Alle solide tumoren

Regelmatig komt er een plaats beschikbaar in een studie die open staat voor een brede populatie van patiënten die lijden aan een lokaal gevorderde of metastatische solide tumor. Deze sloten staan open voor patiënten waarbij de standaardbehandelingen uitgeput zijn.

IO-001
Behandeling met EOS100850, een orale adenosine A2a receptor antagonist, hetzij in monotherapie, hetzij in combinatie met pembrolizumab.

IO-002
Behandeling met EOS884448, een anti-TIGIT monoclonaal antilichaam.

BI1367.1
Behandeling met BI894999, een orale BET-inhibitor.

MCLA-145-CL01
  • Behandeling met MCLA-145, een bispecifiek monoclonaal antilichaam, gericht tegen zowel PD-L1 (inhiberend) als CD137 (activerend).
  • Patiënt mag maximaal 4 voorgaande systemische behandelingen gekregen hebben voor lokaal gevorderde of metastatische ziekte.
  • Patiënten met uitgebreide levermetastasering zijn uitgesloten van deelname.
  • Patiënt mag nog niet behandeld zijn met een anti-PD-L1, een T-cel agonist (bv. agonist van OX-40, GITR, 4-1BB, enz.), of met CAR-T cel therapie.
  • Voorafgaande behandeling met één lijn anti-PD1 of anti-PD1 + anti-CTLA-4 is wel toegestaan.
TED15297
  • Behandeling met SAR441000, al dan niet in combinatie met cemiplimab (anti-PD1)
  • SAR441000 is een mengsel van m-RNA’s welke coderen voor cytokines. Het wordt intratumoraal toegediend.
  • Er moeten cutane -, subcutane -, of lymfekliermetastasen (visualiseerbaar met echografie) aanwezig zijn.
INCB86550-102
  • Behandeling met INCB086550, een small-molecule PD-L1 inhibitor
  • Patiënt mag voorafgaand nog niet behandeld zijn met een anti-PD-L1 therapie, en mag maximaal één immunotherapeutische behandeling ondergaan hebben (bv. anti-PD-1, anti-CTLA-4, of een andere immuuntherapie).

Alle solide tumoren: doelgerichte therapie 

Sommige studies staan open voor elk type tumor, op voorwaarde dat er bepaalde genetische afwijkingen aanwezig zijn in de tumor.

RAGNAR - Erdafitinib bij FGFR mutaties/fusies
  • Behandeling met Erdafitinib (FGFR inhibitor)
  • Patiënten komen in aanmerking vanaf de leeftijd van 12 jaar.
Indien tumor met gekende FGFR mutatie / fusie:
  • Elke solide tumor komt in aanmerking, mits het om een significante mutatie/fusie gaat zoals gedefinieerd in het studieprotocol.
    • Uitzondering: patiënten met urotheelceltumoren komen niet in aanmerking. Er loopt een fase 3 studies voor deze indicatie met dezelfde behandeling.
Indien tumor zonder gekende FGFR mutatie / fusie:
  • Indien patiënt aan één van onderstaande tumortypes lijdt, kan er een FoundationOne analyse uitgevoerd worden binnen het kader van de studie. Het rapport wordt sowieso beschikbaar gesteld van de verwijzend arts.
    • Het gaat om: glioblastoom, low-grade glioom, plaveiselcelcarcinoom van het hoofd-hals gebied, soft tissue sarcomen, cholangiocarcinoom, endometriumcarcinoom, cervixcarcinoom, ovariumcarcinoom, plaveiselcel NSCLC, renaalcelcarcinoom, slokdarmcarcinoom, maagcarcinoom, borstcarcinoom (enkel ER en/of PR+), hepatocellulair carcinoom, en pancreascarcinoom.
  • Bovenstaande pre-screening is al mogelijk tijdens de laatste lijn behandeling, zodat het resultaat gekend is tegen de tijd dat patiënt “uitbehandeld” is.

PRECISION 2 - Afatinib

  • Staat open voor elke solide tumor op voorwaarde dat er een activerende EGFR mutatie is of een mutatie van HER2 of HER3 (VUS zijn toegestaan).
    • Uitzondering: patiënten met NSCLC met een EGFR mutatie, gezien afatinib al op de markt is voor deze indicatie.
  • De behandeling bestaat uit Afatinib.
  • Inclusie vereist falen van minstens één lijn standaard systemische therapie. 
Dit betreft een studie die loopt bij onze collega’s van de dienst medische oncologie.
Voor specifieke informatie omtrent deze studie kunt u contact opnemen met prof. dr. Sylvie Rottey (sylvie.rottey@ugent.be) of mevr. Lore Vansteelant (lore.vansteelant@uzgent.be).

PRECISION 2 - Olaparib

  • Staat open voor elke solide tumor op voorwaarde dat er een mutatie is (kiemcel of somatisch) in één van volgende HR genen: BRCA1/2, ATM, BARD1, BRIP1, CHEK1, CHEK2, MRE11A, NBN, PALB2, RAD50, RAD51B, RAD51C, RAD51D, RAD54L, FAM175A, CDK12, FANCL, p53 (enkel germline), en PPP2R2A. Patiënten met mutaties in andere genen waarvoor er preklinisch bewijs van HRD is wanneer gemuteerd, kunnen worden overwogen na goedkeuring door de hoofdon-derzoekers
    • Komen niet in aanmerking: 
      • Patiënten met ovariumcarcinoom met HRD.
      • Patiënten met borst-, prostaat, of pancreaskanker met een BRCA1/2 mutatie.
  • De behandeling bestaat uit Olaparib, een PARP-inhibitor.
  • Er hoeft geen progressieve ziekte te zijn op moment van inclusie.
  • Aanwezigheid van minstens 1 letsel (meetbaar of niet-meetbaar) dat accuraat kan beoordeeld worden.
Dit betreft een studie die loopt bij onze collega’s van de dienst medische oncologie.
Voor specifieke informatie omtrent deze studie kunt u contact opnemen met prof. dr. Sylvie Rottey (sylvie.rottey@ugent.be) of mevr. Lore Vansteelant (lore.vansteelant@uzgent.be).