184-021, Groep 1: Na abiraterone en/of enzalutamide
  • Behandeling met Atezolizumab (anti-PD-L1) + Cabozantinib (tyrosine kinase inhibitor)
  • Patiënten met CRPC, zonder neuroendocriene of kleincellige component
  • Progressief op beeldvorming na behandeling met enzalutamide en/of abiraterone
  • Aanwezigheid van tumor buiten het bot is vereist
  • Nog niet behandeld met chemotherapie
    • Uitzondering: docetaxelin combinatie met androgeen-onderdrukkende behandeling in de hormoongevoelige setting (“upfront”) is toegelaten.
XL184-021, Groep 2: Na abiraterone of enzalutamide
  • Behandeling met Atezolizumab (anti-PD-L1) monotherapie OF Cabozantinib (tyrosine kinase inhibitor) monotherapieOF de combinatievan beide.
  • CRPC, adenocarcinoom zonder kleincellige component (neuroendocriene of andere componenten zijn wel toegelaten zo lang adenocarcinoom de primaire histologie is)
  • Reeds behandeld met één en maximaal één lijn “novel hormone therapy”
  • Andere voorgaande behandelingen mogen maximaal bestaan uit:
    • ÉénPARP inhibitor
    • Docetaxelin de hormoongevoelige setting (“upfront”)
  • Progressieve ziekte bij studiestart op basis van PSA en/of beeldvorming. Enkel progressie in het bot is niet voldoende.
  • Hoog-risico ziekte op basis van:
    • Meetbare viscerale ziekte
    • en/ofeen PSA verdubbelingstijd minder dan 3 maand met aanwezigheid van een meetbare adenopathiebuiten het pelvis (= boven de aortabifuractie)
AMG20180101
  • Behandeling met AMG160 (PSMA-targeted BiTE) al dan niet in combinatie met pembrolizumab (anti-PD-1)
  • Reeds progressief na minstens één NHT en minstens één en maximal twee taxanen.
  • Patiënten die niet geschikt bevonden worden voor behandeling met taxanen of die deze behandeling weigeren kunnen ook in aanmerking komen.
  • Progressieve ziekte : radiologische progressive en/of progressive op botscan en/of oplopend PSA.

Transitioneel cel carcinoom (urethra, blaas, ureter, renaal pelvis)

XL184-021 – 1° lijn
  • Behandeling met Atezolizumab (anti-PD-L1) + Cabozantinib (tyrosine kinase inhibitor)
  • Nog niet systemisch behandeld voor lokaal gevorderde, inoperabele, of metastatische ziekte.
    • Voorafgaande (neo)adjuvanteplatinum-bevattende chemotherapie is toegestaan, mits ziekteprogressie optrad na meer dan 12 maanden.

Renaal cel carcinoom

RAGNAR
  • Behandeling met Erdafitinib (FGFR inhibitor) 
  • Bij tumoren met FGFR1-4 aberraties (mutatie of fusie). Er is mogelijkheid tot opsporen van FGFR aberraties m.b.v. een FoundationOne®CDx analyse voor rekening van de sponsor. Het FoundationOne report wordt volledig ter beschikking gesteld van de behandelend arts.
  • Men schat de incidentie van FGFR aberraties bij RCC op 5%.
  • Patiënten moeten al behandeld zijn met minstens één lijn therapie in de gemetastaseerde/gevorderde setting.
  • Patiënten mogen niet over verdere standaardbehandelingen beschikken waarvan een relevant klinisch voordeel verwacht wordt, of de patiënt verdraagt deze niet. Opsporen van mutaties kan reeds gebeuren vanaf start van de laatste standaard behandelingslijn waarvan relevant voordeel verwacht wordt.