​Longkanker

Niet-kleincellig longcarcinoom

XL184-021 – Groep 1: 2°of 3°lijn, reeds progressief op anti-PD(L)1
  • Behandeling met Atezolizumab (anti-PD-L1) + Cabozantinib (tyrosine kinase inhibitor) OF met Cabozantinib monotherapie (randomisatie 1:1)
  • Patiënten met stadium IV niet-squameus NSCLC
  • Reeds progressief na één lijn anti-PD1 of anti-PD-L1
  • Al maximaal twee lijnen therapie gehad.
  • Voorafgaande behandeling met een VEGFR-gerichte TKI is niet toegelaten
  • Bij aanwezigheid van een ‘gevoelig makende’ EGFR mutatie, een ALK herschikking, een ROS1 herschikking, of een BRAF V600E mutatie komt de patiënt niet in aanmerking
XL184-021 – Groep 2: 1°lijn, PD-L1 ≥ 1%
  • Behandeling met Atezolizumab (anti-PD-L1) + Cabozantinib (tyrosine kinase inhibitor)
  • Patiënten met stadium IV niet-squameus NSCLC, met PD-L1 expressie ≥ 1%
  • Nog niet systemisch behandeld voor gemetastaseerde ziekte
  • Bij aanwezigheid van een ‘gevoelig makende’ EGFR mutatie, een ALK translocatie, een ROS1 herschikking, of een BRAF V600E mutatie komt de patiënt niet in aanmerking.
XL184-021 – Groep 3: EGFR gemuteerd
  • Behandeling met Atezolizumab (anti-PD-L1) + Cabozantinib (tyrosine kinase inhibitor)
  • Patiënten met stadium IV niet-squameus NSCLC, EGFR gemuteerd
  • Al progressief na behandeling met minstens één EGFR gerichte TKI (bv. osimertinib, gefitinib, erlotinib, of afatinib)
  • Het aantal voorgaande lijnen is onbeperkt 
  • voorgaande anti-PD(L)1 in combinatie met chemotherapie is toegelaten
M15891 – Reeds progressief op anti-PD(L)1, max. 4 voorgaande lijnen
(Geen continue rekrutering mogelijk, slot per slot)
  • Behandeling met ABBV-181 (anti-PD1) + Venetoclax (Bcl-2 inhibitor).
  • Lokaal gevorderd of gemetastaseerd NSCLC
  • Reeds progressief op één lijn anti-PD1/PD-L1
  • Maximaal 4 voorgaande lijnen behandeling in de gevorderde of gemetastaseerde setting.
  • Patiënten met een EGFR of ALK mutatie kunnen niet deelnemen
RAGNAR
  • Behandeling met Erdafitinib (FGFR inhibitor)
  • Bij tumoren met FGFR1-4 aberraties (mutatie of fusie). Er is mogelijkheid tot opsporen van FGFR aberraties m.b.v. een FoundationOne®CDx analyse voor rekening van de sponsor. Het FoundationOne report wordt volledig ter beschikking gesteld van de behandelend arts.
  • Men schat de incidentie van FGFR aberraties bij NSCLC (plaveiselcelcarcinoom) op 9%.
  • Patiënten moeten al behandeld zijn met minstens één lijn therapie in de gemetastaseerde/gevorderde setting.
  • Patiënten mogen niet over verdere standaardbehandelingen beschikken waarvan een relevant klinisch voordeel verwacht wordt, of de patiënt verdraagt deze niet. Opsporen van mutaties kan reeds gebeuren vanaf start van de laatste standaard behandelingslijn waarvan relevant voordeel verwacht wordt.