Gastro-intestinale tumoren

Hepatocellulair carcinoom

Masterkey-318 – Sporadisch een slot beschikbaar
  • Twee cohorten: ofwel behandeling met Pembrolizumab (anti-PD-1) + T-vec (gemodificeerd HSV-1) ofwel met T-vec monotherapie
  • T-vec wordt rechtstreeks in de levertumoren geïnjecteerd
  • Patiënten met Child Pugh klasse A of B7
  • Voorafgaande systemische behandeling is niet vereist, maar wel toegelaten

RAGNAR

  • Behandeling met Erdafitinib (FGFR inhibitor) 
  • Bij tumoren met FGFR1-4 aberraties (mutatie of fusie). Er is mogelijkheid tot opsporen van FGFR aberraties m.b.v. een FoundationOne®CDx analyse voor rekening van de sponsor. Het FoundationOne report wordt volledig ter beschikking gesteld van de behandelend arts.
  • Men schat de incidentie van FGFR aberraties bij HCC op 5%.
  • Patiënten moeten al behandeld zijn met minstens één lijn therapie in de gemetastaseerde/gevorderde setting.
  • Patiënten mogen niet over verdere standaardbehandelingen beschikken waarvan een relevant klinisch voordeel verwacht wordt, of de patiënt verdraagt deze niet. Opsporen van mutaties kan reeds gebeuren vanaf start van de laatste standaard behandelingslijn waarvan relevant voordeel verwacht wordt.

Pancreascarcinoom (adenocarcinoom)

B9991033 – 2° of 3° lijn
  • Behandeling met Binimetinib (MEK 1/2 inhibitor) + Talazoparib (PARP inhibitor), al dan niet in combinatie met Avelumab (anti-PD-L1).
  • Al behandeld met minstens één en maximum twee lijnen systemische therapie in de gevorderde/gemetastaseerde setting.
RAGNAR
  • Behandeling met Erdafitinib (FGFR inhibitor) 
  • Bij tumoren met FGFR1-4 aberraties (mutatie of fusie). Er is mogelijkheid tot opsporen van FGFR aberraties m.b.v. een FoundationOne®CDx analyse voor rekening van de sponsor. Het FoundationOne report wordt volledig ter beschikking gesteld van de behandelend arts.
  • Men schat de incidentie van FGFR aberraties bij pancreaskanker op 2%.
  • Patiënten moeten al behandeld zijn met minstens één lijn therapie in de gemetastaseerde/gevorderde setting.
  • Patiënten mogen niet over verdere standaardbehandelingen beschikken waarvan een relevant klinisch voordeel verwacht wordt, of de patiënt verdraagt deze niet. Opsporen van mutaties kan reeds gebeuren vanaf start van de laatste standaard behandelingslijn waarvan relevant voordeel verwacht wordt.

Plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm
BP40234

  • Behandeling met Atezolizumab (anti-PD-L1) + RO6874281 (FAP-targeted IL-2-variant).
  • Al behandeld met minstens één lijn standaardtherapie (dus vanaf 2° lijn).

Maag en slokdarm tumoren (zowel adeno- als plaveiselcelcarcinomen)

RAGNAR
  • Behandeling met Erdafitinib (FGFR inhibitor)
  • Bij tumoren met FGFR1-4 aberraties (mutatie of fusie). Er is mogelijkheid tot opsporen van FGFR aberraties m.b.v. een FoundationOne®CDx analyse voor rekening van de sponsor. Het FoundationOne report wordt volledig ter beschikking gesteld van de behandelend arts.
  • Men schat de incidentie van FGFR aberraties bij maagcarcinomen op 8% en bij slokdarmcarcinomen op 6%.
  • Patiënten moeten al behandeld zijn met minstens één lijn therapie in de gemetastaseerde/gevorderde setting.
  • Patiënten mogen niet over verdere standaardbehandelingen beschikken waarvan een relevant klinisch voordeel verwacht wordt, of de patiënt verdraagt deze niet. Opsporen van mutaties kan reeds gebeuren vanaf start van de laatste standaard behandelingslijn waarvan relevant voordeel verwacht wordt.

Cholangiocarcinomen (zowel intra- als extrahepatisch)

RAGNAR
  • Behandeling met Erdafitinib (FGFR inhibitor)
  • Bij tumoren met FGFR1-4 aberraties (mutatie of fusie). Er is mogelijkheid tot opsporen van FGFR aberraties m.b.v. een FoundationOne®CDx analyse voor rekening van de sponsor. Het FoundationOne report wordt volledig ter beschikking gesteld van de behandelend arts.
  • Men schat de incidentie van FGFR aberraties bij intra-hepatische cholangiocarcinomen op 11% en bij extra-hepatische cholangiocarcinomen op 7%.
  • Patiënten moeten al behandeld zijn met minstens één lijn therapie in de gemetastaseerde/gevorderde setting.
  • Patiënten mogen niet over verdere standaardbehandelingen beschikken waarvan een relevant klinisch voordeel verwacht wordt, of de patiënt verdraagt deze niet. Opsporen van mutaties kan reeds gebeuren vanaf start van de laatste standaard behandelingslijn waarvan relevant voordeel verwacht wordt.